Duurzaam beleggen nog vooral een belofte

Het klinkt goed: beleggen met schoon geweten én prima rendement. Maar de duurzame beleggings-fondsen maken hun grote belofte nog niet waar....

Kinderarbeid, wapenproductie, milieuvervuiling, overbevissing en ongebreidelde houtkap: uitwassen van de wereldeconomie die snel tot het verleden zouden behoren als de belegger zich kritischer zou opstellen. Door zijn geld uitsluitend in bedrijven te steken die zich door meer dan winstbejag laten leiden, zou niet alleen de wereld maar ook de individuele belegger een stuk beter af zijn.

Dat is namelijk het mooie: juist die ondernemingen die vanuit een lange-termijnvisie verantwoordelijk met hun natuurlijke hulpbronnen, hun werknemers en hun omgeving omgaan, hebben op de lange termijn de beste overlevingskansen. People, planet, maar vooral ook profit, kan het mooier? Beleggen met een schoon geweten én een superieur rendement.

Nu, ruim twee jaar na de stortvloed van nieuw geïntroduceerde duurzame particuliere beleggingsfondsen, moet geconstateerd worden dat duurzaam beleggen de belofte nog niet heeft waargemaakt. Van de zeven Nederlandse beleggingsfondsen die wereldwijd in allerlei duurzame aandelen beleggen, heeft welgeteld één het vorig jaar beter - of liever gezegd minder slecht - gedaan dan de toonaangevende MSCI World Index.

Wie zijn geld volgens deze graadmeter van de wereldwijde markt voor 'gewone' aandelen had belegd, had in 2002 32 procent van zijn inleg zien verdampen. Alleen Triodos Meerwaarde Aandelenfonds wist zich met een min van 26,1 procent enigszins aan de ellende te onttrekken. De overige zes deden het met rendementen van min 32 (ING Duurzaam Rendement) tot min 40,5 procent (ABN Amro Duurzame Wereld) beduidend slechter.

Verbazingwekkend? Ja, want hoewel het over de hele aandelenlinie kommer en kwel was, zou je juist in deze door schandalen geteisterde beursjaren mogen verwachten dat de duurzame fondsen met hun hoge ethische standaarden zich positief onderscheiden.

Niet dus, en dat is gezien de samenstelling van de fondsenportefeuilles wellicht toch niet zo verwonderlijk. Zet het vijftal Microsoft, Citigroup, Shell, Pfizer en Merck eens naast Shell, Bank of America, Medtronic, Johnson & Johnson en Merck. Een van de twee rijtjes is een opsomming van de vijf grootste deelnemingen van het Postbank Duurzaam Aandelenfonds en het andere van het 'gewone' Postbank Aandelenfonds. Wie is wie? Volgens de fondsmanagers van de Postbank verdient alleen de tweede selectie het predikaat 'duurzaam'. En daar zullen ze ongetwijfeld goede redenen voor hebben, maar het moge duidelijk zijn dat de scheidslijn dun is, al is het maar omdat pillendraaier Merck en oliereus Shell in beide portefeuilles voorkomen.

Daar is ook niets mis mee, want duurzaam beleggen is nu eenmaal iets anders dan het (fiscaal voordelige) groene beleggen. Voor het predikaat duurzaam hoef je als bedrijf niet de hele dag in de weer te zijn met zonnepanelen en windmolens. Het gaat erom dat je je positief onderscheidt ten opzichte van je concurrenten, het zogenaamde best in class-principe. Al te mens-, dier- of milieu-onvriendelijke bedrijfstakken als bont- en wapenhandel zijn weliswaar uitgesloten, maar verder is de keuze van de fondsmanagers ruim.

De Belgische KBC-bank merkte in januari bijvoorbeeld Ahold nog aan als kandidaat voor opname in haar ethische fondsen. Hoewel het supermarktconcern op de duurzaamheidsschaal van KBC ook toen al verdacht laag scoorde op de punten 'bedrijfsethiek' en 'corporate governance', werd dit ruimschoots goedgemaakt door topscores op 'interne sociale verhoudingen' en 'milieu'. Na het barsten van de Ahold-bom heeft KBC het bedrijf weliswaar weer snel van zijn favorietenlijst geschrapt, maar dat is wijsheid achteraf. Kennelijk kan een grondige analyse ook de duurzame beleggers niet voor zeperds behoeden.

Voor die grondige analyses presenteren de banken hun klanten wel een pittig prijskaartje. Waar de management fee voor een gemiddeld aandelenfonds rond de 0,90 procent schommelt, rekenen banken als ABN Amro en ING voor hun duurzame fondsen 1,20 procent. Dit verklaart mogelijk dat duurzame fondsen het gemiddeld een stuk slechter doen dan hun niet-duurzame evenknieën.

Een tweede verklaring moet volgens onderzoekers van Commerzbank in de beleggingsstijl worden gezocht. Duurzame fondsen zouden vergeleken met gewone aandelenfondsen een voorkeur hebben voor groeiaandelen. Deze aandelen van veelal kleinere bedrijven met groeipotentie kennen een hoger risico en hebben de laatste jaren beduidend slechter gescoord dan de oude vertrouwde waardeaandelen, voor zover die nog bestaan natuurlijk. Andersom zullen groeiaandelen bij een oplevende beurs de parade aanvoeren.

Ook de wetenschappers Otten, Koedijk en Bauer van de Universiteit van Maastricht constateren na een internationale studie onder ruim honderd duurzame- en vierduizend niet-duurzame beleggingsfondsen, dat de eersten het doorgaans slechter doen dan de laatsten. Maar na een correctie voor verschillen in beleggingsstijl blijft statistisch nog maar weinig over van die underperformance.

Ook zien de Maastrichtenaren verschil tussen oude en nieuwe duurzame fondsen. Beleggingsfondsen kennen een leercurve: de oudjes doen het dankzij hun ervaring beter, juist omdat zij een eigen stijl durven te volgen en niet slaafs achter de traditionele fondsen aansukkelen. Er is dus hoop, maar dan zullen de meeste duurzame fondsen hun naam nadrukkelijker moeten waarmaken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden