Dwingende, ideeënrijke spullenbaas

Een ruim zestig jaar oude anekdote: tegenover de familie Van Krimpen was in het Groningse Kloosterburen een kolenhandel gevestigd. Voor de deur stond een vrachtwagen geparkeerd....

Wim van Krimpen zegt dat hij een echte zoon is van zijn vader, dominee Van Krimpen die na de oorlog vanaf een Rotterdamse kansel ging preken, en lokaal faam verwierf met zijn goede werken. Twee lijfspreuken weerspiegelen die verwantschap. De eerste luidt: Als je niets doet, gebeurt er niets. De tweede: Kein Geschäft ohne Risiko. Net als zijn vader is Wim van Krimpen ondernemend van aard en durft hij van het geëigende pad af te wijken.

Botsing
Als directeur van het Gemeentemuseum in Den Haag zag Van Krimpen beide wijsheden overigens frontaal met elkaar in botsing komen. Voor de lieve vrede had hij een keer iets níét daon, en nog nooit in zijn toch tamelijk turbulente loopbaan zijn hem zulke verwijten gemaakt.

Sinds Wim van Krimpen besloot foto’s van de Iraanse fotografe Sooreh Hera niet te exposeren, ligt hij onder vuur. Op die foto’s stonden Iraanse homoseksuelen afgebeeld, onzichtbaar gemaakt met maskers van profeet Mohammed en diens schoonzoon Ali. Die boodschap van ‘intolerante islam’ kwam er bij het Gemeentemuseum niet in en nu staat Wim van Krimpen te boek als de man die de vrijheid van meningsuiting heeft prijsgegeven aan fanatieke moslims.

Het zal wel de spreekwoordelijke ironie van de geschiedenis zijn dat een man die zich liet kennen als zo kordaat in een Elsevier-column een ‘laf NSB-hondje’ heet te zijn. Joop van Caldenborgh: ‘Je kunt Wim echt van alles verwijten, maar niet dat hij niet dapper is. Sterker nog, ik denk dat zijn besluit juist getuigt van grote dapperheid.’ Van Caldenborgh is voorzitter van de Raad van Toezicht van het Gemeentemuseum.

Eigenzinnig
Als zijn jongste broer Ary de familie Van Krimpen moet typeren, valt als eerste het woord eigenzinnig. Hun vader was daarin het grote voorbeeld, als de klassiek Nederlandse combinatie van dominee en koopman. Zijn jeugdwerk bekostigde hij met restaurants en het uitgeven van De Havenloods, de eerste huis-aan-huis-krant van Nederland. Zo zijn dochter en zoons ook opgevoed: de samenleving behoeft ons aller inzet en het maakt niet uit hoe. Wim van Krimpen, de tweede zoon in de rij van drie, heeft die taak gezocht in de verspreiding van kunst.

Wanneer de passie daarvoor voor het eerst werd opgewekt, weet hij niet meer. Wel dat hij ooit als jongen heel Rotterdam heeft doorkruist, op zoek naar een cadeau voor zijn toenmalig vriendinnetje. De artistieke schaal waarmee Wim van Krimpen kwam aanzetten, vond hij zelf prachtig. De liefde hield geen stand.

De praktische invulling van de taak kwam geleidelijk tot stand, via de omweg van beurzen en tentoonstellingen. Toen de studie rechten hem steeds ongeduldiger stemde, kwam Van Krimpen in die branche terecht. Hij mocht zich al op 23-jarige leeftijd directeur noemen, en wel van Binnenhuis Ahoy’.

Nog vele beurzen zouden volgen, waarvan de ‘Hippy Happy Beurs voor tieners en twens’ niet ongenoemd mag blijven. Op 17 oktober 1967 traden in Ahoy’ de Bee Gees, Pink Floyd en Jimi Hendrix op. Met de laatste liet de in driedelig pak gestoken Van Krimpen zich voor een batterij lege bierflesjes fotograferen.

Commercieel
Martijn Sanders, de vroegere directeur van het Concertgebouw, leerde hem kennen in de kunstgalerie die Wim van Krimpen in de jaren zeventig in Amsterdam was begonnen. ‘De meeste galeriehouders waren idealisten, vaak gemankeerde kunstenaars.’ Zo niet Van Krimpen. ‘Wim was hartstikke commercieel en ging recht op zijn doel af.’

Samen met een paar andere kunstminnaars vatte Sanders het plan op voor een volwassen kunstbeurs, te houden in de RAI, en Van Krimpen wierp zich meteen op als organisator, met de meubelbeurs in Zuidlaren als aanbeveling.

En zo ging de nieuwe directeur van de nog niet bestaande KunstRAI op bezoek bij zijn collega van de RAI. Van Krimpen beloofde hem een perfecte kunstbeurs, een sieraad voor het Amsterdamse hallencomplex. De enige voorwaarde was dat er geen huur zou worden betaald. Zo’n onbeschaamd voorstel was de RAI-directeur nog nooit gedaan en hij ging akkoord.

Reputatie
De KunstRAI werd een begrip en Wim van Krimpen had zijn reputatie gevestigd. Sanders: ‘Tot die tijd had je op beurzen van die lullige wandjes, maar hij vroeg een architect voor de inrichting en het zag er prachtig uit. Dat was typisch Wim. En natuurlijk gaf hij zijn eigen galerie de beste plek op de beursvloer. Dat is ook typisch Wim.’

Die aanpak van een even bevlogen als handige tentoonsteller wekt zowel bewondering als afkeuring. Rudi Fuchs, laatstelijk directeur van het Stedelijk Museum en twintig jaar geleden directeur van het Gemeentemuseum, spreekt over Van Krimpen als ‘spullenbaas’. Fuchs vindt hem dus vooral handig, in zijn beleving van kunst geen aanbeveling. ‘Ik zou dat niet kunnen.’ En: ‘Een klassieke museumdirecteur, zoals Willem Sandberg en ikzelf, zal zich niet aanpassen. Dat is het grote verschil.’

Wim Pijbes zit aan de andere kant van het spectrum. Samen hebben ze de Kunsthal in Rotterdam gestalte gegeven; Pijbes werkte aanvankelijk onder hem als tentoonstellingsmaker en werd in 2000 zijn opvolger als directeur. Hij noemt hun samenwerking inspirerend. ‘Wim is iemand die buiten de geëigende paden treedt. Wat wij met de Kunsthal deden, was nog nergens ter wereld gedaan.’ Respectabel populisme noemt Wim Pijbes dat. ‘We probeerden een balans te vinden tussen spektakel en inhoud.’

Gestimuleerd
De weerstand die Van Krimpen ondervindt van wat hij als ‘het academische kunstcircuit’ beschouwt, heeft hem alleen maar gestimuleerd verder van de paden af te wijken. Daarin ziet broer Ary het eigenzinnige karakter van de familie weerspiegeld. Van verhevenheid moet hij niets hebben. ‘Wim vindt het heerlijk heilige huisjes omver te schoppen.’

In Friesland kon Van Krimpen wat dat betreft zijn hart ophalen bij het Fries Museum. Als de Friese provinciebestuurders hem wezen op het belang van de tweetaligheid, voegde Van Krimpen het Duits toe aan de bewegwijzering in het museum. En als hem daarover op vergaderingen in het Fries de waarheid werd gezegd, prees hij zich gelukkig de taal niet te kennen.

Bertus Mulder uit Veenwouden, destijds de verantwoordelijk gedeputeerde, is bondig in zijn commentaar. ‘Verkeerde man op het verkeerde moment op de verkeerde plek.’ Het Fries Museum was pas verbouwd en de nieuwe directeur begon er meteen over te klagen. Achteraf zou Mulder hem best een beetje gelijk willen geven, maar de manier waarop Van Krimpen zich uitte, weerhoudt hem daarvan. ‘Een energieke man met goede ideeën over toegankelijkheid van een museum, maar hij speelde het heel vervelend.’

Ook Toos Arends, destijds conservator moderne kunst, herinnert zich Van Krimpen als energiek en ideeënrijk. Bij haar ontbreekt echter Mulders kanttekening en dat zal alles te maken hebben met zijn ongemakkelijke verhouding tot de politiek. Voor een man die er van houdt om knopen door te hakken, loopt politiek over te veel schijven.

Marktwerking
Zijn aantreden bij het Gemeentemuseum viel samen met de verzelfstandiging daarvan. Voorganger Hans Locher was een museumdirecteur in de stijl van Sandberg en Fuchs, een man voor wie kunst nooit mag worden blootgesteld aan zoiets bezoedelends als marktwerking.

Maar de gemeente Den Haag wilde het bed opgeschud hebben en dat heeft Wim van Krimpen in alle vrijheid en met kennelijk succes mogen doen. De bezoekcijfers zijn onder zijn leiding elk jaar omhoog gegaan. Soms botste het wel eens, zegt oud-wethouder Louise Engering, maar nooit frontaal. ‘Wim neemt zijn verlies, maar hij is een ideeënrijk man die van alles verzint om toch zijn zin te krijgen.’

De weerstand die Van Krimpen opwekt, leidde tot het vertrek van de Raad van Toezicht en het ontslag van conservator Roel Arkesteijn. De laatste doet er het liefst het zwijgen toe. ‘Ik vind het te veel eer om iets over hem te zeggen. Ik heb geen zin meer om me met die man bezig te houden.’

Paul Kaiser, voorzitter van de opgestapte raad, nuanceert de problemen die er waren. ‘Wim is een man met een geprononceerde mening en dat gaf wrijving. Als je geen afstemming meer kunt bereiken, moet je soms besluiten om op te stappen.’

Koesteren
De nadruk in het Gemeentemuseum ligt onder Van Krimpen op exposeren. De belangrijke collectie Mondriaans die het Gemeentemuseum altijd heeft gekoesterd, is nu waardevol ruilmateriaal. Dat wekt wrevel. Galeriehouder Fred Wagemans: ‘De laatste keer dat ik in Den Haag was, hingen er maar vier Mondriaans. Als ik als toerist daarvoor uit Chicago kwam, zou ik teleurgesteld zijn. Maar er staat veel tegenover.’

Dankzij zijn Mondriaans maakt het museum goede sier met een Picasso-tentoonstelling, een ruil met het Ludwig Museum in Keulen. De bombarie waarmee dat gebeurt, stuit Rudi Fuchs tegen de borst. ‘Van Krimpen brengt het altijd alsof hij iets geweldigs heeft, of dit hét complete overzicht is. Maar het is flinterdun en selectief.’

De expositie met Picasso werd zaterdagavond geopend, toevallig tegelijk met 7-Up, een tentoonstelling van jonge kunstenaars, tot wie tot voor kort de Iraanse fotografe Sooreh Hera behoorde. De beslissing haar te lozen, moet Van Krimpen zwaar gevallen zijn. Broer Ary: ‘Ik zie aan Wim dat hij het er moeilijk mee heeft.’ Fred Wagemakers: ‘Voor het eerst is een controverse niet door hem geïnitieerd en dat zit hem niet lekker.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.