Dylan en Warhol in de muren

Vervolg van pagina 1.

Mocht dat het voorland zijn van het hotel, dan zal dat als godslastering worden beschouwd door velen die er gewoond of gelogeerd hebben. Er zijn meer hotels op de wereld die tot de verbeelding spreken, zoals het Ritz in Parijs, het Raffles in Singapore en het Park Hyatt in Tokio, waar Bill Murray als dolende ziel Scarlett Johansson ontmoet in de film Lost in Translation. Maar het Chelsea was meer dan een hotel. Het was de geboorteplaats van duizend-en-een-verhalen.


Ze vertellen hoe de schrijver Arthur Miller na zijn scheiding van Marilyn Monroe voor zes jaar zijn intrek nam in het hotel om de breuk te verwerken en schreef dat het hotel niet tot Amerika behoorde omdat het 'geen stofzuigers, regels en schaamte' kent.


Hoe de dichter Dylan Thomas zich dooddronk door achter elkaar achttien glazen whisky naar binnen te slaan.


Hoe Bob Dylan zonder te slapen in een paar dagen Sad Eyed Lady of the Lowlands schreef.


Hoe Jack Kerouac in een drugsmarathon van drie weken On the Road voltooide, de bijbel van de Beat Generation.


Hoe de zanger Leonard Cohen een kamer deelde met Janis Joplin, daarover Chelsea Hotel #2 schreef en later spijt had van zijn openhartigheid.


Hoe de aan heroïne verslaafde Nancy Spungen doodgestoken werd aangetroffen in haar kamer en hoe haar vriend, Sid Vicious, van de Sex Pistols, werd aangeklaagd maar nooit berecht omdat hij voor de rechtszaak overleed aan een overdosis heroïne.


Hoe Joni Mitchell's Chelsea Morning Bill en Hillary Clinton inspireerde om hun dochter Chelsea te noemen.


De verhalen hebben zich vastgezet in het geheugen, en worden uitentreuren door iedereen naverteld, als moderne heiligenlevens, inclusief dezelfde vermenging van feit en fictie. Dylan Thomas was een drinker, maar hij had ook suikerziekte en het is mogelijk dat zijn dood een prozaïscher oorzaak had: een griepje. Maar wat doet het ertoe?


In het Chelsea Hotel regeerde de verbeelding. Vanaf het eerste begin. De in Frankrijk geboren architect en idealist Philip Hubert liet zich bij zijn plannen voor het gebouw inspireren door de socialistische ideeën van de Franse utopist Charles Fourier. Hij had een coöperatieve gemeenschap voor ogen, die onderdak bood aan rijke en minder welgestelde New Yorkers en zo het contact tussen de verschillende klassen moest bevorderen, zegt Sherill Tippins, een historica die binnenkort een geschiedenis van het hotel zal publiceren. Elke etage was opgedeeld in luxe en eenvoudige appartementen. Er was veel licht en er waren brede gangen, gemeenschappelijke balkons, daktuinen, eetzalen en een feestzaal. Die moesten allemaal het sociale contact bevorderen, terwijl de muren dik genoeg waren om de privacy te garanderen en in stilte te kunnen werken.


Het gebouw, in Queen Anne-stijl, opende zijn deuren in 1884. Het werd in 1905 een residential hotel, maar de bevolking bleef divers. Een 'romantisch-socialistisch dorp midden in een kapitalistische Amerikaanse metropool, die voorzag in de basisbehoeften van elke creatieve gemeenschap, utopisch of niet: relatief lage woonlasten, stimulerend gezelschap, genoeg privacy en een hoge tolerantie voor verschillen in persoonlijkheid en gedrag, en respect voor creatief werk en voor de sociale functie van kunstenaars', aldus Tippins.


Ook nu het hotel gesloten is voor nieuwe gasten, wonen er nog steeds veel kunstenaars, fotografen, componisten en producers, wat het gebouw deels tot een kunstenaarskolonie maakt, deels tot een levend museum, met veel kunst aan de muren, schreef The New York Times in juli in een reportage over het 'einde van een tijdperk'.


Dat einde diende zich al aan toen de legendarische hotelmanager Stanley Bard in 2007 werd ontslagen door de raad van bestuur. Zijn familie kocht het hotel in de jaren dertig en hij bestierde het hotel vanaf 1957 voor vijftig jaar. Hij probeerde dat te doen in de geest van Philip Hubert. Hij hield ervan om verschillende types gasten onder te brengen op verschillende etages: muzikanten op de tweede verdieping, toeristen op de derde, mensen die hij wilde paaien in de suites op de achtste en negende, en labiele gasten bij de receptie.


Een van de redenen om het hotel te koop te zetten was verdeeldheid onder de vijftien aandeelhouders, zei een jaar geleden Paul Brounstein, een lid van de raad van bestuur, tegen The New York Times. Die aandeelhouders zijn voor het merendeel leden van drie Hongaarse families: de families Bard, Krauss en Gross. Zij zouden het niet eens zijn geweest over de toekomst van het hotel, waarvan gezegd werd dat het niet meer zo goed liep, hoewel de bezettingsraad niet onder de 84 procent zou zijn gezakt.


Maar wat er ook van het hotel moge worden, het zal zich niet zo gemakkelijk zijn verleden laten afnemen. Duizenden bekende en onbekende schrijvers, schilders, musici, filmmakers, dansers en politieke activisten hebben er onderdak gevonden, samen met duizenden anderen die geen kunstenaar waren maar wel een 'artistieke levenshouding' hadden, zegt Tippins. Zij weet zeker dat er iets van het leven en werk van mensen als Dylan Thomas, Arthur Miller, Bob Dylan, Janis Joplin, Jimi Hendrix, Andy Warhol, Milos Forman, Patti Smith, Robert Mapplethorpe en ontelbare anderen moet zijn doorgespijpeld en achtergebleven in de muren. Het Chelsea zal altijd het hotel van de geesten blijven.


Uit Chelsea Hotel #2 van Leonard Cohen:

I remember you well in the Chelsea Hotel,


you were talking so brave and so sweet,


giving me head on the unmade bed,


while the limousines wait in the street.


Those were the reasons and that was New York,


we were running for the money and the flesh.


And that was called love for the workers in song


probably still is for those of them left.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden