Het eeuwige leven Dulf Schenkelaars 1927-2018

Dulf Schenkelaars: jarenlang een van de grootste producenten van koperen blaasinstrumenten

Dulf Schenkelaars had naar eigen zeggen ‘een absoluut gehoor’. Fanfare- en harmonie- orkesten en militaire kapellen konden niet om hem heen.

Dulf Schenkelaars. Beeld RV

Nadat blaasinstrumentenmaker Dulf Schenkelaars hoorde dat hij wegens zijn verdiensten voor de muziek lid zou worden in de orde van Oranje-Nassau was hij boos. Dat was een te lage onderscheiding voor iemand die wel tienduizend blaasinstrumenten had gebouwd. Gelukkig speelden ze bij de Marinierskapel met Schenkelaars. Hij belde de dirigent op en uitte zijn onvrede. ‘En wat was het resultaat? Dulf Schenkelaars werd alsnog ridder en was er heel trots op’, zegt Wim Vlemmix die vertegenwoordiger was van de instrumentenfabriek in Eindhoven.

Schenkelaars was in Nederland jarenlang een van de grootste producenten van koperen blaasinstrumenten (trompetten, tuba’s, saxofoons, bugels, hoorns) voor fanfare- en harmonie-orkesten en militaire kapellen. In de hoogtijdagen werkten meer dan veertig mensen in de fabriek. Aan het bedrijf kwam al in de jaren tachtig een einde toen de markt werd overstroomd door in Azië gemaakte blaasinstrumenten zoals van Yamaha, waar Schenkelaars niet meer tegen kon concurreren.

Dulf Schenkelaars overleed 6 september in Someren, waar hij woonde met zijn tweede vrouw (zijn eerste echtgenote overleed al op 50-jarige leeftijd aan kanker) en tot zijn 90ste jaar nog speelde in de seniorenharmonie. Zo kon hij tenminste de teloorgang van zijn bedrijf even vergeten, want dat deed hem nog altijd pijn.

Schenkelaars was door Dulfs vader in 1928 aan de Willemsstraat in Eindhoven opgericht als een reparatieplek voor instrumenten. Later ging hij die instrumenten ook zelf maken. Aanvankelijk vooral trombones, die in Nederland en later ook over de grenzen werden verkocht, vooral in de VS.

Na de oorlog namen Dulf, zijn broer Gerard en hun zwager Joop Brekoo het bedrijf over en openden een nieuwe fabriek aan de Ruysdaelbaan. Na Kessels in Tilburg werd Schenkelaars de grootste producent van blaasinstrumenten. Gerard stapte later uit het bedrijf en werd onderwijzer. Dulf – de man die naar eigen zeggen ‘een absoluut gehoor had’ – bleef, samen met Brekoo. ‘Hij was soms wel een eigenwijze man, bij uitstek een VVD’er die vond dat de overheid het niet zo goed op had met ondernemers’, zegt zijn zoon Harrie Schenkelaars.

Vlemmix noemt hem vooral een bijzonder aimabel mens. ‘Extravert, iemand die graag praatte en een enorm netwerk had. Ook zijn zwager had een netwerk, maar die was toch wat arroganter, iemand die had gestudeerd en net deed of hij de algemeen directeur was en Dulf zijn adjunct.’

Schenkelaars moest vanaf eind jaren zestig meer aan de weg timmeren. Wereldkampioen schaatsen Kees Verkerk kreeg een trompet, net als Piet Knarren die ongekend populair was in Duitsland en Limburg. Harrie Sevenstern van de Rambler blies op een Schenkelaars. Zelfs een hoornist en trompettist van het Concertgebouworkest werden verleid met dit instrument te spelen. Han Savelkoel van het Trompetmuseum – een online verzameling –  zegt dat Schenkelaars niet echt in de high end zat. ‘Dat probeerde het bedrijf wel, maar daarvoor waren de instrumenten toch iets te log en zwaar’.

In 1983 werd het bedrijf verkocht aan een investeerder die het later weer doorverkocht. Dulf Schenkelaars bleef aanvankelijk aan het bedrijf verbonden maar stapte er later wegens onenigheid uit. In 1988 volgde een faillissement. Er kwamen nog doorstarts, maar nu rest alleen nog de inventaris bij de firma Adams in Thorn.

Er zijn nog mensen die blazen op hun gekoesterde Schenkelaars, maar in de woorden van Vlemmix hangen de meeste nu aan caféplafonds.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.