Dylan

Martin Bril..

Gisteren vijf jaar geleden kwam er een nieuw album van Bob Dylan uit: Love and Theft. Het was een gebeurtenis die overschaduwd werd door de aanval op het World Trade Center. Twee weken geleden kwam er opnieuw een album van de meester uit: Modern Times. Het is alom bejubeld als een meesterwerk.

Hoewel de titel naar het heden verwijst, is de muziek op dit album volkomen ouderwets, maar misschien ook wel tijdloos. Dat is typisch Dylan, een man die rock’n’roll, oude blues, western swing en nachtclubzang moeiteloos bij elkaar brengt - zingend met een krakende, neuzelende, scherpe, maar bij vlagen verrassend mooie stem.

In het eerste nummer, dat regelrecht van Chuck Berry gepikt zou kunnen zijn, bezingt de oude Bob de jonge R & B-zangeres Alicia Keys. Dat gaat zo:

I was thinkin’ ‘bout Alicia Keys, couldn’t keep from crying/When she was born in Hell’s Kitchen, I was living down the line/I’m wondering where in the world Alicia Keys could be/I been looking for her even clear through Tennessee.

Sindsdien zijn er op het internet verhitte discussies over wat Dylan nou precies heeft met Alicia Keys: is hij verliefd, hebben ze een verhouding, ligt zijn huwelijk weer eens in het water, probeert hij op deze manier zo te versieren?

Enzovoorts, enzoverder.

In een interview in Rolling Stone tilt hij zelf een tipje van de sluier op. Hij kwam de zangeres tegen bij de Grammy-uitreikingen, zag haar lopen in de gangen achter het podium. Hij werd niet eens aan haar voorgesteld, ze wisselden geen woord. Maar ‘I said to myself: there is nothing about that girl I don’t like.’ En daarna nam hij dus de moeite om even haar CV te lichten om te kijken waar ze is geboren. Hell’s Kitchen, een locatie geknipt voor een lied.

Het is me nog nooit overkomen dat aan het einde van een zomer Bob Dylan de man is waar ik het meest naar luister. Wat de zomer die achter ons ligt betreft: ik had gerekend op Gnarls Barkley, desnoods op Lily Allen. Maar het is Dylan geworden. Dag in dag uit schalt hij door huis en radio:

We eat and we drink, we feel and we think/Far down the street we stray/I laugh and I cry and I’m haunted by/Things I never meant nor wished to say/The midnight rain follows the train/We all wear the same thorny crown/Soul to soul, our shadows roll/And I’ll be with you when the deal goes down.

Een vrolijke plaat is Modern Times niet, maar gedreven klinkt de muziek wel. In de teksten hangt een apocalyptische duisternis, het moment van afrekening is om de hoek, de liefde kan niet anders dan falen, de dood is overal. Maar toch ben je geneigd dat allemaal niet te horen; zo upbeat klinkt de muziek, gemeen op sommige plaatsen, dan weer gladjes, dan weer honkietonkend monter, of zoet als een strijkje achter Dean Martin. Je zou bovendien ook nog kunnen beweren dat Dylans teksten er helemaal niet toe doen. Ze kunnen niet los worden gezien van de muziek, ze zijn muziek zelf - klanken, geluid.

Maar dan ploppen er toch weer een paar zinnen te voorschijn die blijven hangen:

Well, the whole world is filled with speculation/The whole wide world which people say is round/They will tear your mind away from contemplation/They will jump on your misfortune when you’re down.

Ja, luisteren naar Bob Dylan levert altijd iets op. Geen troost, trouwens. Daar handelt hij niet in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden