Echte beesten willen we

Toen ik hoorde dat het thema van de 74ste Boekenweek ‘Tjielp Tjielp’ was, wist ik meteen dat het mijn Boekenweek niet zou worden.


Ik zag de stapels poezenboeken al voor me, het verzameld werk van Anton Koolhaas en de herdruk van Minoes.
Poes
Ik kan me uit de Nederlandse literatuur weinig onvergetelijke dieren voor de geest halen. Dat komt misschien omdat wij een land van huisdieren zijn, van honden die de krant ophalen en kroelende poezen.
Dieren in Nederlandse romans moeten daarom wel van heel goeden huize komen, wil ik ze niet met boek en al in de hoek gooien. Gedichten ook, het moet toch wel minstens een Blauwbilgorgel zijn.
Snipper
Ik heb niks tegen dieren, sommige van mijn beste vrienden hebben een dier en twee weken voor de Boekenweek overleed na liefdevolle verzorging, op de gezegende leeftijd van negen jaar, ons konijn Snipper.
Ik zal daar verder niet op ingaan, er wordt hier al genoeg geschreven over huisdieren.
Ik ben echt niet van de soort die dieren alleen apprecieert met een lekker sausje. Ik kan me de genegenheid tussen man en hond goed voorstellen, zeker wanneer je dronken de gracht bent ingelopen en hij redt je leven.
Ik zie de eenzame schrijver voor me in zijn werkkamertje, zo’n arrogante poes in de vensterbank – voor-ie het weet, heeft-ie een paar zinnen uit zijn toetsenbord gerammeld, het begin van een poezenroman.
Je weet: als je Tjielp Tjielp thema van de Boekenweek maakt, dan wordt het knus en lief en wordt niemand verscheurd of een been afgebeten. Zo zijn onze dieren.
Knabbel en Babbel
Ik las vroeger met veel plezier de Donald Duck, waarin opgenomen Gijs Gans, Mickey Mouse, de eekhoorns Knabbel en Babbel en Willie Wortel, geen wortel maar een kraanvogel. Ook las ik over de vermoedelijk homo-erotische verhouding tussen Ollie B. Bommel en Tom Poes alsof het de gewoonste zaak van de wereld was.
Maar op een gegeven moment, zo rond mijn 10de, hield het op en was ik klaar met de sprekende dieren. Jolly Jumper van Lucky Luke uitgezonderd. Ik stelde thuis ook de eerste kritische vragen over de sprekende ezel van Biliam uit het bijbelboek Numeri.
Voortaan accepteerde ik alleen nog maar functionele verhaaldieren. Dieren in de rol van dier. Hatatitla, het paard van Old Shatterhand. Zei niks, dronk geen whisky en bleef wat het was, namelijk een paard.
Zo hoort het. Moby Dick is een walvis en Melville toont ons een walvis. Een zeer bijzonder exemplaar is het natuurlijk wel, anders kun je er geen groot verhaal omheen bouwen, maar een walvis blijft het.
Zelfs de grote Murakami moet bij mij niet aankomen met een sprekend dier: daar vliegt het boek al door de lucht, als een meeuw in de storm.
Wolf
De wolf in Cormack McCarthy’s The Crossing is de allerbeste wolf uit de wereldliteratuur. Je weet dat er iets is met die wolf, maar het blijft een wolf en hij gaat niet vermomd als grootmoeder in de bedstee liggen, die vrij zwakke act van de Grote Boze Wolf.
Bij ons zijn het toch vooral Annie M.G. Schmidt-dieren die de boventoon voeren. De HeenenWeerwolf en de Krullevaar. Leuke beestjes, maar ongevaarlijk.
Het wachten is op het beest in onze literatuur.


null Beeld null
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden