Duurder voedsel, dat duurt nooit lang

Het doemscenario van hoge voedselprijzen en honger in arme landen is niet uitgekomen. Landbouweconomen weten waarom.

Die enorme prijsstijgingen van voedsel in 2008 en 2011: vergeet ze maar. Even leek het alsof de wereld moest vrezen voor haar voedselzekerheid, alsof prijzen voor voedsel hoger en hoger zouden worden met als voorspelbaar gevolg: honger voor de armen. Maar dat beeld is officieel alweer bestempeld tot verleden tijd.

In hun jaarlijkse Agrarian Outlook, een soort Macro Economische Verkenning voor de landbouw in de wereld, komen de wereldvoedselorganisatie FAO en de club van rijke landen OESO met heel andere teksten: de komende jaren zullen de voedselprijzen dalen, daarna stabiliseren.

Nog maar een jaar geleden gingen de FAO en de OESO uit van stijgende prijzen. OESO-chef Angel Gurría zei toen bij de presentatie van de Outlook: 'Het ziet er heel goed uit voor de landbouw, met een grote vraag naar landbouwproducten, toenemende handel en hoge prijzen.' Dat klonk bemoedigend voor de boer, maar dreigend voor arme landen die voedsel op de wereldmarkt kopen.

Dit jaar had hij juist voor die arme landen een geruststelling in petto. 'We herstellen van een periode van in het oog springende wispelturigheid in de agrarische markten.' Sterker nog: 'De wereld kan genoeg voedsel produceren voor de komende tien jaar en kan ook de grotere uitdaging aan om 9 miljard mensen te voeden in 2050.'

Voor de boeren was de boodschap juist minder vrolijk. De prijzen gaan niet meer omhoog, maar omlaag. Gurría gebruikte zijn spreektijd nu om de boeren toch nog tot investeringen aan te zetten, als een coach die zijn verliezend team tracht op te peppen.

Het scenario met voedselschaarste, hoge prijzen en dus honger voor de armen leek zo logisch. De groeiende welvaart in een aantal landen, China voorop, doet immers de vraag naar vlees en zuivel enorm groeien. De extra koeien, varkens en kippen moeten wel vreten en dus wordt een steeds groter deel van de landbouwgrond aangewend om veevoer te verbouwen. Bovendien hebben met name de westerse landen het in hun kop gekregen om een ingrijpende overstap te maken, van fossiele autobrandstof naar brandstoffen op basis van suiker of zetmeel (ethanol) of oliehoudende zaden (biodiesel). Voor de productie daarvan waren enorme hoeveelheden landbouwgrond nodig. En dus zou landbouwgrond schaars worden, en voedsel duur.

Waarom gaat dat scenario niet door? Wat is er veranderd? Eigenlijk niets, zegt landbouweconoom Niek Koning van de Wageningen Universiteit. Het is gewoon het oude liedje. 'Al die voorspellingen dat de prijzen hoog zouden blijven, kwamen van ngo's, commodityhandelaren en speculanten.'

Landbouweconomen weten beter. Al zeker 150 jaar lang is het patroon bekend: reële voedselprijzen dalen, dalen en dalen. Daardoor zakt de lust om in landbouw te investeren. Door die investeringsachterstand ontstaat er langzaam maar zeker een risico, en eens in de dertig, veertig jaar is het mis. Een droogte, een oorlog, fout beleid: alles kan aanleiding zijn. Plotseling is er schaarste. 'Dan stijgen de prijzen heel snel en voorspelt iedereen dat het nooit meer zo wordt als vroeger. Maar er gebeurt dan precies hetzelfde als bij vorige prijssprongen: er wordt weer geïnvesteerd in landbouw. En daardoor verdwijnen de tekorten al snel en dalen de prijzen weer.'

Het verschijnsel werd bekend uit de varkenssector en heet daarom de varkenscyclus. Maar het komt in tal van sectoren voor. Als de prijzen stijgen, besluiten boeren en eigenaren van infrastructuur te investeren. Op dat moment weten ze niet dat al hun concurrenten hetzelfde doen. Dat merken ze pas als het te laat is.

Dat is ook nu weer het geval. Volgens Koning worden in Brazilië miljoenen hectares savannegrond geschikt gemaakt voor de productie van suikerriet en soja. Er worden wegen en overslagplaatsen gebouwd, nieuwe havens gepland. Hetzelfde gebeurt in Argentinië, Centraal Azië en in delen van Afrika. Gurría noemde vorige week ook India als lichtend voorbeeld. Op korte termijn wordt de productie opgevoerd door simpelweg meer kunstmest te gebruiken.

Zal de prijsdaling van voedsel eeuwig door gaan? Dat nu ook weer niet, denkt Koning. Maar waar de grens ligt, is moeilijk te voorspellen. De energievoorziening, daar zou het op den duur mee kunnen misgaan. Als olie en gas echt opraken, moet er een verbijsterende hoeveelheid landbouwgrond worden ingezet voor biobrandstoffen. 'Dat is misschien het moment dat je moet denken aan compleet nieuwe strategieën. Bijvoorbeeld de productie van biobrandstoffen in de oceaan.'

De energieproductie was al eerder de oorzaak van een landbouwrevolutie. Meer dan 150 jaar geleden ging het om de opkomst van de stoommachine en de verbrandingsmotor. Koning: 'Tot dat moment was in Engeland 10 procent van de landbouwgrond in gebruik om het transport mee mogelijk te maken.' Op die akker werd paardenvoer verbouwd. Toen het paard overbodig werd, kwam al die grond vrij voor de productie van voedsel voor mensen.

Het omgekeerde zal ooit ook moeten gebeuren.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden