Dwarse neus

Bij chemieconcern Bayer ontdekte slagerszoon Alessandro Gualtieri zijn gave. ‘Dure spullen maken nog geen goede geur.’..

Silver Musk is een ontzettend exclusieve geur. Niet door de prijs (met 90 euro voor 30 ml pittig, maar niet buitensporig), niet door de kleine oplage (voorlopig maar 600 flessen) en niet eens door het hoge gehalte aan geurstoffen (het is een parfumextract, wat betekent dat het nog sterker is dan parfum).

Silver Musk is een geur die niet voor iedereen toegankelijk is. ‘Er zitten een paar muskusnoten in die zelfs sommige parfumeurs niet kunnen ruiken’, zegt Alessandro Gualtieri (39), de bedenker van de geur. ‘Er zijn mensen die zeggen: weet je zeker dat dit het is? Die ruiken alleen citroen, bergamot, misschien wat sandelhout en iris. Maar degenen die de muskusnoten wel ruiken, ruiken ze meteen heel goed. Voor hen is het een delicate geur, die lang, lang blijft hangen.’

Silver Musk is een van de vijf geuren die de in Nederland wonende Italiaan onlangs lanceerde. Nasomatto, heeft hij zijn merk gedoopt, ‘gestoorde neus’ – in de tijd dat hij nog voor een multinational werkte, werd hij geregeld teruggefloten omdat zijn vaak zware, dierlijke creaties raar en ondraagbaar zouden zijn. ‘Nu kan ik precies doen wat ik zelf wil, zonder restricties.’ Zelfs de flesjes met houten doppen heeft hij zelf ontworpen.

Het is de eerste keer dat hij zijn eigen naam aan een project verbindt. Toch heeft Gualtieri, of zoals hij zichzelf op zijn antwoordapparaat noemt: The Nose, al aardig wat bekende geuren gemaakt, waaronder Versus Donna (Versace), Valentino Vendetta en Trussardi Donna.

Sinds hij tien jaar geleden met zijn vrouw, de Nederlandse modeontwerper Lilian Driessen, in Amsterdam neerstreek, doet hij ook projecten voor Nederlandse opdrachtgevers. Met beeldend kunstenaar Birthe Leemeijer bedacht hij in 2005 L’Essence de Mastenbroek, waarin alle geuren uit de polder – hooi, gras, water, koeien – samenkomen in een verrassend draagbaar luchtje. Een paar maanden geleden werd A.Maze gepresenteerd, een rozengeur met saffraan en henna voor het Arnhemse modemerk The People of the Labyrinths. Orson + Bodil, voor het gelijknamige modemerk van Alexander van Slobbe, is een zware, elegante, oriëntaalse parfumolie.

Ook Gualtieri’s meest geroemde creatie maakte hij voor een Nederlandse opdrachtgever. Luctor et Emergo, de eerste geur van The People of the Labyrinths, is een uniseksgeur die groen en grassig begint, dan sensueel wordt en als een zachte deken van vanille, hout en amandel eindigt. De gezaghebbende Amerikaanse modesite Style.com riep het bijna tien jaar oude parfum onlangs uit tot een van de vijf beste cultgeuren ter wereld: ‘Duur, maar deze ongewone, sexy, moeilijk te vinden geur is iedere cent waard.’

Gualtieri heeft zijn laboratorium op de onderste verdieping van het huis bij het KNSM-eiland, waar hij en zijn vrouw met hun drie zoons wonen. Op smalle planken staan honderden flesjes met ruwe ingrediënten; op een tafel staat een weegschaal en liggen pipetjes en voorbedrukte formulieren waarop hij elke stap in het ontwerpproces zorgvuldig noteert. Gemiddeld bevatten Gualtieri’s geuren zo’n vijftig verschillende geurstoffen, en het kan maanden, soms jaren duren voor hij tevreden is over de samenstelling.

‘Het is de laatste tijd erg in de mode om te praten over ruwe materialen, over hoe fantastisch een geur is omdat er zoveel echte dit of dat inzit’, zegt hij. ‘Ik kan nu ook een verhaal gaan houden over de jasmijn die ik uit Egypte haal, en sandelhout uit India. En hier’ – hij haalt een klein flesje uit een kastje, met daarin een sterk dierlijk ruikende olie – ‘echt agarhoutextract, dat gebruiken sultans zo op hun huid. Kost 85.000 dollar per kilo. Dat komt uit Cambodja, ik heb het in Jemen gekocht van een Saoedische handelaar. Maar ik gebruik ook dingen die bij wijze van spreken 10 eurocent per liter kosten.’ Waarmee hij wil zeggen: dure, natuurlijke ingrediënten maken nog geen goede geur. ‘Het gaat om het evenwicht, de combinatie van stoffen, natuurlijke en synthetische, goedkope en dure. Als je bijvoorbeeld roos gebruikt, is het niet altijd aan te bevelen alleen natuurlijke roosnoten te nemen; die zijn vaak zo sterk dat ze andere dingen wegdrukken.’

Er zijn weinig beroepen die zo tot de verbeelding spreken als die van parfumeur, al was het maar omdat er geen officiële opleiding voor bestaat. Een neus, zo lijkt het, wordt geboren, niet gemaakt.

‘Onzin’, zegt Alessandro Gualtieri. Tot zijn 22ste had hij er geen idee van dat hij beter kan ruiken dan anderen. En als hij toen niet op een advertentie van chemieconcern Bayer had gereageerd, was hij er misschien wel nooit achtergekomen.

Parfum bestond in zijn ouderlijk huis in Milaan niet, alleen degelijke zeep, en vooral: de geur van bloed – Gualtieri’s vader, grootvader en overgrootvader waren allemaal slagers. (Ja, hij heeft wel eens geëxperimenteerd met de geur van bloed, ‘maar daar is niks uitgekomen’).

Gualtieri studeerde een jaar sociale wetenschappen, vervulde zijn dienstplicht en vertrok vervolgens naar Keulen, Berlijn en Londen. ‘Weg van huis, talen leren, beetje werken.’ Na nog een jaar van ‘elke maand een ander baantje’ in Italië besloot hij een serieuze betrekking te zoeken, en zo stuitte hij op de advertentie, waarin werd gevraagd om een laborant en ‘iemand die geuren test’. ‘Ik had scheikunde gedaan op school en sprak Duits, dus ik dacht: zoiets kan ik wel gaan doen.’

Hij slaagde voor de geurtesten, en kwam terecht bij de parfumtak van het bedrijf, waar een oudere parfumeur zijn talent ontdekte. In Duitsland volgde hij de interne opleiding tot neus en werd ‘gegrepen’.

De eerste geur die Gualtieri bij Bayer maakte, was een mannengeur voor modeontwerper Romeo Gigli, Romeo Gigli geheten. ‘Hij is niet meer te koop’, zegt hij, ‘maar het was een goede geur, en dat kan ik niet van alles zeggen dat ik voor Bayer heb gemaakt. Van Valentino Vendetta en Versus Donna herinner ik me vooral de kattenpislucht. Dat kwam door de mimosa, dat was toen geloof ik erg in de mode. Ik heb het sindsdien nooit meer gebruikt.’

Een paar andere geuren zijn simpelweg niet geworden zoals hij het wilde. ‘Het probleem is dat multinationals geuren willen die acceptabel zijn voor miljoenen mensen. Daarom gaat zo’n geur voortdurend langs allerlei testgroepen. Maar hoe meer mensen je iets laat ruiken, hoe meer meningen je krijgt. En dan moet het ook nog goedkoop, dus je eindigt altijd met een raar compromis, of iets dat lijkt op een bestaande succesgeur.’

Soms, zegt hij, wordt dat met zoveel woorden aan een neus verteld: maak dit na, maar dan net iets frisser of net iets zoeter. Flowerbomb van Viktor & Rolf vindt hij een goed voorbeeld van een geur die op zo’n manier tot stand is gekomen.’

‘Ik heb het idee dat vooral naar Angel van Thierry Mugler is gekeken, dat doet het in Amerika enorm goed. Of liever gezegd: het lijkt precies op een Italiaanse imitatie van Angel. Het is niet voor niks dat de kleine, bijzondere geurmerken het zo goed doen. Van iedere succesgeur worden meteen honderden kopieën gemaakt, het is allemaal even ongeïnspireerd in de massamarkt.’

In 1997 nam hij ontslag bij Bayer, en in datzelfde jaar was zijn eerste project als zelfstandige neus klaar: Diesel Plus Plus, een melkachtig luchtje in een mannen- en een vrouwenvariant. ‘Er waren toen net een paar lactonen, melknoten, op de markt gekomen’, zegt hij. ‘Ik wil niet arrogant doen, maar daarna begon iedereen ze te gebruiken. Tegenwoordig zitten ze zelfs in schoonmaakmiddelen. Want zo gaat dat: een trend begint bij modegeuren, sijpelt door naar cosmetica, en vervolgens naar toiletverfrissers en wasmiddel.’

Als hij voor modeontwerpers werkt, kijkt Gualtieri naar hun persoonlijkheid en stijl, en luistert hij naar hun wensen. ‘Ontwerpers hebben vaak al een heel duidelijk idee, maar ze missen het gereedschap en de vaardigheid om het uit te voeren. Ik ben nu net in gesprek met Hussein Chalayan, die moet je zelfs afremmen, zo vol ideeën zit hij.’

Bij Gualtieri’s eigen geuren is het een heel ander verhaal: dan heeft hij een duidelijk concept of tenminste ‘een gevoel van opwinding’ nodig om te kunnen beginnen.

‘Het is niet zo dat ik meteen al een bepaalde geur in mijn gedachten heb, of geïnspireerd raak door geuren die ik tegenkom. Vorige week was ik twee dagen in Zeeland. Daar heb je van die witte bloemen die zo naar honing ruiken, de naaldbomen in de aangelegd bossen, de geur van bunkers. Het is een combinatie waarmee je best iets zou kunnen doen. Maar ik kom dan niet verder dan alleen een sfeer, en dat leidt tot niks.’

Het idee voor de rozengeur waar hij op het moment mee bezig is (werktitel: Naked Rose) komt voort uit de huidige cocktailmode in de horeca. Binnenkort wordt zijn lijn gepresenteerd in een winkel in Milaan, dus had hij bedacht dat hij geurcocktails zou maken. Een basisgeur van rozen zou op verzoek ter plekke gemixt kunnen worden met verschillende toevoegingen.

Onhaalbaar plan, schokschoudert hij. ‘Die cocktails gaan natuurlijk niet werken. Je kunt niet binnen een minuut een goeie geur maken. Maar goed, ik ben er toch een beetje opgewonden door geraakt en het idee voor de rozenbasis is gebleven. Als die af is, kan het weer een heel andere kant opgaan, maar dat maakt verder niet uit.’

Ook de vijf eerste geuren van Nasomatto zijn nadrukkelijk conceptueel. Hindu Grass moet ‘het geloof in universele vrede en liefde’ verbeelden, Narcotic Venus is het resultaat van een ‘zoektocht naar de overweldigende, verslavende intensiteit van de vrouwelijke seksualiteit’, Duro gaat over mannelijke kracht. Absinth, bedoeld om onverantwoordelijk gedrag uit te lokken, bedacht hij nadat hij op een absintfeestje was geweest.

Silver Musk, de lichtste, subtielste geur die Gualtieri ooit maakte, is gebaseerd op de verering van superhelden. ‘Het zijn mensen die je denkt te kennen, maar waar je niet bij kunt komen, die onaanraakbaar zijn. Ze zijn er, en ze zijn er niet, net als dit parfum.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden