Dwangarbeid in Birma bestaat nog steeds

Vandaag, zestig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog in de Pacific, kent Birma (Myanmar) nog altijd dwangarbeid. Wie bekommert zich om de Birmezen die nu romusha zijn, vraagt Jan Banning....

Al decennia beklaagt de Nederlands-Indische gemeenschap zich over het gebrek aan interesse van de 'Hollanders' voor hun lot in de oorlogsjaren. Dan zou je dus verwachten dat de leden van deze gemeenschap zelf wél interesse opbrengen voor het lot van anderen in vergelijkbare omstandigheden, zeker als het gaat om lotgenoten in de gebieden waar zij zelf zozeer hebben geleden.

Maar ook dit jaar weer prijkt de consul-generaal van Myanmar - voor de democraten onder ons: Birma - op de lijst van eregasten bij de herdenking van de Birma-Siamspoorweg. Aanstaande zaterdag, 20 augustus, wordt op het terrein van het Arnhemse museum Bronbeek een herinneringsmuur onthuld met de namen van de dwangarbeiders die tijdens de bouw van die spoorlijn om het leven zijn gekomen - afgezien van de ruim honderdduizend Aziatische burgers, de romusha's. Daar zal dus ook de vertegenwoordiger bij zijn van een regime dat nog steeds gretig gebruik maakt van dwangarbeid. Heilig ontzag voor hoogwaardigheidsbekleders bij de organisatoren gaat hier samen met egocentrisme en desinteresse.

De verhalen van overlevenden van de Birma-Siamspoorweg getuigen van de gruwelijke omstandigheden waaronder zij dwangarbeid moesten verrichten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tegenwoordig leven zij gelukkig in vrede en veiligheid. Maar dat geldt niet voor de bewoners van het Birmese deel van de streek waar de spoorlijn doorheen liep. De bevolking daar is haar leven nog steeds niet zeker en velen moeten nog dagelijks dwangarbeid verrichten. Zij zijn de romusha's van deze tijd.

In de Tweede Wereldoorlog streden leden van de diverse etnische minderheden die de Birmese grensgebieden bevolken aan de kant van de geallieerden. Kort na de Birmese onafhankelijkheid in 1948 liepen de spanningen tussen deze minderheden en de etnische Birmanen centraal in het land (die in de eerste oorlogsjaren samenwerkten met de Japanners in de hoop op onafhankelijkheid) uit op een burgeroorlog. Groepen als de Karen en de Mon, bewoners van het gebied van de Birma-spoorweg, namen de wapens op tegen de regering in Rangoon: zij voelden zich gediscrimineerd en eisten meer autonomie.

De situatie verslechterde verder toen in 1962 het Birmese leger onder leiding van Generaal Ne Win een staatsgreep pleegde en een militaire dictatuur vestigde. De grondwet werd afgeschaft en het parlement ontbonden. Jaren van burgeroorlog, onderdrukking en economisch wanbeleid brachten Birma, eens het meest ontwikkelde en welvarende land in de regio, aan de rand van de afgrond. In 1988 leidde dit tot grootschalige protesten. Miljoenen in het hele land gingen de straat op en eisten het aftreden van de militaire junta en democratisering.

Het Birmese leger sloeg de beweging bloedig neer, soldaten openden het vuur op de ongewapende betogers, waarbij duizenden doden vielen. Onder internationale druk schreven de militaire machthebbers in 1990 verkiezingen uit.

Tot hun grote verrassing en ondanks hun saboterende maatregelen won de Nationale Liga voor Democratie (NLD), geleid door Aung San Suu Kyi (winnares van de Nobelprijs voor de Vrede in 1991), meer dan 80 procent van de zetels. Het leger weigert echter tot op de dag van vandaag de macht over te dragen en veel leden van de NLD zitten in de gevangenis.

Na een machtsstrijd binnen de junta, afgelopen najaar, lijken de hardliners de overhand te hebben gekregen. Zeker tien leiders van etnische minderheden zijn gearresteerd. Aung San Suu Kyi was al opnieuw onder huisarrest geplaatst 'voor haar eigen veiligheid' en contact met de buitenwereld is nu vrijwel geheel onmogelijk gemaakt.

Voor buitenlandse hulporganisaties is het nog moeilijker geworden om in Birma te werken.

In de armoedige grensgebieden duurt de oorlog nog voort, eigenlijk niet veel anders dan in de jaren 1942-' 45. In zijn strijd tegen de Karen National Union en andere minderheden schendt het Birmese leger, net als destijds Japan, de mensenrechten. Voorts maakt het Birmese leger op grote schaal gebruik van dwangarbeid. Burgers worden ingezet als drager voor het leger. Weken- en soms maandenlang moeten zij met gevaar voor hun leven voedsel en wapens naar het front dragen.

Er zijn meer dan 140 duizend Karen de grens over gevlucht naar Thailand. Daar worden zij opgevangen in vluchtelingenkampen langs de grens. Buitenlandse hulporganisaties, waaronder Nederlandse, voorzien hen van eten, onderdak en medische hulp, onder andere met steun van de Nederlandse regering en de Europese Unie .

Ook in Centraal-Birma maakt de junta gebruik van dwangarbeid: duizenden mannen, vrouwen en kinderen zijn geronseld om te werken aan wegen, dammen en - jawel - spoorlijnen. Voor de straatarme bevolking van Birma is dit een zware belasting. De meeste mensen leven al op een bestaansminimum en een dag dwangarbeid betekent een dag geen inkomen. Daarom sturen ouders vaak in hun plaats kinderen om aan de eisen van het leger te voldoen.

In 1997 verboden de Verenigde Staten verdere investeringen in Birma. De EU weigert juntaleden en militaire functionarissen de toegang tot Europa en heeft een wapenembargo ingesteld. In 2004 heeft de EU ook een verbod ingesteld op het aangaan van economische samenwerking met een groot aantal Birmese staatsbedrijven - feitelijk in handen van de militairen. In 1998 concludeerde de International Labour Organisation van de Verenigde Naties (ILO), dat het Birmese regime op systematische wijze gebruikt maakt van dwangarbeid: een misdaad tegen de menselijkheid. De ILO heeft inmiddels alle landen opgeroepen de investeringen die op enige wijze profiteren van dwangarbeid, bijvoorbeeld aan de Birmese infrastructuur, te beëindigen.

Wie weet zal internationale druk ooit een einde maken aan dictatuur en dwangarbeid in Birma en het begin inluiden van een betere toekomst voor de bewoners van het gebied van de Birma-spoorweg. Maar van het Comité Herdenking Birma-Siam Spoorweg hebben vroegere bondgenoten als de Karen, maar ook de bewoners van Centraal-Birma, in elk geval niets te verwachten: dat heet de officiële vertegenwoordiger van deze dictatuur van harte welkom.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden