Durham heeft andere prioriteiten dan jagen op kleine wietkwekers

Wie in het Britse graafschap Durham voor eigen gebruik wiet kweekt, hoeft niet langer te vrezen dat zijn voordeur op een dag wordt ingetrapt door de narcoticabrigade. Volgens politiecommissaris Ron Hogg kunnen de leden van zijn korps hun kostbare tijd beter besteden.

Hennepplantjes in een bedrijfspand. Beeld anp

Tevens wil Hogg het debat heropenen over legalisering van cannabis. Hij neemt daarbij het risico te worden gezien als 'soft on drugs'.

Hogg pleit niet voor een verandering van de wet, maar voor een pragmatisch beleid waarbij agenten hun discretie kunnen aanwenden. 'Wanneer we toevallig op een kleine hennepplantage stuiten, is het geven van een waarschuwing en het wegnemen van de planten de beste aanpak.'

Hard optreden tegen mensen die op de hoek van de straat staan te blowen, is volgens hem ook onnodig, tenzij ze duidelijk overlast veroorzaken. Een meerderheid van de Britten steunt zo'n aanpak en daarmee zijn ze liberaler dan de meeste beleidsmakers.

Van oudsher voert de Britse overheid een repressief drugsbeleid, wat vooralsnog niet heeft geleid tot minder drugsgebruikers. In vergelijking met Nederland is het gebruik evenwel minder zichtbaar voor de buitenwereld, al liggen er soms poederresten bij de wastafels van de betere pubs of hangt er 's avonds laat een wietwalm bij een afgelegen bushalte. Wie bijvoorbeeld in het Londense Greenwich Park een sigaretje opsteekt, loopt een gerede kans de aandacht te wekken van een diender.

'Als land zijn we niet zo rationeel wat dit onderwerp betreft', zegt David Nutt, als neuropsycholoog verbonden aan Imperial College.'Sterker, we zijn het enige land dat de drugswetten in de laatste tien jaar heeft aangescherpt.'

Nutt weet uit eigen ervaring hoe gevoelig dit onderwerp ligt in politieke kringen. In 2009 raakte hij zijn functie als adviseur van de minister voor Binnenlandse Zaken kwijt nadat hij had betoogd dat een xtc-pil minder gevaarlijk is dan zuipgedrag.

'We hebben te maken met een machtige rechtse pers die het vreselijk vindt wanneer jongeren plezier hebben. En beleidsmakers worden beïnvloed door de dranklobby die er baat bij heeft dat alcohol de enige legale drug blijft.'

Eind vorig jaar bleek dat het genoemde departement een kritisch rapport over het drugsbeleid geheim had gehouden. Dat was voor de sociaal-liberale staatssecretaris Norman Baker indertijd reden om op te stappen.

In dit klimaat vereist het politieke moed om vraagtekens te zetten bij de effectiviteit van de 'oorlog tegen drugs', die al veertig jaar woedt. Bij zijn aantreden als leider van de Conservatieve Partij flirtte David Cameron, die op de kostschool weleens heeft geblowd, met het idee cannabisbeleid te versoepelen. Hij deinsde terug uit angst voor vijandige krantenkoppen. Eerder dit jaar pleitten Nick Clegg, als leider van de Liberaal-Democraten, en Richard Branson ervoor te leren van initiatieven in Uruguay en de Amerikaanse staat Colorado.

Nutt verwelkomt het nieuws uit Durham. 'Jaarlijks spenderen we een half miljard pond aan het criminaliseren van mensen, vaak jongeren uit de zwarte onderklasse, die een beetje cannabis op zak hebben. Daarmee bezorg je ze een strafblad en ontneem je ze meteen de kans op werk.'

Minder enthousiast is David Raynes van de invloedrijke National Drug Prevention Alliance, die juist strijdt voor een hardere drugsaanpak. Hij zegt: 'We begaan een blunder als we het Nederlandse model volgen, een model waarvoor commissaris Hogg lijkt te pleiten. Nederland is een welvarend land, met een derdewereld drugs- en criminaliteitsprobleem. Het Nederlandse drugsbeleid besmet Europa als een sociale ziekte. Drugshandel maakt een groot deel uit van de Nederlandse economie. Schaam je.'

Beeld Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.