'Dwaze Moeders' in Algerije wachten op waarheid

Laat een 'waarheidscommissie' oordelen over wat in de jaren negentig in Algerije is gebeurd, stelt SOS Disparus.

ALGIERS -Ze ogen fragiel, de veertig oudere vrouwen en een paar mannen op de stoep langs de boulevard Bougara in hartje Algiers. Maar hun stemmen klinken luid en krachtig. 'Wij willen de waarheid' en 'Waar zijn onze kinderen', schreeuwen ze in het Arabisch boven het lawaai van de ochtendspits uit, tegen uitstappende buspassagiers en agenten die hen scherp in de gaten houden.


Elke woensdag staan ze hier, een paar honderd meter van de 'staatscommissie voor bevordering en bescherming van de mensenrechten', waar ze niet voor de deur mogen betogen. In hun handen houden ze grote, geplastificeerde foto's van zonen, mannen en broers die verdwenen na hun arrestatie in de jaren negentig, tijdens de strijd van het leger tegen islamistische rebellen.


'Hier worden we de laatste maanden met rust gelaten, dankzij internationale druk', zegt Hasane Ferhati (47). De geheime dienst martelde hem, 'totdat ik niets meer voelde, tot ik een levende dode was', alleen omdat zijn broer werd gezocht. De broer zelf werd gedood, een andere broer wordt vermist.


De betogers, die vergelijkbaar zijn met de 'Dwaze Moeders' uit Argentinië, willen graag hun verhaal kwijt. 'U ziet ze over een kwartier terug, zeiden de agenten toen ze mijn man en zoon kwamen halen', zegt een 62-jarige vrouw met Berber-tatoeage op de kin. 'Maar ik wacht nog steeds.' Een ander wil op de foto terwijl ze het portret van haar zoon kust. Een derde vertelt hoe een zwager, die bij de politie werkte, haar echtgenoot kwam arresteren.


'Hele families waren verscheurd - de ene broer steunde het leger, de andere het islamistische verzet', zegt Nasséra Dutour, het 55-jarige gezicht van SOS Disparus, zoals het collectief familieleden van vermisten zich noemt. Ze staat tussen de vrouwen, en schreeuwt misschien het hardst van allemaal.


Dutours zoon Amine was 21 toen hij in 1997 verdween. 'Er was een aanslag geweest in de buurt van ons huis en de politie hield jongeren aan die op straat liepen. Hij is een maand in een politiecel vastgehouden. Dat is alles wat ik weet.'


In het kantoor van SOS Disparus, gevestigd in een voormalige woning, zijn twee muren behangen met portretfoto's van jongens en mannen, met daaronder hun naam en de datum van arrestatie. Ruim achtduizend dossiers verzamelde de organisatie, sinds haar eerste vergaderingen in 1999 in de woning van Dutours moeder. Dutour wijst een voor een foto's aan, vertelt verhaal na verhaal.


De verdwijningen begonnen na 1993. Het leger had met een coup, gesteund door de meeste seculiere partijen, voorkomen dat de radicale Islamitische Heilspartij (FIS) de parlementsverkiezingen, begin 1992, zou winnen. Gefrustreerde FIS-leden bonden daarop de gewapende strijd aan met het leger. Ze noemden zich GIA: de Gewapende Islamitische Groep.


De GIA pleegde bloedige aanslagen. Soms werden hele dorpen uitgemoord. Leger, politie, gendarmerie en plaatselijke milities reageerden met massa-arrestaties onder veronderstelde FIS-aanhangers, martelingen op grote schaal en opsluiting in drie kampen diep in de woestijn van Algerije. 'Concentratiekampen waren het, zoals Dachau', zegt Dutour. 'Mijn moeders buurvrouw had een zoon van 20, een militair, die daar werkte. Hij kreeg zeven jaar cel toen ze ontdekten dat hij brieven meesmokkelden van gevangenen voor hun familie. Zeven jaar, omdat hij toonde mens te zijn.'


In 1999, nadat het leger een burgerregering had geïnstalleerd en de huidige president Abdelaziz Bouteflika de verkiezingen had gewonnen, volgden amnestiewetten: de islamistische strijders werden niet vervolgd als ze de wapens zouden neerleggen. Velen deden dat, en na 200.000 doden kwam een eind aan wat officieel de 'nationale tragedie' heet. Bouteflika kreeg er veel krediet voor, waarvan hij nog profiteert. Maar met één pennestreek werden tegelijkertijd ook de autoriteiten gevrijwaard van vervolging wegens marteling, moord en de 'verdwijningen'.


Dutour weigert 'de pagina om te slaan', zoals de autoriteiten hoopten. 'We willen een waarheidscommissie zoals Zuid-Afrika had. We willen weten waar onze zonen liggen, als ze dood zijn.' Het is een van de redenen dat zij achter de recente demonstraties tegen de regering in Algiers staat, en heeft mee betoogd, ondanks een verbod. Maar ook als de oppositie aan de macht komt, weet ze niet of dat haar organisatie zou helpen. 'Geen van de oppositiepartijen wil een waarheidscommissie.'


De laatste amnestiewet, van 2006, beloofde familieleden van vermisten smartegeld als ze hun verwanten officieel dood zouden laten verklaren. Het bleek een splijtzwam binnen SOS Disparus. 'Het gaat om 18 duizend euro per vermiste. Sommigen hadden dat geld hard nodig. Ze durfden het echter niet te zeggen, uit schaamte tegenover de anderen die dat principieel weigerden', zegt Dutour.


Zij behoort tot die laatste groep. 'Mijn zoon is niet te koop.' Maar anderen wil ze er niet om veroordelen.


'Toen bleek hoe verdeeld we raakten, heb ik een brief opgesteld, voor al die moeders en vaders, om te benadrukken dat niemand hen zal verwijten geld aan te nemen, en dat ze ook daarna opheldering konden blijven vragen over de vermisten. Vijfduizend brieven hebben we verstuurd. Het was hier een soort fabriekje, met vrijwilligers die enveloppen adresseerden en dichtplakten. Maar het hielp. De eenheid is terug.'


Ze moet even grinniken. 'Het mooie is dat als je nu de overlijdensakte in handen hebt, je tegen de overheid kunt zeggen: mijn man is officieel dood, toch? Geef me dan ook zijn lichaam om te begraven.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden