Echt/mooi

Misschien wel de tentoonstelling met de hoogstgespannen verwachtingen komend seizoen: Leonardo da Vinci in de Londense National Gallery. Waar te zien is hoe Leonardo bijna eigenhandig Renaissance deed omslaan in Hoog-Renaissance.

Het is dat Krakau zo uit de route ligt. Anders zou het portret van Leonardo Da Vinci van Cecilia Gallerani zo maar een concurrent kunnen zijn van Mona Lisa. Je kunt je voorzichtig afvragen wat de status van deze dame met hermelijn zou zijn, had ze in een groot museum in een West-Europese stad gehangen. Zo sereen, sensueel, onbenaderbaar en aantrekkelijk zijn weinig vrouwen verbeeld.


Mona Lisa werd afgelopen maandag precies honderd jaar geleden gestolen uit het Louvre in Parijs. Op een maandag dat het museum dicht was. Jarenlang was ze zoek - de publiciteit rondom de verdwijning deed haar reputatie goed. De redenen voor populariteit zijn bij schilderijen van oude meesters lang niet altijd alleen gebaseerd op de kwaliteit van de voorstelling.


Oké, Dame met hermelijn is niet tegen de achtergrond van een fascinerend landschap verbeeld, en ze is lang niet in zo veel mist gehuld als La Gioconda (zoals de Mona Lisa ook heet) - letterlijk en figuurlijk. Ze heeft natuurlijk ook niet die glimlach, dat minuscule mondhoekje dat ervoor zorgt dat je bij haar bent zodra je haar ziet, ongeacht hoeveel camera's en toeristen er opgesteld staan voor je. Maar het portret van Cecilia Gallerani komt wel heel dicht bij de perfectie die Leonardo beoogde: zo echt mogelijk lijken en toch zo mooi mogelijk zijn. Die twee ambities van de schilder, enerzijds natuurgetrouw schilderen, zodat je de vogels nog kunt bedonderen als je druiven schildert, anderzijds de ideale schoonheid verbeelden die de natuur voorbijstreeft, zijn beide zichtbaar bij dit meisje.


Hoewel ze het de schilder wel erg makkelijk heeft gemaakt, gaat het verhaal. Ze was in het echt al zo mooi en zo intelligent, dat de schilder slechts de onverhulde werkelijkheid hoefde te registreren om het beste beeld van haar neer te zetten. Ze was amper zestien, en de minnares van Leonardo's opdrachtgever en leeftijdgenoot Ludovico Sforza, heerser van Milaan.


Vanaf 9 november is ze te zien, iets dichterbij dan Krakau en te midden van een recordaantal andere schilderijen van Leonardo da Vinci, in de tentoonstelling Leonardo da Vinci, painter at the court of Milan in de National Gallery in Londen. De tentoonstelling de sensatie van het komend seizoen noemen, is nog een understatement; de verwachtingen naderen nu al een hoogte alsof het orakel van Delphi zich hoogstpersoonlijk in de National Gallery prijs gaat geven.


Herinnert u zich wellicht de berichten over de rijen bij de Johannes Vermeer-tentoonstellingen in Washington en Den Haag in de jaren negentig? Dat was omdat er 23 van de slechts dertig bewaarde schilderijen van de kunstenaar bij elkaar te zien waren. Schaarste verkoopt.


In het geval van Leonardo zijn het er nog niet de helft - niet iedereen zal het zich realiseren, maar van 's werelds beroemdste kunstenaar bestaan nog maar veertien schilderijen. Veertien, echt waar. De conservator van de tentoonstelling, Luke Syson, schat in dat Leonardo in zijn leven in totaal slechts aan zo'n twintig schilderijen begonnen is. In Londen zijn er in november negen te zien. Van die negen zijn, dat moet gezegd, wel enkele niet onomstreden. Sommige zijn pas net toegeschreven aan Leonardo, sommige zijn mogelijk afgemaakt door leerlingen - Da Vinci was berucht om het niet-afmaken van zijn werk. De ideeën rolden over de praktische uitwerking heen, wellicht. En hij was een notoire perfectionist - nooit tevreden genoeg om iets 'af' te noemen.


Mona Lisa is er niet bij. Dus een vergelijking Lisa - Cecilia behoort niet tot de mogelijkheden, helaas. De reden is ongetwijfeld dat Lisa het Louvre niet mag verlaten, maar dat werd al van tevoren ondervangen doordat de tentoonstellingsmaker gekozen heeft voor de periode dat Leonardo hofschilder was in Milaan, van 1483 tot 1499, en daar valt Mona Lisa buiten. In die tijd zette de schilder-filosoof, zoals hij zichzelf zag, zijn belangrijkste ideeën om in kunstwerken. Want zo kun je het zien bij Leonardo. Wat er op paneel is beland met olieverf, en op de muur met eigengemaakte frescoverf, is het neergedwarrelde residu van zijn ideeën over leven, geloof en schoonheid.


De schamele drie portretten die er straks te zien zijn, markeren bij elkaar een keerpunt. Niet alleen in Leonardo's omgang met portretten, maar ook in de Italiaanse Renaissance als geheel. Het was het punt waar Renaissance omsloeg in Hoog-Renaissance. Een nuance voor de een misschien, een revolutie voor de ander.


In de hele Renaissance ging het om realness. Natuurgetrouw moest de voorstelling zijn. Langzaam werden meer emoties geschilderd op gezichten, werd een omgeving natuurlijker. Langzaam kwam de werkelijkheid de schilderkunst binnen. En toen kwam Leonardo, en die deed er een schep bovenop. Natuurlijk, de schilder kon als niemand anders de schoonheid uit de natuur weergeven. Maar hij kon ook selecteren. Het mooiste eruit kiezen en samenvoegen. De schilder genereert beelden die mooier, completer, en echter zijn dan de natuur. De schilder kon het ideaal - noem het Platonisch, of goddelijk zo je wil - dichter benaderen dan de natuur. Schilderkunst stond hoger op de ladder dan de natuur. En daarmee kwam de schilder gevaarlijk dicht bij God. Dat wist Leonardo. En dat was de omslag.


De drie portretten die bewaard zijn en die hij onder het patronage van de heerser van Milaan heeft gemaakt, laten die transformatie zien, van echt naar universeel. De eerste, het portret van een muzikant uit de Biblioteca Ambrosiana in Milaan, is het enige portret van een man dat Leonardo heeft gemaakt. Het is niet zeker wie hij afbeeldde, misschien Atalante Migliorotti die hem vergezelde van Florence naar Milaan. Een portret van een muzikant en een ideaalbeeld ineen; van mannelijke schoonheid, en van de harmonie die de muzikant brengt.


Cecilia herbergt alleen al met haar hermelijn vele verhalen. Het dier onderstreept haar schoonheid, en haar soepele verschijning - Leonardo gaf haar een superelegante draai, zoals in maar weinig portretten voorkomt. Met haar haar onder haar kin gebonden als een Turkse hoofddoek, is ze prachtig ongenaakbaar. Maar haar fijne vingertjes kriebelen in het bont van de hermelijn, wat het beeld toch een zweem van seksualiteit geeft. De hermelijn verwijst ook naar de bijnaam van haar geliefde, en naar een symboliek van zuiverheid; Leonardo zelf schreef meerdere keren over de hermelijn 'die liever sterft dan zich ingraaft en bevuilt'.


Bij het derde portret, van de vrouw van Ludovico, is bekend dat ze in het echt de schoonheid van het schilderij niet naderde. Leonardo voerde het Nip/Tuck-niveau op en gaf Beatrice D'Este voor de eeuwigheid een schoonheid die ze zelf nooit heeft gehad.


Het leukste is, dat de National Gallery gelegenheid biedt dat te doen wat Leonardo zelf het liefste deed: competitief vergelijken. Leonardo was de man van de paragone, de wedijver. Hij ging de strijd aan met God, de oude Grieken en de natuur in het scheppen van de ideale schoonheid. Hij daagde andere kunstenaars uit tot vergelijking van de disciplines; theater, muziek, poëzie, beeldhouwkunst en schilderkunst. Volgens hem was de schilderkunst de beste. We zullen zien. In Londen gaan we even vergeten hoeveel publiciteit er is, hoe onbetaalbaar de schilderijen zijn en hoe schaars. En gewoon kijken waarom zijn werk ook alweer zo goed is.


Leonardo da Vinci, painter at the Court of Milan.

Van 9/11 t/m 5/2, National Gallery, Londen. nationalgallery.org.uk

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden