Dumpplaats van afval en verstoorde illusies

De zee is om ons heen, maar een rivier stroomt in ons, schreef T.S. Eliot. Hoe bepalend is een rivier voor een grote stad?...

NAIROBI Ooit was het er goed toeven. Honderd jaar geleden kon je opgewekte berichten lezen over mensen die zich verpoosden aan de oever van de rivier de Nairobi.

Zoals de Amerikaanse president Theodore Roosevelt. Een verslaggever meldde op 26 mei 1909 dat de expeditie van Roosevelt een ‘knappe hyena’ had geschoten.

Tien jaar daarvoor had de rivier voor het eerst de belangstelling van westerse kolonisten getrokken. Het was tijdens de aanleg van de ‘Lunatic Express’, de spoorweg die in Kenia van de kustplaats Mombasa naar de oever van het Victoria Meer werd getrokken. Bij het stroompje dat Masai herders Uaso Nairobi, ‘Koud Water’, noemden, hield men halt.

Veel indruk maakte de op ruim 1.600 meter hoogte gelegen plek toen niet. ‘Het is een bleek, moerassig stuk in een doorweekt landschap, met vrijwel geen menselijke bewoning en de verblijfplaats van duizenden wilde dieren van allerlei soorten’, schreef Ronald Preston, de hoofdingenieur van de spoorweg.

Maar dat veranderde snel. De dieren moesten plaatsmaken voor mensen; voor zwarten en blanken, en voor Indiërs die de Britten naar Kenia hadden gehaald om de bielzen en rails te leggen. Zo nu en dan dook nog wel ‘een dwaze neushoorn’ in de nederzetting op, maar ook die verdween voor de inwoners van wat de hoofdstad van Kenia werd.

Van een majestueuze rivier is nooit sprake geweest. De Nairobi is meer een verzamelnaam voor een aantal parallelle stroompjes, die aan het oosten van de stad uitkomen in de Athi rivier, die vervolgens zijn weg zoekt naar de Indische Oceaan. Er is nog een tweede rivier die Nairobi heet, maar die ontspringt ver van de hoofdstad, op de ijzige flanken van Mount Kenya.

Ze zijn er wel geweest, de dromen over terrasjes en restaurants aan de rivier, stromend door wat ooit ‘de groene stad in de zon’ heette. Maar de werkelijkheid is een andere gebleken. Nairobi werd een stad van vaak grimmig overleven. De rivier werd de dumpplaats van niet uitgekomen verwachtingen en, heel letterlijk, van menselijk en industrieel afval.

Dat de rivier door sloppenwijken als Mathare en Kibera loopt, heeft hieraan bijgedragen. Nairobi kreeg een rioleringssysteem dat was ingericht op een half miljoen mensen. Inmiddels zijn er mogelijk vijf miljoen Nairobianen – niemand weet het precies – en zowat de helft van hen leeft onder de armoedegrens.

Ook door delen van het notoire Central Business District, het zakencentrum van de hoofdstad, stroomt de rivier. De lange River Road in het CBD geldt als een metafoor van menselijke ondeugd en al even menselijk onvermogen. De rivierstraat heeft in 1976 gelukkig wel ‘hopeloos dronken nachten’ opgeleverd, in de prachtige roman van Meja Mwangi, Going Down River Road.

Maar van een ‘stroom’ was op een gegeven moment letterlijk geen sprake meer. De Nairobi rivier stikte in het afval, afkomstig van de ‘vliegende toiletten’, de plastic zakjes met mensenstront in de sloppenwijken, of van kleine industrieën die hun afvalwater in de rivier loosden. Enorme vervuiling, en dat uitgerekend in de stad die het hoofdkantoor biedt aan UNEP, het milieuprogramma van de Verenigde Naties.

Het werd tijd voor een plan. En dus voor niets minder dan een ‘sturingscommissie’, waarin tien Keniaanse ministeries zitting namen. Er was natuurlijk ook geld nodig, dat voor een groot deel door UNEP is uitgetrokken. Zo werd de grondslag gelegd voor het NRBP, het Nairobi River Basin Program. Zonder slag of stoot ging de uitvoering de afgelopen jaren niet. Opnieuw: ook letterlijk. Bij het verwijderen bijvoorbeeld van informele straathandelaren langs de gekanaliseerde oever van de rivier en bij de Globe bioscoop in het zakencentrum, vielen zeker twee gewonden door politieschoten. Slechts weinigen geloofden dat de rivier ooit weer schoon zou worden.

Maar gelukkig voor Nairobi kent Kenia een voor het land hoogst uitzonderlijk, want daadkrachtig, politicus. Hij heet John Michuki en is de minister die eerder met zijn ‘Michuki-regels’ de vrije jongens van de matatu’s, de minibussen van het openbaar vervoer, op de knieën kreeg. Michuki kreeg als minister van Milieu gedaan dat de rivier grotendeels werd schoongemaakt.

Een tijdje terug kreeg hij hiervoor terecht een prijs. De matatu-mannen hebben inmiddels de wildernis herschapen, nu hij geen minister van Transport meer is. Michuki is 78 en moet ooit als minister van Milieu met pension. Er zullen dikke krokodillentranen vloeien aan de oevers van de Nairobi.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden