Ebru Umar: 'Ik ben een fucking Nederlander'

Ze zat vast in Turkije wegens belediging en eenmaal thuis was ze niet meer veilig. Nu is Ebru Umar boos. 'Ik ben niet het dankbare allochtoontje.'

Ebru Umar. Beeld Pablo Delfos

'Het moeilijkst van mijn landarrest was mijn thuiskomst in Nederland', zegt Ebru Umar. 'Toen pas kwam de klap. Ik heb de hele zomer gedacht: ik wil mijn huis terug, ik wil mijn huis terug. Totdat het kwartje viel: ik wil mijn huis niet terug, ik wil mijn leven terug. Maar het leven zoals het was, ben ik voorgoed kwijt.'

Ebru Umar (46) zit na het sporten in haar witte joggingbroek aan de eettafel. Ze schept lekkernijen van de traiteur op twee borden. In haar appartementje in een Rotterdamse flatgebouw is ze veilig ingesloten door haar jeugd: terug in de stad waar ze opgroeide en studeerde. Haar ouders wonen een paar honderd meter verderop.

Op 15 maart tekende ze de koopakte. 'Ik was on top of the world', zegt Umar. 'Ik had het allemaal: ontzettend leuk werk, een leuke sociale omgeving, een huis in Amsterdam, een buitenhuis in Kusadasi en dan had ik ook nog éven een pied-à-terre in Rotterdam gekocht. Holy kanoly, helemaal fijn.'

Ze had nooit kunnen bevroeden dat ze hier drie maanden na het tekenen van de koopakte noodgedwongen zou komen te wonen. Niks pied-à-terre, een toevluchtsoord. Want op 23 april werd ze in haar huis in Kusadasi gearresteerd door de Turkse politie. Ze bracht een nacht in de cel door en mocht zeventien dagen Turkije niet uit. De beschuldiging: ze had Erdogan, Turkije-grondlegger Atatürk én de profeet Mohammed beledigd. Op 10 mei was ze weer vrij om naar Nederland te reizen, maar in haar Amsterdamse huis kon ze toen niet meer terecht. Er was tijdens haar landarrest ingebroken en 'hoer' op de muur gekalkt, 'waarschijnlijk door Nederturken.' Het was er niet veilig meer en dus verhuisde ze naar Rotterdam.

Ebru Umar

1970 Geboren op 20 mei in Den Haag
1989-1994 Studie bedrijfskunde
Werkte tien jaar in het bedrijfsleven (o.m. ING en Wolters Kluwer)
2003 Columnist site De Gezonde Roker van Theo van Gogh
2004 Boek Burka & Blahniks: manifest van een dertiger
2005 Boek Geen talent voor de liefde
2 november 2005 neemt na de aanslag op Theo van Gogh (2-11-2005) zijn wekelijkse column in Metro over
Najaar 2005 interviews in Libelle
2007 Reisverhalenbundel Turkse Verleidingen
2012 Columns voor GeenStijl tot december 2015
2013 Interviewbundel 99 Gesprekken met Ebru Umar
23 april 2016 arrestatie Turkse politie in Kusadasi
10 mei 2016 Umar verlaat Turkije

Haar vakantiehuis in Kusadasi kon ze vaarwel zeggen. In Turkije lopen drie rechtszaken tegen haar voor belediging: Erdogan en Atatürk noemde ze in De Telegraaf 'dictators' en ze tweette #fuckerdogan. De derde gaat over een tweet uit 2011: 'Mohammed is een homo, succes gegarandeerd.'

'Toen ik inzag dat alles voorgoed veranderd was, heb ik hetzelfde weekend nog een busje met twee mannen ingehuurd om mijn Amsterdamse appartement leeg te halen', vervolgt Umar. 'Jankend stond ik erbij toen ze mijn spullen uitlaadden en in een Rotterdamse garagebox stalden. Totdat mijn ouders zeiden: Ebru, het leven is te kort om te zeiken. Verkoop die hut in Amsterdam en koop hier iets fatsoenlijks. Kom op! Je hebt mensen die roepen: waarom overkomt me dit?' Ze verheft haar stem, fel gebarend: 'Er is geen waarom, punt! Het is afgesloten.'

Een gesprek met Umar verloopt vurig. Ze spreekt in uitroeptekens, haar grote ogen zijn met kohl omlijnd. Verdriet en twijfel zet ze razendsnel om in woede. Ze is toch zeker geen slachtoffer?! Ze balt haar vuist, slaat op tafel. De gespierde taal is haar handelsmerk sinds ze voor de site De Gezonde Roker van Theo van Gogh schreef. Na zijn dood nam ze zijn column in Metro over. Ze schrijft ook voor Libelle, interviews. Born columnist & Dutch national pain in the ass, noemt ze zichzelf op Twitter waar ze 196.875 tweets de wereld in stuurde. Haar thema's in een notendop: geloof is achterlijk, allochtonen zwelgen in slachtofferschap en de Nederlandse waarden moeten verdedigd worden.

In je reisverhalenbundel Turkse Verleidingen (2007) noem je Kusadasi 'mijn Turkse Rotterdam waar ik in mijn jeugd elke zomer te vinden was.' Mis je Kusadasi?

'Geen moment. Ik moet erom lachen. Ik heb een ton afgeschreven op dat huis. Shit happens. Next!' Dan: 'Kusadasi was de badplaats van mijn jeugd, ik heb er zoveel plezier gehad. Ik spreek Turks. Het is niet zo goed, maar de mensen doen hun best me te begrijpen. Mijn ouders wonen op de kop van de baai, ik woonde aan het eind. Daar haalde ik mijn achterstallige werk in, bam! In Nederland heb ik een sociaal leven dat veel tijd kost, in Turkije ken ik geen hond. Dat isolement vond ik fijn. Tijdens mijn landarrest heb ik op het strand van Kusadasi het hardst gehuild om het besef dat ik zó gelukkig was met mijn leven en dat dat voorbij was. Toen heb ik me ingeprent: zolang ik niet onder een brug slaap en uit vuilnisbakken eet, valt het mee.'

Valt het mee?

'Hm. Nou ja, ik ben nu meer thuis dan ooit en dat is een zegen. Ik loop zo bij mijn ouders binnen en dan maakt mijn moeder eten. Voordeel van deze wijk is dat hier geen buitenlanders wonen, een verademing, al mag ik dat niet zeggen. Ik zie wel eens hoofddoeken lopen, maar dat zijn poetsers die na hun werk teruggaan naar hun eigen pauperbuurt. Die horen hier niet. Zo ben ik alsnog geworden wat ik nooit wilde: iemand die op stand woont.'

In Amsterdam woonde je achttien jaar in een cultureel diverse wijk.

'Daarom is dit zo'n verademing. Amsterdam is vervelend. Ik werd dagelijks door mocro's uitgescholden voor hoer. Altijd stapte ik op ze af: 'Hoezó ben ik een hoer, waaróm moet ik klappen krijgen?' Dom, ik ben maar een meter zestig, maar het is mijn instinct. Dan ben ik trots op mezelf, maar ik denk ook: kut, ik moet zonder klappen wegkomen. Ik heb die mocrodreiging in twee decennia zien ontstaan en er zó vaak over geschreven. Altijd weggehoond. Ze konden zich tot tuig ontwikkelen door wegkijkende politici zoals Job Cohen. En dan vinden die mocro's en hele volksstammen goedvolk dat ik nare dingen over ze schrijf.'

Ebru Umar: 'Ik heb die mocrodreiging in twee decennia zien ontstaan en er zó vaak over geschreven' Beeld Pablo Delfos

Dat doe je toch ook?

'Ja, maar wat ik schrijf klopt wel. Ik verzin het niet.'

Nadat je was beroofd van je telefoon, tweette je: 'kut-mocro's, ik haat jullie en ik haat jullie moslimbroeders en -zusters ook'. Je grijpt het aan om moslims te bashen.

'Mijn tweet is toch to the point? Het zijn de moslimbroeders van die mocro die stonden te juichen toen ik beroofd werd. Maar inderdaad, ik bedoel álle moslims, want ik vind mensen die hun waarheid uit het geloof halen en vanuit dat geloof rechtpraten dat mij fysiek geweld wordt aangedaan kútmensen. En als het moslims zijn, zijn het kútmoslims. Natuurlijk ken ik ook aardige, zoals mijn ouders of mijn enige Turkse vriendin Gediz. Die bedoel ik natuurlijk niet.'

Is provocatie je tactiek?

'Ik vind het aanstellerij om dat zo te noemen. Ik heb geen tactiek, ik denk er niet over na.'

Ik heb het idee dat jouw boodschap nogal eens verloren gaat in het lawaai dat je maakt.

'Als mensen je willen wegzetten als irrelevant, zeggen ze dit als eerste: je maakt lawaai. Nou, ik máák geen lawaai! Ik schrijf op wat me overkomt. Daar reageren mensen op en ook hun reactie wordt lawaai genoemd door wie het ermee oneens is.'

Wat wil je bereiken met je schrijven?

'Ik schrijf omdat het me oplucht en een last van mijn schouders haalt. Alles waarover ik pieker, zet ik op papier. Van tevoren bedenk ik niets. Zodra mijn vingertoppen het toetsenbord aanraken, komen de dingen die me dwarszitten vanzelf op papier. De reacties volgen snel. Ik schrik nog steeds als mensen het met me eens zijn, want ik ben opgegroeid in een mediacultuur waarin alles wat ik doe fout is: schrijven voor Theo, mijn niet-politiekcorrecte mening verkondigen. Eigenlijk wil ik de uitzondering zijn die het allemaal verkeerd ziet. Maar ik zie de dingen nu eenmaal zoals ze zijn, ongefilterd.'

Umar heeft een schrikbeeld: de 70-jarige kruier die koffers sjouwt voor een paar dollar. Jaren geleden tilde hij haar koffers op het vliegveld van New York. 'Ik had met hem te doen, zo op zijn oude dag', zegt Umar. 'Daar gaan we in Nederland naartoe. Je kunt niet meer rondkomen van een modaal salaris en 80 procent van de mensen heeft het zwaar. Door de armoede ontstaat er onrust, eerst in de achterstandswijken. Daar zijn migranten gedumpt met een uitkering en dat leidt tot frustratie bij Nederlanders die wél werken en het zwaar hebben. Een blinde zag die botsing aankomen. Mijn agressie richt zich op politici met hun zalvende woorden. Geen realiteitszin, ze kijken niet vooruit.'

Je vriendin Gediz zei: Ebru heeft haar eigen waarheid, ze ziet overal beren op de weg.

'Nou, het is eng dat mijn waarheid elke keer uitkomt. Ik zag de overwinning van Donald Trump aankomen. We willen toch niet dat mensen zich gaan terugtrekken in blanke enclaves met hekken eromheen zoals in de VS of Turkije?'

Dat heb je zelf net gedaan door hier te gaan wonen.

'Klopt en het bevalt me zeer! Ik ben wat ouder en realistischer. Ik zou ook nooit een buitenlandse met hoofddoek als poetser aannemen.'

En zonder hoofddoek?

'Dan nog niet. Doe mij maar een Hollandse. Een buitenlander probeert erachter te komen of ik één van hen ben of niet en waarom. Die zie ik ze denken: jij bent niet zoals wij, hèhè. Ik heb geen zin om me te verdedigen, dat doe ik gewoon niet!'

Ebru Umar: 'Sinds mijn landarrest ga ik geen Turks restaurant meer in, ik weet niet wat me zal overkomen.' Beeld Foto Pablo Delfos

Wordt die vraag jou expliciet gesteld: hoe Turks ben jij?

'Dat niet. Een tijdje terug ging ik met mijn moeder naar het Turkse consulaat omdat ik van mijn Turkse nationaliteit af wil; die brengt me in de problemen. De Turkse man die ons erheen reed, praatte op me in. Niet elke Turk is slecht Ebru, zei hij. Luister, antwoordde ik, elke Turk op het consulaat is mijn vijand, want het consulaat heeft de kliklijn ingesteld en Nederturken opgeroepen belediging van Erdogan te melden. Het heeft alles gefaciliteerd waardoor Nederland in rep en roer is geraakt. Moet ik die mensen dan vertrouwen, niet bang voor ze zijn? Sinds mijn landarrest ga ik geen Turks restaurant meer in, ik weet niet wat me zal overkomen. Ik wil geen Turks meer eten en niets meer met Turken te maken hebben! Ik kan geen Turk meer zien.'

Je bent zelf Turkse.

'Het enige Turkse aan mij is mijn bloed. En mijn uiterlijk. En naam. En mijn nationaliteit waar ik maar niet vanaf kom.'

Je distantieert je steeds van Nederturken.

Fel: 'En dus?'

Voel je je beter?

'Nee! Ik ben gewoon anders dan die Turken. Ik ben opgegroeid in een blanke, hoogopgeleide omgeving. Mijn ouders zijn gepensioneerd, mijn moeder was oogarts, mijn vader patholoog-anatoom. Ze komen andere Turken vooral beroepsmatig tegen. Toch heb ik meer gemeen met Nederturken dan ze willen inzien. Mijn ouders hebben ook huis en haard verlaten voor werk en in den vreemde kinderen gekregen, hun weg moeten zoeken. Ik voel alleen niet de behoefte me af te zetten tegen Nederland en Nederlanders.'

Umar was een jaar of 10 toen ze voorover boog en haar polsen aan haar vriendin Gediz toonde. Dit bloed is Turks, zei ze, maar ik bén Nederlands. Als kind vond ze het al 'extreem vervelend' vanwege haar achternaam steeds weer uit te moeten leggen waar ze vandaan kwam. Haar vriendinnen Renée en Linda noemen Ebru hun meest Nederlandse vriendin. 'Niemand spreekt zo met een aardappel in de keel als Ebru en haar twee zusjes.'

Umar grinnikt als ze de anekdote van Gediz hoort. 'Ik was íets ouder volgens mij, maar het klopt dat ik al jong besloot: ik ben voor honderd procent Nederlander. Niemand heeft me ooit kunnen betrappen op een dubbele houding.'

'Het is pure rijkdom twee culturen met je mee te dragen', schreef je in je voorwoord van Turkse Verleidingen. Niks mis mee toch?

'Daar ben ik het nog steeds mee eens, maar ik heb nu de keerzijde ervaren. Waar het mij om gaat: je moet als migrantenkind beseffen dat je enorm bevoorrecht bent dat je in Nederland bent opgegroeid. In het land dat Nederturkjes zo adoreren, worden ze gezien als tuig van de richel, wat ze ook bewezen hebben te zijn. Ze verafgoden Erdogan omdat ze zich hier tweederangs voelen. Maar ze zouden hier gewoon hun plek moeten opeisen net zoals ik dat doe en zeggen: rot toch op met je allochtoon!'

Twaalf interviews om 2016 mee af te sluiten

Om 2016 goed af te sluiten sprak Volkskrant Magazine met twaalf Nederlanders die hun stempel op het jaar hebben gedrukt.

Van Sylvana Simons tot Martin Garrix, van Ebru Umar tot Epke Zonderland. Over voetbal, hebzucht, glamour, terrorisme en de pakketjes van Coolblue.

Hoe word jij in Turkije gezien?

'Ook als tweederangs natuurlijk, en als wandelende portemonnee. Ik ben degene van wie de ouders het niet redden in het land en daarom vertrokken zijn.'

Ook als je ouders arts zijn?

'Ja. Ik heb daarmee een grote voorsprong op andere migrantenkinderen, dat geef ik grif toe. Maar het is vooral een kwestie van mentaliteit. Mijn ouders maakten in Turkije mee dat vrouwen ineens allerlei rechten kregen, dat was niet vanzelfsprekend. Dus hebben ze mijn zusjes en vooral mij als oudste ingepeperd: jullie mogen álles wat een jongetje mag. Ze hebben me nooit geremd in mijn uitingen. Ze peperden ons ook in dat een vrouw economisch zelfstandig moet zijn en haar rijbewijs moet halen. Hun grootste angst: dat ik als vrouw mijn hand zou moeten ophouden. Dit land heeft ons álle kansen gegeven, zeiden ze, en dus jullie grijpen élke kans die voorbij komt. Een slachtofferrol past ons niet.'

Maar een 'perfecte adaptatie', zoals Umar het noemt, biedt geen garantie voor een leven zonder discriminatie en vooroordelen. In haar interviewbundel 99 Gesprekken met Ebru Umar schrijft ze over de moeder van zangeres Karsu Dönmez: 'Ik had net als zij met een Turkse man getrouwd kunnen zijn, kinderen kunnen hebben en overal weer over vooroordelen heen moeten stappen namens mezelf en mijn kinderen. Ik zou de bevestiging en confrontatie dat iedereen niet alleen mij maar ook mijn kinderen na een half leven nog steeds als allochtoon ziet, niet aankunnen.'

Hoe ga je om met vooroordelen?

'Daar heb ik me altijd láchend overheen gezet. Ik schepte er als kind een duivels genoegen in tegen mensen die niets van buitenlanders moesten hebben, te zeggen: ik ben een volbloedje, leuk hè? Mensen zeiden: jouw ouders moeten wel heel arm zijn dat je moeder werkt. Paul Witteman zei eens tegen me: 'Hoe kan jouw opa nou concertpianist zijn geweest, hij was toch Turks?'

Vind je zo'n opmerking teleurstellend?

'Nee, juist een verademing. Ik schat mensen kennelijk te hoog in, want ze blijken vaak kortzichtig. Dus ben ik niet zo'n slecht mens als zovelen vinden: Ebru schreeuwmeisje, lawaai!'

In je interviewbundel veeg je de vloer aan met blonde hockeymeisjes. Nijd?

'Natuurlijk! Ik denk dat iemand als Sophie Hilbrand het makkelijker heeft. Prima, maar geef toe dat zo'n uiterlijk deuren voor je opent in medialand.' Grijns: 'Life is a bitch: blondies worden lelijk oud.

'Ik ben ook niet in een hokje te plaatsen, dat is het probleem. Hilversum denkt in hokjes. Ik ben niet dat zielige allochtonenmeisje of het dankbare allochtoontje. Ik ben een fucking Nederlander en zo wens ik behandeld te worden! En ik ben meer dan een one trick pony die over allochtonen schrijft. Dat willen ze maar niet begrijpen. Hokjesdenken, dat is pas discriminatie.'

Je wilde een blonde man en blonde kindertjes, zei je ooit.

'Ja, ik val op blond. Blond is mijn definitie van mooi. Lichte ogen hebben is een ding in mijn Turkse familie, een schoonheidsideaal. Mijn moeder zegt: Ebru, je hebt lichte ogen, geen bruine. Dan lachen mijn zusjes en ik haar uit. Alsof ik een leuker kind ben als ik groene ogen heb.'

Je schrijft in je interviewbundel: 'Mijn vader is arts, geen auteur, Rotterdammer, geen Amsterdammer en of course emigrant, geen Hollander. Ken je plek, Umar, ken je plek'.

'Ja, als migrant leer je alles voor het eerst en heb je geen netwerk. Ik had het makkelijker gehad als ik arts was geworden. Ik heet geen Brandt Corstius en moet het allemaal zelf doen. 'Jet van Nieuwkerk is méér dan de dochter van...' Rot toch op! Alsof Jet uit Klazienaveen diezelfde kansen krijgt. Geef toe dat je je succes aan de naam of het grachtengordelnetwerk van je ouders te danken hebt!' Stilte. Dan: 'Maar als ik die dingen constateer en hardop uitspreek, maak ik 'lawaai'. Ik ben er ontzettend goed in mijn mediacarrière te torpederen met zulke uitspraken.'

Volgens je vriendin Renée wil je als schrijver graag erkenning van de kwaliteitskranten.

'Nou, dat zit íéts anders! Ik schreef voor GeenStijl en schrijf voor Libelle en Metro, af en toe voor NRC. Ik kan met recht zeggen dat elk huishouden me leest. Ik ben invloedrijk, ik bereik de massa die ook stemt. Maar schrijf je voor Libelle en Metro, dan word je niet serieus genomen in de grachtengordel waar de baantjes worden vergeven. Tot mijn landarrest bestónd ik niet, dat stoort me. Een incompetente Parool-scribent of Volkskrant-columnist die door niemand wordt gelezen, mag de hoofdrol opeisen op radio en tv en krijgt zo ontelbare schnabbels. Toen ik twee jaar geleden Fab Magazine met Sandy Wenderhold lanceerde, werden we doodgenegeerd. Overkomt Jet van Nieuwkerk niet, met haar getik.'

Voel je je miskend?

'Nee. Ik heb een mislukte mediacarrière, maar dat ligt niet aan mijn talent. De baasjes die de baantjes uitdelen, mogen me gewoon niet. Iets met een verkeerde mening. Mijn publiek denkt daar anders over. Theo zei ooit dat hij niet werd afgewezen om zijn talent maar om zijn persoontje en dat hem dat veel voldoening gaf, want het maakte maar weer duidelijk hoe slecht de mens is. Dat herken ik. Wijs me af op mijn talent. It ain't gonna happen.'

Voel je je niet zelf slachtoffer?

'Nee, want het belemmert me niet in wat ik doe. Ik denk: fuck you, ik doe het wel op mijn manier. Metro en Libelle, groter wordt je bereik niet, hoor.'

Umar deed altijd alles op haar manier. Ze was anders dan haar vriendinnen van haar studie bedrijfskunde. Toen ze Theo van Gogh tegen het lijf liep, was dat een feest van herkenning: hij was de eerste creatieveling die ze ontmoette en een geestverwant. Ze leerden elkaar in 2003 kennen in het Amsterdamse comedycafé Toomler tijdens een koppelactie van een vriendin die Ebru uit haar liefdesverdriet wilde halen. Theo kwam veel te laat binnenlopen, zij chagrijnig. Umar: 'Theo ging naast me zitten, keek me aan en zei provocerend: 'Pim Fortuyn wordt onze nieuwe minister-president.' Ik antwoordde: 'Dat mag ik hopen, dan word ik zijn woordvoerder.' 'Wil je zijn nummer?', vroeg Theo. 'Wat denk je zelf', zei ik, 'ik heb hem al lang gebeld!' Theo dronk champagne, Ebru Baileys; een vriendschap was gesloten.

'Door Theo ben ik gaan schrijven', zegt Umar. 'Hij gaf me een podium en redde me uit de corporate wereld waar ik uiteindelijk gillend gek zou zijn geworden. Dankzij Theo ben ik de Ebru geworden die ik nu ben.'

Dat ze geregeld een bak slijk over zich heen krijgt, deert haar niet. 'Ik heb een dikke huid. En ik heb geen kinderen. Een kind maakt kwetsbaar, zei Theo vaak. Ik heb ook geen man. Mijn moeder maakt zich daar zorgen over. Ze vindt het eenzaam voor me. Hoe moet dat toch nu je ouder wordt, zegt ze. Dat vind ik aanmatigend. Het is nu eenmaal zo.' Lachje: 'Daarbij, ik ben getrouwd met mijn telefoon.'

Umar denkt nog vaak aan Theo. 'Hij zou erg hebben gelachen om de consternatie die mijn landarrest veroorzaakt heeft. Ik denk dat hij meteen een boot of vliegtuig zou hebben gestuurd om me terug te halen.' Na zijn dood in 2004 raakte ze depressief, iets waartoe ze een 'neiging' heeft. 'Ik was bang dat ik er nooit zou uitkomen, maar het lukte toch. Dat heeft me erg gesterkt. Na mijn landarrest wist ik: ik heb Theo's dood overleefd, dit kom ik ook te boven.'

Vanzelf ging dat niet. Terug in Nederland was de columniste doodvermoeid, maar slapen lukte niet. 'Mijn hersenen stopten niet meer en ik flipte al als mijn favoriete smaak Häagen-Dazs uitverkocht was. Dat ik geen controle heb over de grote zaken kon ik accepteren, maar dat zelfs alledaagse dingen mislukten, maakte me wanhopig. Zelfs die had ik niet onder controle. Een posttraumatische stressstoornis, bleek.'

Gesprekken met cabaretier Mike Boddé, zelf ooit depressief, boden soelaas. 'Ik dwong mezelf elke dag uit bed te komen voor een boodschapje, zocht een reden om op te staan. Op een avond ben ik naar een voorstelling van Mike gegaan. Mijn vriendin had afgebeld. Alleen op de fiets naar een onbekend theater om daar in mijn eentje in de zaal zitten, dat waren drie mijlpalen in één, drie dingen waar ik doodsbang voor was. Maar ik heb het gedaan. Onderweg dacht ik alleen maar: Mike, Mike, Mike! Het was zo'n overwinning.'

Theo van Gogh in 1999. Beeld anp

Wat beangstigde je?

'De mensen. Ik was bang voor een confrontatie. Maar ook hartverwarmende reacties putten me uit. Toen het meisje in mijn favoriete chocoladewinkel spontaan in huilen uitbarstte zodra ze me zag binnenkomen ben ik ook gaan janken. Dat raakt me.'

Heeft het landarrest je vertrouwen in mensen aangetast?

'Dat was altijd al nihil.' Grote ogen, fluisterstem: 'Jaaaa... Mensen zijn niet aardig. Gelukkig ruik ik valse mensen op afstand en heb ik een talent goede mensen om me heen te verzamelen. Voor hen steek ik mijn hand in het vuur. Als ik terugdenk aan 15 maart toen ik on top of the world zat, voel ik rouw. Maar wat me het meest is bijgebleven: hoe vrienden en familie om me heen gingen staan. Dat ze er voor je zijn, ervaar je pas als je ze écht nodig hebt. Hartverwarmend.'

Schrijf je milder uit bezorgdheid om je ouders?

Resoluut: 'Nee, al maak ik me natuurlijk wel zorgen om mijn ouders. Ze hebben het zwaar gehad, maar worden gelukkig sterker. Ik vind het erg dat mijn vrijheid is ingeperkt en het Turkse systeem zich tegen mij heeft gekeerd, maar we leren leven met de nieuwe realiteit van rechtszaken tegen mij. En mijn ouders krijgen ook veel steun. Toen mijn moeder en ik uit het Turkse consulaat kwamen, sprak een Turkse man ons moed in. Toen moest mijn moeder huilen. Het maakte haar zo gelukkig, en mij ook. Er zijn ook goede Nederturken.'

Politiek Den Haag heeft er alles aan gedaan om je terug te halen uit Turkije. Ben je hen dankbaar?

Schalks lachje: 'Ik zeg maar zo: blijkbaar heb ik toch nog vrienden. Ik ben vooral de Nederlandse journalisten dankbaar. Ze zijn over me blijven schrijven en hebben het de politici onmogelijk gemaakt me te vergeten. Rutte en co en de Telegraaf Media Groep hebben er werkelijk alles aan gedaan om me terug te krijgen. Er zitten wereldwijd tweeduizend Nederlanders vast, maar ik was binnen zeventien dagen terug. Dat is voor mij een bevestiging dat ik wél goed ben in mijn werk. Kennelijk heb ik de afgelopen twaalf jaar toch iets goed gedaan.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.