Opinie

'Echte democratie is voor Egypte niet weggelegd'

De kansen op een democratische ontwikkeling in Egypte zijn veel geringer dan in het Europa van 1848, schrijft cultuurhistoricus Thomas von der Dunk.

Beeld ANP

Het eerste democratisch gekozen staatshoofd in vijfduizend jaar wordt na één jaar onder gejuich van het volk via een staatsgreep afgezet vanwege economisch wanbeleid en bevoordeling van de eigen achterban. Het leger, dat gedurende vijftig jaar economisch wanbeleid nog veel nadrukkelijker vooral zichzelf bediende, wordt als bevrijder van het volk weer binnengehaald. De openlijke steun van Assad heeft het ook.

In Egypte lijkt men slechts de keuze te hebben tussen een seculiere dictatuur en een religieuze democratie. In dat opzicht zijn de parallellen met Syrië en Irak, waar 'verlichte' tirannen zich ook als onmisbare buffer tegen islamitisch fundamentalisme opwierpen, opvallend. Niet toevallig kon naast Assad en Mubarak ook Saddam Hoessein jarenlang op westerse welwillendheid rekenen. En hoe het in Tunesië en Turkije afloopt, moeten we maar afwachten: net als Morsi gedraagt ook Erdogan zich steeds autocratischer, waarbij hij met een beroep op de godsdienstvrijheid van de ene helft van de bevolking de godsdienstvrijheid van de andere helft beknot.

Afgezette Egyptische president Mohammed MorsiBeeld ANP

De islamisten, die lang onder de dictators hebben geleden, ontpoppen zich, eenmaal aan de macht, als nieuwe dictators - en dus wenden hun slachtoffers zich in wanhoop om hulp tot de vorige, wier eigen martelpraktijken snel worden vergeten. Een democratisch systeem en een democratische geest blijken verschillende zaken, die niet noodzakelijk in elkaars verlengde liggen: een leerzame les voor allen in het Westen die - van Algerije tot Afghanistan - voortdurend hameren op het houden van eerlijke verkiezingen. Een democratisch systeem gaat over de wil van de meerderheid, een democratische geest over de rechten van minderheden. Daarvoor is de rechtsstaat essentieel.

Rechtsstatelijke traditie
De Indiaas-Amerikaanse politicoloog Fareed Zakaria maakt een onderscheid tussen constitutionele en plebiscitaire democratieën. In de eerste, waartoe de Europese behoren, komt de wet vóór de wil van het volk: de rechtsstaat garandeert rechtszekerheid en beschermt iedere burger in gelijke mate, en daarmee tegen willekeur. In plebiscitaire democratieën, waar die rechtsstatelijke traditie ontbreekt, heet de wil van het volk de wet, wat menig gekozen leider doet verkondigen dat hij uit naam van de meerderheid van het volk alles mag doen. In dat opzicht redeneerde Morsi niet anders dan Mubarak. Niet toevallig is bij ons de rechtsstaat ouder dan de democratie: zij werd in de 18de eeuw bevochten, de democratie pas in de 19de.

Bij het uitbreken van de Arabische onlusten, ruim twee jaar geleden, werd al snel van een tweede '1989' gesproken. Maar het is eerder een twee-de '1848'. Het Revolutiejaar 1848 liep in de meeste landen na de nodige onlusten en staatsgrepen via een chaotische democratische tussenfase vooreerst uit op nieuwe ijzeren onderdrukking. Het democratische zaad dat in 1848 was geplant, zou zich pas decennia later verder ontwikkelen.

Maar in feite zijn de kansen op duurzame democratische ontwikkeling in de Arabische wereld nog beduidend geringer dan in Europa anderhalve eeuw terug. Dat heeft aller-eerst te maken met het ontbreken van de rechtsstaat, en vooral de daaraan noodzakelijk gekoppelde scheiding tussen bestuur en bezit. Ooit bezaten de Europese koningen min of meer het land dat zij bestuurden, en dus ook de bijbehorende belastinginkomsten, zodat er geen principieel verschil bestond tussen de publieke en particuliere uitgaven van de vorst.

Thorbecke
Nadien is de staat als abstractie boven de persoon van de monarch uitgegroeid. Zo ontstond, gekoppeld aan de rechtsstaat, een scheiding tussen bezit en beheer, tussen particuliere en publieke uitgaven: de koning beheerde de staatseigendommen, maar mocht die niet willekeurig misbruiken. In de meeste Europese landen, waaronder Nederland, was dat proces rond het midden van de 19de eeuw voltooid: de manier waarop koning Willem I buiten het zicht van het parlement particulier met de staatskas jongleerde, was vanaf Thorbecke ondenkbaar.

Buiten Europa beschouwen de Morsi's zich nog steeds als eigenaar van het collectieve staatsbezit, waarover zij ten bate van hun eigen aanhang vrijelijk beschikken. De overname van het Angelsaksische districtenkiesstelsel - the winner takes all - zonder de bijbehorende Angelsaksische rechtsstaat is fataal: de winnaar neemt dan ook inderdaad alles.

Dit versterkt het in de Arabische wereld onuitroeibare cliëntelisme, dat bovendien niet los valt te zien van een daar veel dieper gewortelde patriarchale maatschappijstructuur, waarbinnen de familie alles is en het individu niets. De reden is dat in een corrupte samenleving, waarin een beroep op de wet wegens gebrek aan onafhankelijke rechters zinloos is, iedereen wel wegen kent om buiten de officiële wet om toch iets te bereiken: je kent de nicht van de buurvrouw van de broer van de burgemeester.

Forse prijs
Daarmee kent de introductie van de rechtsstaat voor de individuele burger ook een forse prijs: je moet de corrupte weg die je kent met de voordelen daarvan opgeven ten gunste van een abstract systeem, dat in eigen land nooit eerder heeft bestaan, waarmee je dus geen enkele ervaring hebt, en waarvan je niet weet of het inderdaad echt eerlijk gaat functioneren en, bovenal, of het in jouw concrete geval voordeliger of nadeliger zal uitvallen. En dat in de wetenschap dat alle anderen precies voor diezelfde moeilijk beantwoordbare vraag staan. Als enige eerlijk zijn en op de wet vertrouwen in een corrupt systeem is zinloos; dat is ook het probleem van Griekenland. Daarom kost het uitroeien van cliëntelisme generaties.

Maar er is nog een factor die snelle vooruitgang ginds nu bemoeilijkt, nog los van het feit dat de huidige Arabische demonstranten duidelijke leiders en een duidelijk politiek programma ontberen om de economische misère aan te pakken waaraan de opstanden te danken zijn. Die factor is het voorbeeld van het nabije rijke Europa. Enerzijds vormt dat een enorme stimulans: via de media of via persoonlijke contacten in Europa weten veel Egyptenaren dat autocratie en armoede niet vanzelfsprekend zijn. Anderzijds versterkt dat het ongeduld: men wil die welvaart nu meteen en niet pas morgen. Dat begrijpelijke ongeduld staat structurele sociaal-economische vooruitgang, die een zaak van lange adem is, in de weg.

Toerisme
Daarbij komt dat, anders dan het verpauperd-industriële Europa van 1848, Egypte voor zijn inkomsten sterk van het toerisme afhankelijk is. Het eerste wat toeristen bij onlusten doen is wegblijven, waarmee de economische situatie nog nijpender wordt, met nog meer onlusten en dus nog minder toeristen als gevolg: een spiraal naar beneden, waaraan door dat ongeduld heel moeilijk een einde te maken valt. De demonstranten gooien daarmee hun eigen glazen in, wat ertoe leidt dat een deel van hun aanhang op den duur weer voor de corrupte orde van de militairen kiest: alleen bij de door hen beloofde tirannieke stabiliteit komt de buitenland-se klandizie voor de handelaren bij de piramiden terug. In dat opzicht zijn de perspectieven nergens in het verhitte Midden-Oosten zonnig.

Op naburige Arabische landen waar nu sectarisch-etnische burgeroorlogen woeden, heeft Egypte één ding voor: het is al 5.000 jaar een land en een natie, en niet het kunstmatige product van willekeurig door Europese kolonisatoren op de kaart getrokken lijnen als Libië, Syrië en Irak.

Thomas von der Dunk is cultuurhistoricus

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden