Dutchbat verdient eerherstel

De documentaire 'A Cry from the Grave' maakt volgens Cas Mudde nog eens duidelijk in welke onmogelijke positie de Nederlandse VN-soldaten in Srebrenica verkeerden....

DE beelden van de val van Srebrenica die de afgelopen weken tot ons zijn gekomen, in de documentaire A Cry from the Grave, zijn zonder enige twijfel schokkend en beschamend. Ze tonen de 'onderhandelingen' tussen de brute en zelfverzekerde Servisch-Bosnische generaal Mladic en de verwarde en angstige Nederlandse overste Karremans. Hoewel ze weinig nieuws over de vermiste Bosnische Moslimbevolking van de enclave in Srebrenica bevatten (al doen de beelden weinig goeds vermoeden), zijn ze van groot belang voor de evaluatie van de rol van de Dutchbat-soldaten alsmede die van hun critici.

De filmbeelden maken overduidelijk hoe gespannen de situatie in de compound was. De Bosnische Serviërs waren de overwinnaars en Dutchbat was de verliezer. De illusie van een neutrale vredesmacht, pijnlijk vertolkt door Karremans' metafoor van de pianospeler, werd direct van tafel geveegd door Mladic.

De generaal beschouwde Dutchbat als een vijandig leger dat was overwonnen. Het was aan hem persoonlijk te beslissen wat er met de vijand zou gebeuren. Niet verwonderlijk zag Karremans dit ook. In de steek gelaten door zijn bondgenoten van de VN-vredesmacht (die geen luchtsteun hadden willen geven en ook later niet intervenieerden door het sturen van een hoge afgevaardigde om met Mladic te onderhandelen), onderhandelde overste Karremans vanuit de zwakke positie die hij had met slechts een doel: Dutchbat levend weg te krijgen.

Dat hij hierbij de Moslimbevolking 'vergat', valt hem niet te verwijten. Hij had tenslotte geen enkele troefkaart in handen en zelfs voor het leven van zijn eigen mannen was hij volledig aangewezen op Mladic' erbarmen.

De videobeelden zijn dan ook primair een ontlasting voor de Dutchbat-soldaten en hun bevelhebber. Hun handen waren gebonden en zo gedroegen ze zich ook. De beelden zijn echter wel een aanklacht tegen de (vele) inquisiteurs van Dutchbat, die op grond van enkele selectieve beelden Dutchbat al direct na terugkomst in Nederland van vaandelvlucht beschuldigden.

Twee dingen werden hen vooral voor de voeten geworpen: hun angst voor Mladic en de Bosnisch-Servische troepen en hun 'frivole' gedrag tijdens en na hun gevangenhouding. De beelden geven voor beide punten een duidelijke verklaring, die trouwens reeds op basis van gezond verstand gemaakt had moeten worden.

Het is opmerkelijk hoe mensen die jarenlang de gruwelen van de Bosnische Serviërs in geuren en kleuren hebben beschreven, en vooral generaal Mladic als een brute sadist hebben afgeschilderd, verbaasd kunnen zijn over het feit dat (ook) de Nederlandse militairen bang waren.

De meeste informatie die Dutchbat zowel voor als tijdens het verblijf in Srebrenica kreeg, was gebaseerd op Nederlandse (en andere westerse) bronnen, die stuk voor stuk met horrorverhalen kwamen over slachtingen onder de Bosnische Moslimbevolking. Ook Mladic was reeds voor de aanval op Srebrenica in de media bekend als een tactisch sterke, maar medogenloze strateeg, geliefd bij zijn manschappen, gevreesd door zijn tegenstanders.

De beelden maken duidelijk dat hij zijn imago verdiende. Zijn hele doen en laten straalt absolute (militaire) autoriteit uit. Mladic spreekt niet, hij dicteert. Tegenspraak duldt hij niet. Maar wellicht belangrijker nog, hij wekt de indruk volledig ongebonden te zijn, noch aan een bepaalde regering (inclusief de Bosnisch-Servische) noch aan een internationale organisatie (zoals de VN). Dit, tezamen met de uitgebleven steun van de VN, verklaart Karremans' volledige onderwerping aan Mladic' gezag.

De kritiek op het vermeende 'frivole' gedrag van Dutchbat is een stuitend voorbeeld van Nederland op z'n smalst. In een combinatie van bekrompen calvinisme en misplaatst schuldgevoel verwijten sommigen vanuit hun comfortabele en veilige stoel voor de televisie in Nederland, nog steeds geschokt door de beelden van de wanhopige Moslimbevolking van Srebrenica, Karremans dat hij het glas hief met Mladic en de Dutchbat-soldaten dat ze feest vierden omdat ze Srebrenica levend hadden verlaten. Beide verwijten getuigen van een pijnlijk gebrek aan inlevingsgevoel.

Had Karremans het drankje van Mladic pertinent moeten weigeren? We kunnen zien dat Karremans dit in eerste instantie ook deed, met het argument dat zijn soldaten ook niks te drinken hadden. Mladic komt hieraan tegemoet met het bevel broodjes en bronwater naar de Nederlandse soldaten te brengen en zegt vervolgens nog beslister dat Karremans met hem gaat drinken.

Op dat moment zou een weigering grote gevolgen kunnen hebben, zowel voor Karremans zelf, voor zijn manschappen, als voor de plaatselijke Moslimbevolking. Niet alleen is de Slavische cultuur veel gevoeliger voor het afslaan van aangeboden drank en voedsel, de generaal zou ook voor het oog van enkele ondergeschikten zijn afgegaan. Is 'correct gedrag' dit risico waard?

Ook het uitbundig feesten van de Dutchbat-soldaten stuitte de calvinistische moraalridders tegen de borst. Alsof de soldaten niet blij mochten zijn de val van Srebrenica te hebben overleefd. De afkeurende reactie maakte pijnlijk duidelijk dat een groot deel van de Nederlandse bevolking geen flauw idee had van de ernst van een VN-vredesmissie en van de menselijkheid van soldaten.

De laatste jaren is sprake van een verharding in de houding tegenover de Nederlandse militairen. Met simplistische argumenten als 'daar zijn ze voor getraind' of 'daar hebben ze zelf voor gekozen' worden militairen zonder probleem uitgezonden.

Het valt te betwijfelen of je iemand daadwerkelijk kan opleiden voor een gevechtssituatie. Het Nederlandse leger was altijd sterk in NAVO-oefeningen, spelletjes waar intelligentie en originaliteit belangrijker waren dan sterke zenuwen, maar was haast nooit betrokken bij gewapende conflicten.

We hadden kunnen leren van Libanon, maar helaas werden de vele getraumatiseerde Nederlandse VN-soldaten na terugkeer door zowel leger als media genegeerd. We kunnen alleen maar hopen dat de politiek (en de publieke opinie) wel leren van het Srebrenica-trauma.

Het Nederlands leger bestaat niet uit helden, niet uit zwakkelingen, maar gewoon uit mensen zoals U en ik. Deze mensen kunnen onder bepaalde omstandigheden een hele steun zijn voor de bevolking in ramp- of oorlogsgebieden. Ze kunnen echter geen wonderen verrichten. Het is de taak van de politiek om ervoor te zorgen dat ze daartoe ook niet gedwongen worden.

De volgende keer dat policiti en burgers zich sterk maken voor het uitzenden van militairen, laat ze dan eerst goed nadenken over de situatie aldaar, de structuur van de operatie, de mogelijkheden van de militairen et cetera. Wellicht op basis van de vraag: zou ik als mijn zoon/dochter militair was hem/haar onder deze omstandigheden uitzenden?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden