Nieuws Gezinsmigranten

Duizenden buitenlandse partners van Nederlanders dreigen beboet te worden door trage inburgering

De inburgeringseisen voor buitenlandse partners van Nederlanders zijn dermate streng dat duizenden volgens cijfers van DUO tegen een boete aanlopen. 

John Erkelens en zijn vrouw Yen zijn dinsdag in Den Haag om te protesteren tegen het inburgeringsbeleid voor gezinsmigranten. Beeld Marcel van den Bergh

Gezinsmigranten, zoals buitenlandse partners van Nederlanders officieel heten, hebben net als statushouders (erkende vluchtelingen) drie jaar de tijd om hun inburgeringsdiploma te behalen. Daarvoor moeten ze vijf examens afleggen, een participatieverklaring tekenen (met daarop de ‘kernwaarden’ van Nederland) en een werkportfolio aanleggen (het zogeheten ONA-traject).

Om überhaupt aan het inburgeringstraject deel te kunnen nemen, moeten gezinsmigranten in het land van herkomst een taalexamen afleggen. Met deze in 2006 ingevoerde maatregel wilde het kabinet niet alleen het inburgeringsbeleid efficiënter maken, maar ook het aantal Marokkaanse en Turkse importbruiden terugdringen. 

Lening

Zowel gezinsmigranten als statushouders kunnen bij DUO een lening van maximaal 10 duizend euro afsluiten om hun inburgeringstraject te financieren. Statushouders krijgen dit bedrag na het behalen van hun diploma kwijtgescholden, terwijl gezinsmigranten het naar draagkracht moeten terugbetalen.

Wie niet binnen drie jaar slaagt, kan van DUO een boete van oplopend 1.250 euro verwachten. De inburgeraar kan vervolgens twee jaar respijt krijgen. Indien hij binnen dit tijdsbestek weer niet slaagt, dreigt een tweede boete van maximaal 1.250 euro.   

Nu statushouders in aantal teruglopen, vormen gezinsmigranten een steeds prominentere groep inburgeraars: 40 duizend op een totaal van 125 duizend. EU-inwoners zijn uitgesloten van het inburgeringstraject. En nog een achttal nationaliteiten, waaronder Australië, de Verenigde Staten, Zwitserland en Zuid-Korea, hoeven op basis van wetgeving of verdragen geen basisexamen te doen in het land van herkomst. 

Waar zo’n vijfentwintig procent van de gezinsmigranten niet binnen vijf jaar slaagt voor hun inburgeringstraject, ligt dit aantal onder statushouders met ruim 50 procent beduidend hoger. De cijfers laten zien dat DUO terughoudend is in het uitdelen van boetes aan statushouders ten opzichte van gezinsmigranten: in de jaren 2013 tot 2015 kregen zo’n tweeduizend gezinsmigranten een boete opgelegd, tegenover 1.200 statushouders – terwijl de laatste groep twee keer zo groot is.

Om hierover hun ongenoegen kenbaar te maken, verzamelen dinsdag naar verwachting 250 gezinsmigranten en hun Nederlandse partners zich in Den Haag voor een protestactie. De groep zal een petitie aanbieden aan de Tweede Kamer. Ze pleiten onder meer voor goedkopere en meer op de doelgroep toegespitste taalcursussen en een minder rigide boetesysteem.

Het ministerie van Sociale Zaken, dat werkt aan een nieuw inburgeringsbeleid voor 2020, ziet vooralsnog niets in een minder streng integratiebeleid voor gezinsmigranten, zegt een woordvoerder. ‘Wij vinden het belangrijk dat gezinsmigranten zo zelfstandig mogelijk in Nederland kunnen leven, en niet volledig afhankelijk zijn van hun partner. Bijvoorbeeld omdat zij kinderen opvoeden, naar de huisarts moeten of zelf ook willen gaan werken. Ook dat vergt kennis van de Nederlandse taal en maatschappij.’

Dat gezinsmigranten zelf voor de kosten moeten opdraaien komt volgens de woordvoerder omdat zij, anders dan statushouders, bewust de keuze hebben gemaakt om zich in Nederland te vestigen.

Strengste beleid

Nederland heeft het strengste inburgeringsbeleid van Europa, blijkt uit recent onderzoek van het Europees Migratienetwerk. Het is het enige land dat inburgeraars dwingt om binnen een vastgesteld termijn een vereist taalniveau te halen op straffe van een geldboete. Ook het leningsysteem dat Nederland hanteert is uniek in Europa.

Gezinsmigranten die de strenge inburgeringsregels willen omzeilen, kunnen gebruikmaken van de zogeheten Europa-route, ook wel bekend als de België-route. De gezinsmigrant gaat dan samen met zijn Nederlandse partner minstens drie maanden in een willekeurig EU-land (meestal België) wonen en wordt hierdoor ‘Unieburger’. Op basis van het recht op vrij verkeer van personen kan de gezinsmigrant zich vervolgens in Nederland vestigen en een verblijfsvergunning aanvragen.

Vorig jaar werden bij de IND 530 aanvragen op basis van de Europaroute ingediend, waarvan er 380 zijn ingewilligd, meldt de immigratiedienst. De eerste twee maanden van dit jaar zijn 90 aanvragen ingediend, waarvan er zestig zijn ingewilligd. 

De route is niet alleen gunstig voor laaggeletterden, die moeite hebben met het behalen van examens, maar ook voor mensen met een strafblad. De Europese regels zijn op dat gebied milder dan de Nederlandse.

Toch is de Europaroute ‘niet zo makkelijk als het klinkt’, zegt advocaat Jeroen Maas, die gezinsmigranten bijstaat. ‘Iemand die álle banden met Nederland verbreekt, door bijvoorbeeld niet alleen het huurcontract maar ook de ziekteverzekering op te zeggen, maakt veel meer kans om op deze manier een verblijfsvergunning voor zijn partner te bemachtigen dan iemand die met één been in Nederland blijft staan.’

Hij raadt cliënten aan om vanaf dag één bewijs te verzamelen van hun verblijf in het buitenland, bij voorkeur met vervoersbewijzen, energierekeningen en een sportschoolabonnement.

LEES VERDER

‘Gezinsmigranten lopen vast in de inburgering, met gebroken relaties tot gevolg’
Buitenlanders die voor de liefde naar Nederland zijn gekomen, zijn het strenge inburgeringsbeleid spuugzat. Dinsdag verzamelen ze zich in Den Haag voor een protestactie. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.