Dumas tekent angst van zich af

Daar, aan het begin van de tentoonstelling hangen ze: de Black Drawings, keurig naast en boven elkaar. 112 Zwarte gezichten die je bijna allemaal recht aankijken....

Merel Bem

'De tekeningen waren onder andere een poging om mijn eigen ongemak, angst en bewondering te tonen ten opzichte van de afzonderlijke mensen die samengebracht zijn onder de term Zwart', schreef Marlene Dumas over Black Drawings.

Het werk vormt het begin en het eind van haar overzichtstentoonstelling van grafisch werk in het Parijse Centre Pompidou. Nom de Personne gaf ze de expositie mee. Niemandsnaam. Maar woorden zijn wel belangrijk voor Dumas. 'Woorden en beelden drinken dezelfde wijn', zei ze ooit. Komt die liefde voor taal, zo vraagt conservator Jonas Storvse zich in de catalogus af, misschien voort uit haar gereformeerde opvoeding, waarin elk woord werd gewogen?

Het zou kunnen. Nom de Personne is in elk geval provisorisch in te delen in drie 'hoofdstukken': emotie, religie en berusting, waarbij de titels van de werken een belangrijke aanvulling vormen op wat je ziet.

In de ruimte met de oudste werken, de ingang rechts van de Black Drawings, heerst emotionele chaos: een mengeling van woede, verdriet en recalcitrantie, maar ook van vertwijfeling, angst en verkapte verontschuldiging. Hier trapt een jonge Dumas tegen het moederschap, door foetussen en pasgeboren baby's als knagende dieren af te beelden, die zichzelf of hun moeder opeten - maar tegelijkertijd maken die tekeningen duidelijk hoe klein Dumas zich gevoeld moet hebben toen ze in verwachting was, en hoe bang om de controle te verliezen.

Daarom ook schreeuwt ze in de serie Defining the Negative (1988) tegen de kunstwereld, met zijn conventies en ongeschreven, vaak seksueel getinte wetten. In krassen, krabbels, zwarte en bruine vegen en grove lijnen tekent ze naakte vrouwen in allerlei standen en roept ze uit: 'I won't sleep in Mr. Fishl's bed' en 'I won't be David Hamilton's little girl'.

Het is alsof ze extra hard moet gillen om niet alleen de wereld, maar vooral ook zichzelf te overtuigen dat ze niet zal zwichten voor verleidingen. Zelfs de weigering van een potplant wordt met veel bombarie gebracht: 'I won't have a potplant, they die on me', schrijft ze boven de tekening van een sprieterige palm. Begrijpelijk: in haar geboorteland Zuid-Afrika groeit die gewoon in het wild. Haar heimwee giet Dumas in 1976 in de vorm van drie donkere landschappen.

De redding is nabij in het zaaltje waar 28 portretten van Christus in prachtige kleuren je sereen aankijken. Het is letterlijk en figuurlijk een tussenfase. Het is hier betrekkelijk rustig. Betrekkelijk, want naast een paars aangelopen boze Christus hangt er ook een tekening van een tedere kus. Die van Judas, blijkt uit de titel op het bordje ernaast.

Het venijn is dus gebleven, maar het lijkt gesublimeerd te zijn. In de derde en laatste ruimte van de tentoonstelling, waar Dumas' meest recente werk hangt, hebben de krassen, strepen en vegen plaatsgemaakt voor evenwichtige, sterke tekeningen, ondanks de verf die soms zo waterig is, dat je bijna door de figuren heen kunt kijken.

Weg vertwijfeling en angst; welkom zelfbewustzijn en seksualiteit. Hier draait de vrouw verleidelijk haar billen naar je toe, buigt zonder gène voorover en grijnst. Het leger vrouwen in deze ruimte is wulps, vol, en wordt, hoog boven hen, aangevoerd door Barbie, the Original, die met haar ijsblauwe kijkers ongenaakbaar naar de muur tegenover haar kijkt, richting haar mannelijke pendant Sputo, leider van een troep masturberende mannen.

Namen hebben de vrouwen wel, maar ze staan niet vast: het zijn bijnamen of ze zijn inwisselbaar. Pas wanneer je de kleine tekening om de hoek hebt gezien, veelbetekenend vlakbij de Black Drawings, begrijp je waarom. Name no Names (2001) toont een agressief tafereel van drie mannen tegen één. De tekening is een waarschuwing: het benoemen van iets of iemand, geeft macht, je hebt die ander dan als het ware in je bezit. En dat is wel het laatste wat Marlene Dumas wil.

En toch, wanneer je de zwarte portretten voor de tweede keer ziet, sijpelen er onwillekeurig strofen uit een gedicht van de Zuid-Afrikaanse dichter Ingrid Jonker naar binnen: 'Sy naam is toe maar / hy heet, my lam / Toemaar, die donker man'. Wees niet bang voor die donkere meneer, mijn kind; zijn naam alleen al is een uitnodiging.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden