Column

Dwingende campagnekunst, maar dan goed

Jeanne Prisser bericht over wat zich afspeelt in de voorhoede van de beeldende kunst. Deze week: waterige fotoschilderijen en dwingende campagnekunst in de goede zin van het woord.

Werk uit de installatie Forest Law. Beeld BAK

Amsterdam, 16 september

Never forget the weather, adviseerde Papa Hemingway, maar toen ik afgelopen woensdag met het pontje richting de NDSM-werf tufte voor de vernissage van Amsterdam Drawing viel er niets te vergeten; opdringerig was het weer, opdringerig en nat. Het bleef zo tot in de beurstent. Daar roffelde de regen weliswaar gezellig op het dak, maar hing op de eerste wand al een tekening te bobbelen. Daar volgden er meer van en één galeriehouder was voor de zekerheid z'n stand al aan het ontruimen. Was de organisatie misschien naïef geweest inzake klimaatcontrole?

Wat de naam Amsterdam Drawing betreft: die is te nauw. Beter zou zijn: Amsterdam Paper. Want dat is het: een beurs met dingen van en op papier. En 'dingen' kan hier ruim worden opgevat: tekeningen, aquarellen, gouache, fotografie, prints, collages, knipsels en prikkertjes met kleine zwarte silhouetten - die ook. Te midden daarvan was het fijn trendjes signaleren. Iemand had het over obscure-archieffoto-tekenkunst, voorwaar: het Marcel van Eeden-effect. Ik zag op mijn beurt door het veelvingerige geroffel van de regen en het soppen van mijn schoenen overal water.

Bij Livingstone Gallery: een onheilspellend zeegezicht van Raquel Maulwurf.

Bij Rento Brattinga: een intrigerend ensemble van overgeschilderde krantenfoto's van vluchtelingen-boten (als in: boot wordt zee) door Celine van den Boorn.

Dat was water als onderwerp; het was er ook als medium. Anders gezegd: er hingen veel aquarellen. Ze toonden de tragischer kanten des levens: vluchtelingen en zwerfkinderen, vele waren gebaseerd op foto's. Slecht waren ze niet. Schools wel, soms. Wie plaatjes na wil schilderen, moet dat natuurlijk vooral doen en dat hele gedoe over authenticiteit: ik wil er vanaf zijn. Maar de beperkingen van die praktijk werden hier weer eens duidelijk.

Neem Heske de Vries. Haar naam gonsde dit jaar opnieuw over de beurs. Dat snap je: verstilde impressies van weidse pleinen gevangen in bleke kleuren, sfeervol en verleidelijk; figuren schildert ze ook. Zo'n stadsgezicht met z'n langgerekte schaduwen en lijnenspel laat zich nog wel van foto naar waterverf vertalen. Voor koppen geldt dat minder. Die krijgen al snel iets generieks. Een ovaal met twee gaten etcetera. Doodshoofdjes. Ik kan het mis hebben, maar mij lijkt dat het gevolg van beperkte informatie; niet des kunstenaars observatievermogen of fantasie, maar wat het plaatje biedt is de limiet. Zoals gezegd: dat kun je voor lief nemen, maar een verschraling is het wel.

Chance, door Celine van den Boorn. Beeld Celine van den Boorn

Utrecht, 17 september

Uit The Life and Times of Jeanne P: ooit - we hebben het hier over de woeligste baren van mijn levenszee - huisde in mij een activiste. Ik ageerde tegen dierenmishandeling, vooral wanneer het hondjes betrof. Ik typte mijn grieven op en stuurde ze aan politici en organiseerde anti-bontbijeenkomsten. Ik was, kortom, de Dion Graus van toen - zij het beter gekleed.

En op een gegeven moment hield ik daar ook weer mee op.

Nu zal het de leeftijd zijn, maar de laatste jaren vraag ik me steeds vaker af: wat als? Wat als ik ermee was doorgegaan? Was de kunst dan in mijn leven gekomen, de voorhoede?

Zo ging het ook tijdens mijn bezoek aan BAK in Utrecht, waar ik de enige bezoeker was. Wens ik kleine instellingen doorgaans meer publiek toe, nu was ik verheugd. De stilte had misschien te maken met de aankondiging; de huidige expositie Forest Law is onderdeel van Future Vocabularies / Human-Inhuman-Posthuman. Daarvan worden slechts weinigen warm, ikzelf ben geen uitzondering. Maar vanaf het moment dat ik de benedenruimte binnenliep, wilde ik er blijven.

Daar werd mij door kunstenaar Ursula Biemann en stedenbouwkundige Paulo Tavares een verhaal verteld over het bedreigde Amazone-regenwoud in zuidelijk Ecuador. In een mooie, non-lineaire film, die verdeeld was over twee schermen, zag ik een inheemse medicijnman op zijn dooie akkertje tussen het dichte groen scharrelen. Een andere regenwoudbewoner maakte duidelijk wat het bos voor hem betekende: alles. Dit regenwoud had een ziel, zei hij, iets wat ook bleek uit de installatie met boeken en videomateriaal over een serie rechtszaken aan het Inter-Amerikaanse Hof voor de Rechten van de Mens. Die rechtsgang leidde in 2008 tot de uitspraak dat de natuur in Ecuador basisrechten heeft, waaraan niet mag worden getornd.

Power to the trees! Mijn trage activistenbloed begon sneller te stromen.

En dat bleef stromen toen ik op de zolder van BAK nog twee films van Biemann trof, en wel over oliewinning en vervuild zeewater. Vrouwen in Bangladesh die tot aan hun knieën in de modder stonden, lieten me nadenken over onherstelbare schade door menselijk handelen. Het was daar dat ik nieuwsgierig werd naar deze Zwitserse vrouw, eveneens van een zekere leeftijd, zag ik op mijn telefoon. Zij had haar activisme niet opgegeven, maar zette het om in kunst. Dwingend was ze, jazeker, maar niet verwijtend. Haar werk was geen pamflet. Het was kunst én campagne. Ik dacht aan haar en daarna aan de voorhoede. Die leek opeens veel minder belangrijk.

Video-installatie Forest Law, door Ursula Biemann en Paulo Tavares. Beeld BAK

Amsterdam Drawing 17-20/9, NDSM-werf, Amsterdam-Noord.

Forest Law in BAK, Utrecht. T/m 29/11.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden