Dure horloges en kunst, wat is dat voor gehandicaptenzorg?

Een slepende machtsstrijd dreigt de gehandicaptenzorg in Limburg kapot te maken. Hoe de idealen van goedbedoelende vrijwilligers moesten wijken voor de dromen van ambitieuze managers.

Vlak voor middernacht stapte Peter Olivers uit de echtelijke sponde. Die dag was hij als bestuurder van een zusterstichting van de grootste gehandicaptenzorgorganisatie van Zuid-Limburg ontslagen. De 75-jarige inwoner van Schinnen lag een half uur in bed en besloot dat hij een daad moest stellen. Hij wist het zeker: hij ging zijn koninklijke onderscheiding teruggeven.


Olivers kroop in zijn kamerjas achter de computer en zat daar de hele nacht te schaven aan een begeleidende brief. Om half zes waren er drie kantjes klaar, bestemd voor de voorzitter van de Tweede Kamer, Anouchka van Miltenburg. Hij had het van zich afgeschreven, zo voelde dat. De volgende ochtend, op 10 oktober jongstleden, stopte hij zijn koninklijke onderscheiding in een speciale doos, die hij aangetekend naar Den Haag verstuurde, samen met de brief.


In het schrijven zette hij kort en krachtig op een rij hoe de Stichting Gehandicaptenzorg Limburg (SGL) de laatste jaren in zwaar weer terechtgekomen was; hoe deze organisatie voor 'medemensen met een lichamelijke beperking' in de ban was geraakt van een buitengewoon felle interne machtsstrijd, waarbij sprake was van fraude, zelfverrijking, wanbestuur en van advocaten, interim-managers en adviseurs die miljoenen declareerden die waren bedoeld voor de gehandicapten.


'Ik ben diep teleurgesteld', schreef Olivers aan de Kamervoorzitter. Olivers kreeg zijn lintje in 2006 vanwege 'zijn inzet, betrokkenheid en verbondenheid met het werk van de Stichting Gehandicaptenzorg Limburg'. Bij een aan diezelfde instelling gelieerde stichting is hij nu 'volkomen ten onrechte' als bestuurder ontslagen. Volgens de rechter heeft hij in strijd met de statuten een medebestuurder willen ontslaan en heeft hij daarom gehandeld 'in strijd met behoorlijk bestuur'.


En nu zit hij aan tafel in zijn huis in Schinnen, alwaar volgens de overlevering de leider van de Bende van de Bokkenrijders, Geerling Daniels (1696-1751), heeft gewoond. In het voorraam hangt een glas-in-loodafbeelding van het bedevaartsoord Banneux, net onder Luik, waar in 1933 de maagd Maria acht keer zou zijn verschenen.


De noodkreet van Peter Olivers over de teloorgang van de gehandicaptenzorg in Zuid-Limburg is een les voor de zorg in heel Nederland - zo ziet hij het. Ooit was de gehandicaptenzorg het domein van bescheiden organisaties met goedbedoelende vrijwilligers. Maar anno 2013 is die onder het mom van marktwerking geprofessionaliseerd, uit zijn voegen gegroeid en vervolgens volkomen onherkenbaar en onbestuurbaar geworden, met desastreuze gevolgen.


Olivers: 'Zolang het goed gaat, is er niets aan de hand. Iedereen is positief, de bomen groeien tot in de hemel en voor alles is er budget. Maar nu het krapper wordt, kan iedereen het wanbeheer zien, met al die adviseurs en interim-managers die zogenaamd de puinhoop moeten oplossen. Een geld dat het kost. Dit moet stoppen.'


***


Als jongeling ging hij als padvinder en brancardier mee met gehandicapten op bedevaart, zoals naar Banneux. Dat was zijn vakantie. Hij zag dat er eigenlijk niets was aangepast voor gehandicapten, de bussen niet, de gebouwen niet, helemaal niets. Dat er geen speciale voorzieningen waren, betekende voor veel jonggehandicapten dat ze vaak een uitzichtloos leven leidden, zonder toekomstperspectief en met weinig sociale contacten.


Open het Dorp, de grootschalige televisie-inzamelingsshow van Mies Bouwman in 1962, was de oerknal voor de modernisering van de gehandicaptenzorg. Daar werd geld opgehaald voor een woongemeenschapswijk en zorginstelling in Arnhem. Ook in Zuid-Limburg ontstond het idee om gehandicaptenzorg te ontwikkelen. Olivers, die in het dagelijks leven directeur was geworden van het Centraal Bureau voor de Nationale Bedevaarten (voor zieken), was een van de initiatiefnemers.


Hij richtte samen met gelijkgestemden begin jaren zeventig de Stichting Louis Marie Jamin op, vernoemd naar een Belgische priester. 'Die priester was een vriend van mijn vader en een voorbeeld voor iedereen, zoals hij zijn leven in dienst van een ander stelde', vertelt hij. Olivers werd secretaris-penningmeester van de stichting en richtte met de jaren op acht locaties in Zuid-Limburg woon- en activiteitencentra voor lichamelijk gehandicapten op.


'In korte tijd ontstond er een nieuwe zorg voor gehandicapten en werd er gepoogd hun emancipatie vorm te geven', zegt Olivers. 'Ik weet nog dat ouders van een gehandicapte jongen bij mij op bezoek kwamen om hun zorgen uit te spreken dat de jongen kennis had aan een zwaar gehandicapt meisje. Dat kon en mocht niet gebeuren, vonden de ouders. Later zijn ze getrouwd, naar buiten de instelling verhuisd en hebben ze kinderen gekregen. Dat was wat er gebeurde. Dat was voor die tijd vernieuwend, iedereen moest eraan wennen.'


In 1990 vond hij het tijd om op te stappen. Er was een nieuwe directeur, jaren eerder door hem aangenomen. De man, die nu als Guus de J. te boek staat, had zich opgewerkt en zat vol innovatieve plannen. Het werd tijd dat 'de jonkies' de dienst gingen uitmaken.


Vijftien jaar later, in 2005, werd Olivers gevraagd terug te keren. Zijn kinderen waarschuwden hem: doe het niet, alles is anders geworden. En zijn kinderen hadden gelijk.


De instelling was niet langer vernoemd naar de ascetische Belgische priester. Ze heette nu Stichting Gehandicaptenzorg Limburg (SGL). Olivers kwam in een volkomen andere wereld terecht. Hij kon het zien aan het woonoord Geuloord in Bunde, waar het in 1973 voor de stichting Louis Marie Jamin was begonnen. Het was met de grond gelijkgemaakt. Er stond nu een ultramodern gehandicaptencomplex.


In datzelfde jaar, 2005, leefden bij Stichting Gehandicaptenzorg Limburg plannen om een zorgboerderij en een manege te kopen en in te richten. Daarvoor was een nieuwe organisatiestructuur nodig, vond onder meer de huisaccountant. De Stichting Zorg en Ondersteuning (SZO) werd in het leven geroepen. De teruggekeerde Olivers werd er bestuurder. Onder zijn stichting hing een nieuw op te richten onderneming, Tara-manda BV. Zo hoorde dat met de marktwerking in de zorg, er moest worden geïnvesteerd met eigen vermogen om zodoende verder te groeien en nieuwe markten aan te boren.


Niet veel later kwam er ook een eigen vervoerstak - Speciaal Vervoer Limburg - om de SGL-cliënten, want zo heetten de gehandicapten inmiddels, te vervoeren.


De organisatie vertakte in sneltreinvaart en 'een uitgekiende pr-campagne' werd opgetuigd om 'de bekendheid van de organisatie' te vergroten. 'Ik kwam van een boemeltrein, maar ik zat opeens in een tgv.' Zo ervaarde Olivers het.


***


Dat de schaduwzijde van de groei zich ook met sneltreinvaart manifesteerde, was voor Olivers een complete verrassing. In hard tempo ontrolde zich vanaf 2009 een zorgtragedie die tot de dag van vandaag voortduurt. Het begon met berichten dat Guus de J. het aan de stok had met een voormalig zorgmanager en met de beheerder van de zorgboerderij.


Ook zou er sprake zijn van een angstcultuur. En de ondernemingsraad en een aantal zorgmanagers keerden zich tegen de te snelle groei en tegen de verpersoonlijking van die expansie, directeur De J. In het daaropvolgende jaar, 2011, stapte de complete raad van toezicht op.


In juli 2012 werd het nog erger toen bleek dat de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) de Limburgse gehandicaptenzorg in het vizier had. De J. werd verdacht van fraude met zorggeld voor gehandicapten. De Belastingdienst vorderde 850 duizend euro van de SGL-directeur. Ook zijn partner, de voormalige SGL-secretaresse Desiree T., werd als verdachte verhoord. Dit onderzoek loopt nog altijd.


Kort daarop bleek uit onderzoek van de forensische experts van accountantsbureau KPMG dat De J. kwistig met zorggeld had gestrooid, ook voor eigen gewin. Hij waande zich een zorgpaus. Hij bleek 'onrechtmatig' geld van Stichting Gehandicaptenzorg Limburg te hebben uitgegeven aan kunst, dure horloges, paarden, boeken en dvd's.


Daarnaast regelde hij hoge bonussen en onkostenvergoedingen, ook voor zijn geliefde, die een fraaie ontslagvergoeding kreeg. En dat alles boven op een salaris van ruim een kwart miljoen euro en een villa in Schinnen die hij had geregeld via de gehandicaptenzorg. Tegenover dagblad De Limburger, dat uitgebreid verslag deed, verklaarde De J. dat er sprake was van 'een heksenjacht'.


De J. leek op de golven van hoogconjunctuur het spoor bijster te zijn geraakt. 'Ik vind het nog altijd moeilijk om erover te praten', zegt Olivers, die De J. destijds aanstelde. 'Voor mij was hij bovenal een vernieuwer, een man met visie en goede ideeën voor de gehandicaptenzorg. Iemand die ontzettend veel tot stand heeft gebracht. Ik laat hem niet vallen, zo zit ik niet in elkaar.'


Olivers wil de feiten weten, zegt hij, alvorens te oordelen. 'Eerst moeten alle beschuldigingen aan het adres van Guus de J. hard worden gemaakt. Evenals de schuldvraag. Wat wel duidelijk is, is dat ten gevolge van de enorme expansie men ergens de grip is kwijtgeraakt. Ik vind het beschamend dat betrokkenen voor eigen rechter spelen en daardoor mensen tot op het bot beschadigen. Maar dat is wel wat er gebeurt.'


***


Leon Poels volgde in 2010 Guus de J. op als de belangrijkste bestuurder van de Limburgse gehandicaptenzorg. Hij probeerde er alles aan te doen, ook via de rechter, om zijn voorganger uit de organisatie te verwijderen. Poels wilde De J. niet alleen weg hebben bij Stichting Gehandicaptenzorg Limburg, maar ook bij Stichting Zorg en Ondersteuning, waar Peter Olivers de baas was.


De strijd sloeg over naar alle vertakkingen van de gehandicaptenzorg in Zuid-Limburg. Alle partijen - SGL, SZO en SVL - stonden lijnrecht tegenover elkaar, en met de instellingen ook de betrokken bestuurders en toezichthouders. Het regende verwijten over en weer. Van zwartmaken en financieel uitkleden, tot wanbestuur en fraude. De rechtbank in Limburg maakte overuren om in alle conflicten recht te spreken.


Olivers vond zich daarbij recht tegenover Poels. Waar deze alle sporen van vernieuwingen uit de periode van Guus de J. probeerde uit te wissen, ging dat Olivers veel te ver. 'Alles wat wij in het verleden met veel passie en inzet hebben opgebouwd, wordt steen voor steen afgebroken', zegt Olivers. 'Poels gooit het kind met het badwater weg, hij is niet capabel, hij liegt, komt zijn afspraken niet na en jaagt in een hoog tempo de AWBZ-gelden erdoorheen via advocaten en interim-managers.'


Behalve met een bestuurlijke crisis en het fraude-onderzoek blijkt de Limburgse gehandicaptenzorg ook met financiële problemen te kampen. De vervoerstak Speciaal Vervoer Limburg is twee weken geleden failliet verklaard en ook de moederstichting SGL verkeert in zwaar weer. De vraag is of de zorg voor 1.360 lichamelijk gehandicapten en de banen van de 550 personeelsleden kunnen worden gewaarborgd.


***


Peter Olivers slaat nog maar eens op tafel. De 75-jarige lijkt onvermoeibaar als het gaat om de belangen van de gehandicaptenzorg in Limburg, waarmee hij feitelijk als padvinder begon. Stichting Gehandicaptenzorg Limburg kan het zelf niet meer oplossen, vindt Olivers. Er moet van hogerhand worden ingegrepen. Het maakt niet uit door wie. 'Het is te gecompliceerd geworden, voor de overgebleven bestuurders en toezichthouders. De gehandicaptenzorg in Zuid-Limburg gaat in razende vaart ten onder. Verschrikkelijk. Het is voor mij als mijn kind, mijn hart en ziel.'


----------------------------------------------------------------------


REACTIE VAN GEHANDICAPTENZORG LIMBURG

In een reactie stelt de huidige bestuurdersVoorzitter bij Stichting GehANdicaptenzorG Limburg (SGL) LEon Poels: 'Ik werd in 2010 aangesteld nadat Het mANagement het vertrouwen in Guus De J. (zIjn voorganger, red.) had opgezegd. Ik moest orde op zaken stellen en de foCus terugbrengen nAar de Primaire zorg. Al snel werd mij duidelijk daT Er meer aaN de hand was bij SGL. Mijn voorganger had een angstcultuur achtergelaten en er waren meer sporen van gedrag dat niet bij een ZORGbestuurder hoort. Ik moest feiteLIjk zijn sporen uitwissen.

Het is pertinent onwaar dat wij door alles financieel in zwaar weer verkeren. We Moeten wel extra op onze kosten letten, maar onze cliënten krijgen nog steeds alle zorg waarop zij rechtheBben.

Ik wil back to basic en een eind maken aan de semicommerciële bedrijven die hij had opgericht. Daarmee zijn we nog steeds bezig, om dat te ontvlechten. We gaan niet meer zelf op commerciële basis een manege exploiteren, of een boerderij. Er is een breed maatschappelijk gevoel bij de instelling dat we hier afstand van moeten nemen.

Peter Olivers heeft het overzicht niet meer. Hij vindt het moeilijk om los te laten. Dat is niet zo vreemd - hij is een van de oprichters geweest. Olivers wilde GUus de J. het hand boven het hoofd houden en pRobeerde mij eruit te zetten. Gelukkig heeft de rechter dat tegengehouden.

Dat extern moeten worden ingegrepen, zoals Olivers wil, slaat nergens op. Hij kan iedereen wel een brief sturen, maar volgens mij krijgt hij nergens zijn gelijk. Ik vind het vervelend voor hem, maar hij staat er alleen in.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden