Dyscalculie

Merkwaardig krantenbericht: staatssecretaris van Onderwijs Karin Adelmund wil leerlingen die lijden aan dyscalculie géén vrijstelling geven voor wiskunde bij het eindexamen havo of vwo....

Inderdaad, zegt Chris de Feyter. Hij maakt deel uit van het Centrum voor Ambulante Leerlingbegeleiding in Amsterdam, alwaar onder anderen mensen met deze stoornis aankloppen. Dyscalculie is een officieel erkend leerprobleem, dat met behulp van een test wordt aangetoond, legt De Feyter uit.

Niet ieder kind dat moeite heeft met rekenen, heeft dus zomaar een leerstoornis. Kinderen met dyscalculie blijken sommen vaak wel degelijk te snappen, maar kunnen ze desondanks niet uitrekenen.

Voor zover bekend, vertelt De Feyter, heeft iemand met dyscalculie een probleem met 'automatiseren' in de rechter hersenhelft, waar zich de rekenvermogens bevinden. Automatiseren is het - zonder aarzeling en zonder er bewust bij na te hoeven denken - uitvoeren van een handeling die vastgeklonken zit in het geheugen, zoals veters strikken of zwemmen.

De stoornis manifesteert zich in diverse varianten. Elke variant is te herkennen aan allerlei symptomen, zoals het niet kunnen plaatsen van getallen in een logische getallenrij, het langdurig blijven gebruiken van rekenmethoden die bedoeld zijn voor kleine kinderen, niet uit de voeten kunnen met grote getallen, of het niet kunnen onthouden van onderdelen van een hoofdrekensom.

In het basisonderwijs kampt naar schatting zeker 2 procent van de leerlingen met dyscalculie. Nadrukkelijk: naar schatting. Want dyscalculie is als leerstoornis nog maar zo kort onderkend, dat er pas sinds een jaar of tien, vijftien serieus onderzoek naar wordt gedaan. De kennis erover moet dan ook worden gezien als een tussenstand. Op grond van die kennis wordt hulp geboden.

Het vakgebied van De Feyter bevindt zich op het snijvlak van orthodidactiek, ontwikkelingspsychologie en orthopedagogiek. Al die geesteswetenschap in zijn bagage, heeft De Feyter nodig, omdat kinderen met een leerstoornis, zoals dyscalculie, binnenkomen met een optelsom van psychische ellende. Veel kinderen die voortdurend struikelen tijdens het rekenen, krijgen daardoor namelijk last van faalangst, een negatief zelfbeeld en ze vertonen vermijdingsgedrag, opdat ze niet zullen terechtkomen in een situatie waarin ze opnieuw de mist in zullen gaan.

Een hulpverlener als De Feyter moet dus wel moeite hebben met een beslissing als die van de staatssecretaris, die leerlingen met dyscalculie zonder pardon het eindexamen wiskunde injaagt. Neeneenee, juist niet, reageert De Feyter. De tijd dat middelbare scholieren wiskunde mochten laten vallen, ligt achter ons. Een milde vorm zit in elk eindexamenpakket. En dat is maar goed ook, want voor het leeuwendeel van de vervolgopleidingen is basale kennis van wiskunde dwingend noodzakelijk. Dus werkt het alleen maar tegen die leerlingen, wanneer ze dat vak bij voorbaat terzijde mogen schuiven.

Wat volgens De Feyter wél nodig is? Er moeten voor scholieren met dyscalculie speciale voorzieningen en regelingen komen, vergelijkbaar met die voor dyslectici. Dat betekent bijspijkeren, bijvoorbeeld door ze gericht te trainen in het werken met een rekenmachine. En tijdens het examen moeten ze extra lang de tijd krijgen om de opdrachten te maken. Zo worden ze na dat eindexamen de wiskunde in hun vervolgopleiding ook de baas.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden