Dwarse denker in de PvdA en een kleurrijke econoom

Hij was binnen de PvdA een van de weinigen die een geleide loonpolitiek wilde. Hans van den Doel moest niets weten van 'het biefstuksocialisme'.

'Ik verdien veel te veel', vond hoogleraar en PvdA'er Hans van den Doel in de jaren zeventig. 'Maar ik stort het niet terug bij Joop den Uyl. Ik pleit ervoor dat ze het mij afpakken.'


Net op het moment dat dit kabinet weer de Loonwet van stal haalt, is de kleurrijke PvdA-econoom Hans van den Doel op 74-jarige leeftijd overleden. Hoewel hij vanwege een hersenbloeding al sinds 1981 weinig in de publiciteit trad, had Van den Doel in de jaren daarvoor met zijn dwarse standpunten een groot stempel op de partij gedrukt.


Hij was binnen de PvdA een van de weinige voorstanders van een geleide loonpolitiek, omdat hij niets moest weten van wat hij 'het biefstuksocialisme' noemde. 'Weet je wat de consequenties zijn van loonsverhoging? Eerst allemaal een auto, dan allemaal een zeiljacht en tenslotte een privévliegtuig. Dat proces moet doorbroken worden', zei hij in 1976 in een interview met Bibeb. 'Ik weet zeker dat arbeiders werkgelegenheid, woningen en onderwijs belangrijker vinden dan verre vliegreizen.' Van den Doel werd geboren in een gereformeerd gezin in Zierikzee waar zijn vader directeur was van de plaatselijke bank. Met zijn eeneiige tweelingbroer Huib groeide hij zij aan zij op met muziek en het lezen van Nietzsche en Jung. Hij ging studeren aan de Vrije Universiteit en werd lid van de PvdA.


In 1966 behoorde hij samen met Jan Nagel, André van der Louw, Arie van der Zwan en Han Lammers tot de initiatiefnemers van Nieuw Links en schreef mee aan het manifest Tien over Rood. Maar met zijn pleidooi voor een regering met KVP en D66 kreeg hij het ook met de partijvernieuwers aan de stok. 'Ik onderscheidde mij ook van hen doordat ik niet dronk en niet zo goed was in vrouwen versieren', zei hij later.


In 1967 werd hij Tweede Kamerlid. Het eerste wat hij deed was pleiten voor volledige afschaffing van de hypotheekrenteaftrek. Maar de partij schrok van de vele boze brieven van de eigen aanhang op dit voorstel.


Hij was minister van Volkshuisvesting in het schaduwkabinet van Den Uyl, maar weigerde later de echte post. Van den Doel, die in 1971 was gepromoveerd bij Tinbergen, was toen al hoogleraar politieke economie in Nijmegen geworden. 'Mijn kracht ligt niet in de politiek, maar in het bestuderen van wat anderen doen.' In 1976 verscheen zijn boek Democratie en Welvaartstheorie waarin hij het dilemma schetste van een democratische overheid voor de collectieve voorzieningen en de markt die dat moest financieren.


In oktober 1981 kreeg hij twee hersenbloedingen achter elkaar. Hij lag twee maanden in coma. Toen hij bijkwam kon hij niet meer praten. Langzaam pikte hij dat woordje voor woordje weer op. Gelukkig bleek zijn denkvermogen niet aangetast. Hij leefde verder als afasiepatiënt op het Friese platteland. In een interview met Jan Tromp in de Volkskrant in 1994 bleek hij niet van standpunt te zijn veranderd: 'Ik ben nog steeds overtuigd dat als werknemers moeten kiezen tussen meer poen of meer werkgelegenheid, sociale zekerheid en gemeenschapsvoorzieningen, zij voor het laatste kiezen.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.