Dure overproducties

De routinier en de debutante krijgen hetzelfde studiogeluid, de ene artist draaft als 'special guest' op bij de andere: het grote jazzlabel Verve wil duidelijk een eigen stal cren....

Verve is een van de grootste jazzlabels ter wereld, maar de cd's die de maatschappij afgelopen jaar heeft uitgebracht, laten horen dat 'groot' niet automatisch betekent 'interessant, origineel, met een duidelijke visie'. Wat dat betreft is de catalogus van Verve symptomatisch voor hoe de 'majors' met jazz omspringen.

Het label is ontstaan in 1956, toen impresario en producer Norman Granz al zijn kleinere firma's bij elkaar veegde. Hij bracht ze samen onder de noemer Verve. Hoewel hij een goed en integer zakenman was, die respect eiste voor zijn artiesten en veel gedaan heeft voor de carris van destijds uit de mode geraakte swingmuzikanten als Ben Webster en Roy Eldridge, waren er ook al onder zijn leiderschap zwakke plekken aan te wijzen die tot op de dag van vandaag blijven bestaan.

Zo was Granz geen ontdekker van nieuw talent, Oscar Peterson als enige uitgezonderd. Een van zijn specialiteiten was het contracteren van muzikanten die beroemd waren geworden door de inspanningen van kleinere 'independents': Charlie Parker, Billie Holiday, Lester Young, Bud Powell, allemaal hebben ze in hun nadagen (die helaas veel te vroeg kwamen) voor Verve opgenomen, en niemand zal serieus beweren dat die platen tot de hoogtepunten van hun oeuvre behoren. Want Granz had ook de neiging zijn muzikanten op te zadelen met 'speciale projecten' die de essentie van hun kunst geweld aandeden: Parker met strijkers en koortjes en Holiday met bombastische orkesten zijn de ergste voorbeelden.

In hoeverre de huidige producers bij Verve hun ideemet geweld doordrukken is niet duidelijk - geen enkele artiest zal toegeven dat hij een cd aan een leiband heeft gemaakt - maar die dure overproducties zijn er nog steeds. Bij Alegrvan Wayne Shorter (ook zo iemand die zijn beste werk elders heeft gemaakt) leverde dat maar half geslaagde orkestraties op van veelal oude composities, maar bij de veel minder briljante en wat gezichtsloze Michael Brecker werd het een echt fiasco: Wide Angles, gemaakt met een 'quindectet', vijftien man dus, staat bol van de hyperdramatische arrangementen die de melodieverstikken, waar de tenorsaxofonist even frenetiek als altijd doorheen tettert, alsof er niets aan de hand is.

Eerbewijzen aan groten uit het verleden, een regelrechte plaag in de huidige jazz, zijn ook vaak aanleiding voor aan een concept opgehangen projecten, iets waar zelfs een uniek componist en pianostilist als Herbie Hancock zich mee inliet op Directions in Music: Celebrating Miles Davis & John Coltrane. Hiervoor werd een all-starformatie samengesteld met Brecker en trompettist Roy Hargrove, ook een neiging tot opkloppen waar men zich bij Verve geregeld aan bezondigt. Zo maakt gitarist John Scofield met aanstekelijk plezier door funk gepireerde platen, maar op Works For Me uit 2000 moest hij per se ouderwetse jazz opnemen met Brad Mehldau, Christian McBride en Billy Higgins, een als los zand aan elkaar hangende ritmesectie, zodat het resultaat rampzalig uitpakte.

Wat ook naar marketing riekt, en weinig getuigt van artistieke principes, is het navolgen van trends. Jazzdance is populair, dus moet ook Verve dj's loslaten op de archieven, wat vlees-noch-viscompilaties oplevert met Verve Remixed deel 1 en 2, waarop de jazzkwaliteiten van 'slachtoffers' als Dizzy Gillespie en Ella Fitzgerald zijn weggedrukt maar toch nog zo aanwezig zijn dat die een echt creatieve, eigentijdse groove in de weg zitten.

Toen Branford Marsalis in 1994 Buckshot La Fonque uitbracht, vol hiphopritmes en samples, getuigde dat van lef, want hij werd er allerwegen, zelfs door zijn eigen broer, om verguisd. Tegenwoordig ontdekt elke jonge neobopper opeens dat hij is opgegroeid met James Brown, Sly Stone en The Crusaders, en dat dat toch eigenlijk wel te gekke muziek was. Uit met die maatpakken, weg met die bladmuziek vol ingewikkelde akkoordenschema's, plug die basgitaar en die keyboards in en laat wat rappers komen. Erg oprecht komt het niet over na al dat braaf naspelen van 'the masters', ook niet op Hard Groove van Roy Hargrove met zijn RH Factor.

Gewoon een interessante artiest zichzelf laten zijn, bij Verve is het helaas een zeldzaamheid. Dat altist David Sanborn nu eenmaal synoniem is met gelikte producties is bekend, en Time Again vormt hierop geen uitzondering, maar een leuke nieuwe zangeres als Lizz Wright lijdt op haar debuut Salt duidelijk onder het steriele, gladde studiogeluid van producer Tommy LiPuma.

En natuurlijk moet Wright als 'special guest' ook opdraven bij een ander Verve-kopstuk, op ...Till Then van Danilo Perez, pianist en tevens vaste begeleider van Wayne Shorter. Het duidt allemaal op de wens om een 'stal' te cren, terug te grijpen op de hoogtijdagen van een label als Blue Note. Het grote verschil is echter dat Blue Note duidelijke opvatting uitdroeg, die van Alfred Lion, en dat die stal bevolkt werd door raspaarden, grotendeels door Lion zelf ontdekt, waarna hij ze volop de ruimte gaf om te doen waar ze goed in waren, datgene waardoor ze zijn aandacht hadden getrokken.

Ook Blue Note is tegenwoordig een doorsnee maatschappij geworden, waarvan evenmin als van Verve gezegd kan worden dat die staat voor een bepaalde stijl. Daarvoor moeten we zijn bij de kleine ondernemers van tegenwoordig, die meestal wel een eigen signatuur hebben en hun muzikanten grote vrijheid geven. Palmetto in de VS, het Duitse ACT, Label Bleu uit Frankrijk, het zijn er gelukkig veel en iedere liefhebber van levende, avontuurlijke jazz heeft zijn eigen voorkeuren. Daar gebeurt het, daar is jazz nog leuk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden