Dutchbat wist niet van verbod

Dutchbat heeft na de val van Srebrenica nooit van de Nederlandse regering gehoord dat de scheiding van Moslimmannen en -vrouwen uit den boze was....

Van onze verslaggevers

De parlementaire enquêtecommissie die een onderzoek instelt naar het Srebrenica-drama, de moord op duizenden Moslimmannen, hoorde dat vrijdag van Nederlandse officieren die een rol vervulden in de communicatie tussen Den Haag en Dutchbat. Op 12 juli 1995, daags na de val van Srebrenica, belde minister Voorhoeve van Defensie voor het eerst met Karremans. Het gesprek was bedoeld om Karremans 'een hart onder de riem te steken', aldus luchtmachtofficier Hilderink, die vanuit de Bunker onder het ministerie van Defensie het contact tot stand bracht. Volgens Hilderink kreeg Karremans geen instructies.

Voorhoeve was zich volgens Hilderink wel bewust van de risico's voor Moslimmannen. De Chef Defensiestaf, de belangrijkste militaire adviseur van de minister, liet aan generaal Nicolai in Sarajevo weten dat Dutchbat niet mocht meewerken aan de scheiding van mannen en vrouwen. Die boodschap is echter nooit bij Dutchbat terechtgekomen, aldus Hilderink. De reactie was namelijk: 'Er zijn geen weerbare mannen', ofwel mannen die groot gevaar liepen.

Volgens Nicolai, chef staf van de vredesmacht op het hoofdkwartier in Sarajevo, had hij wel met Karremans gesproken over de zorgen van Voorhoeve. De Dutchbat-commandant zei echter geruststellend dat er alleen 'jongens en oude van dagen' op de compound Potocari waren. Nicolai nam dat voor kennisgeving aan. Later besefte hij dat er meer mannen waren geweest, ook weerbare. Een misverstand was er ook over de evacuatie van de vluchtelingen.

De Bosnisch-Servische generaal Mladic had Karremans gevraagd of de VN de bussen kon regelen, maar dit bericht heeft Nicolai naar zijn zeggen nooit bereikt. De VN zouden volgens de generaal graag de evacuatie zelf geregeld hebben om de vluchtelingen te beschermen. Omdat de Serviërs steevast transporten tegenhielden, leek dit geen optie. 'We zaten te wachten op toestemming van de Serviërs', aldus Nicolai.

Verwarring bleef bestaan over de aanvragen voor luchtsteun, en de afwijzing daarvan. Nicolai noch de toenmalige kolonel De Jonge kon vertellen waarom de Franse generaal Janvier luchtsteun had geweigerd op 10 juli, een dag voor de val van de enclave. Volgens De Jonge, stafofficier op het VN-hoofdkwartier in Zagreb, had zijn hoogste baas Janvier daartoe wel moeten besluiten. Mladic was immers gewaarschuwd voor luchtaanvallen als hij verder zou oprukken naar Srebrenica. Niet alleen de bevolking van Srebrenica en Dutchbat was in gevaar, de hele VN-missie in Bosnië stond op het spel, aldus De Jonge. Bij het uitblijven van luchtsteun zou 'Mladic generaal Janvier uitlachen'. Niettemin besliste de Fransman negatief.

De VN-stafofficieren Van Kappen en De Jonge prezen de moed van het veel verguisde Dutchbat. Over de hoofden van de enquêtecommissie heen richtte De Jonge zich met een emotionele oproep tot de Nederlandse bevolking: 'Laat nooit meer Nederlandse soldaten zo vallen'.

Nabestaanden van slachtoffers van de massamoord in Srebrenica stellen Nederland en de Verenigde Naties aansprakelijk voor de geleden schade, zo maakte de Amsterdamse advocaat mr. Zegveld vrijdag bekend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden