Duivels testament

In 50 landen binnengekomen op één: het legendarische Black Sabbath is terug. Ozzy Osbourne ontvangt V in New York en vertelt over de hervonden heavy riffs op het nieuwe album. 'Echt, ik drink niet meer. Maar door de drugs ben ik enorm gaan liegen.'

Hij moet plassen. En nodig ook, zo te horen. De 'Prins der Duisternis' laat de deur naar het toilet maar even openstaan - dat communiceert makkelijker. 'Ga vast zitten', roept Ozzy Osbourne over zijn schouder, wijdbeens voor de pot naast een in bladgoud verpakt fonteintje van een ook verder belachelijk luxe New Yorks logeeradres. 'Fuck, ik moest echt pissen.'


Van een eerste persoonlijke kennismaking met Ozzy Osbourne, zanger van oermetalband Black Sabbath en bovendien zeer bekend mediamens, had je natuurlijk bepaalde verwachtingen, en in gedachten zelfs al wat scenario's afgespeeld. Deze klaterende ontmoeting zat niet in het gefantaseerde draaiboek.


Wel fijn om zo via die open badkamerdeur gelijk te horen dat het met Ozzy (64) dus wel behoorlijk goed gaat. Met de prostaat is in ieder geval niets mis.


Ozzy Osbourne is, ook in andere opzichten, weer in vol bedrijf. Terug bij de kunst die hem zijn mythische status bezorgde: als metalzanger van Black Sabbath, de band waaruit hij eind jaren zeventig toch redelijk oneervol werd ontslagen wegens verregaande onhandelbaarheid, uit de hand lopend drugs- en alcoholgebruik en uiteindelijk regelrechte werkweigering. Later, dankzij het inzicht dat komt met de jaren, zag Osbourne ook wel in dat hij als zanger van Sabbath een doodlopende straat was ingelopen. Echt grote, langdurige oorlog werd het niet tussen Ozzy en zijn oude band, al zouden er wel wat rechtzaken volgen over het gebruik van de bandnaam.


Na Black Sabbath had Osbourne nog een rijke carrière met zijn eigen band, en natuurlijk als mediafenomeen in de realityserie The Osbournes. Maar met Black Sabbath, met zijn jeugdvrienden uit Birmingham Tony Iommi (gitaar), Bill Ward (drums) en Geezer Butler (bas) vond Ozzy in 1970 de heavy metal uit, de harde en sinistere muziek die een wereldwijde jongerencultuur in het kielzog zou krijgen, en die na ruim veertig jaar nog altijd tegen oren en poppodiummuren dreunt. En in welke discipline Ozzy dus geldt als geestelijk vader, genre-icoon, en - je mag het in dit duister verband eigenlijk niet zeggen - God.


Met de nieuwe plaat 13, die vorige week uitkwam, vijfendertig jaar na Never Say Die!, staat de zingende heer van de onderwereld weer als blikvanger voor Black Sabbath. En dus toont hij zich in vol satanisch Sabbath-ornaat; behangen met gouden kruisen, megaringen met doodshoofden en kronkelende slangen aan de volgetatoeëerde vingers.


Ozzy pakt een stoel en gaat zitten - spijtig om te moeten melden: toch wat stram en moeizaam. Onderzoekende blik vanachter het karakteristieke Lennonzonnebrilletje met de ronde glaasjes: 'Heb je het al gehoord? Die plaat van ons staat een dag na de release in vijftig landen op nummer één. Dat blaast ons van onze sokken. En is ons nooit eerder overkomen.' Enigszins bedachtzaam: 'We kunnen nu in vrede rusten.' Bassist Geezer Butler komt het vertrek binnenwandelen, strak en stijlvol in zwart pak, en schuift een stoel bij. Ozzy wendt zich gelijk tot zijn maat: 'Want laten we wel wezen Geezer: Never Say Die! was een kloteplaat. Die mocht niet als onze laatste plaat samen in de boeken blijven staan.'


Geezer knikt. 'Je hebt gelijk Ozzy. Never Say Die! was een kloteplaat.'


Oude vrienden, weer onder elkaar, innig tevreden; zo liet Black Sabbath zich vorige week dinsdag, op de dag van de Amerikaanse albumrelease, in een door donkerblauw blacklight opgelichte oude kerk in New York ook al registreren door een handvol gelukkige fans en wat verzamelde wereldpers. Black Sabbath min één, welteverstaan: drummer Bill Ward had geen behoefte meer aan het laatste kunstje van een album en een livetournee, en had zich vriendelijk maar gedecideerd afgemeld.


'Triest, en niet wat we hadden gehoopt', zegt Butler. 'Maar hij is ook niet dood of zo, hè', aldus Osbourne.


Toch ook een tikje treurig: bij het New Yorkse album launch event, zoals dat dan een beetje potsierlijk heet, werd gitarist Iommi binnengebracht per internetverbinding en videoscherm. Iommi lijdt aan kanker, wordt behandeld, en kon dus ook niet lijfelijk bij de plaatpresentatie aanwezig zijn. Het trio Osbourne/Iommi/Butler maakte er desondanks een vrolijke vertoning van.


De eigen liedjes, knalhard afgedraaid mét videoclip, werden becommentarieerd. 'Sabbath zoals Sabbath ooit bedoeld was.' De naar verluidt nuchtere status van voormalig drankorgel Osbourne werd fijntjes onder de aandacht gebracht. Osbourne: 'Echt, ik drink niet meer. Maar pas op: door de drugs ben ik enorm gaan liegen.'


En Ozzy speelde gretig zijn rol van wandelende dode, waarin we hem ook zagen schitteren in The Osbournes: een man die afgrijselijke ongelukken en een slopend rockleven ternauwernood overleefde, maar aan de geheugenvreter Korsakov toch niet helemaal had weten te ontsnappen. Als antwoord op een vraag uit het publiek, naar de belangrijkste invloeden van het prille Black Sabbath eind jaren zestig: 'Euh, Led Zeppelin? O nee, die kwamen na ons. Of niet? Ik weet het geloof ik niet meer.' Iommi: 'De blues, Ozzy. Wij waren beïnvloed door de blues.' Ozzy: 'O ja!'


De oude stellingen zijn weer ingenomen. Ozzy de Clown, de man met de droge Britse humor die zijn meest verdorven eigenschappen het liefst maar wat weglacht. Geezer Butler, de bloedserieuze en degelijke bassist, die zich vanaf de eerste oefensessies van Black Sabbath al bezighoudt met het stroomlijnen van de door Osbourne live geïmproviseerde songteksten. En Tony Iommi, de bandleider, het volhardende gitaargenie dat de rockmuziek die verleidelijke maar duistere gitaarriffs schonk.


Ozzy: 'Tony Iommi, de koning van de riff. Ik heb me in de eerste jaren van Black Sabbath vaak afgevraagd wáár hij die riffs vandaan haalde. Ze bleven maar komen, de ene nog heavier dan de andere.' En iedere riff werd een nummer; simpel maar doeltreffend, lichtelijk evil, en loodzwaar.


Want Iommi beitelde zijn klassieke rockriffs in beton. 'Dumdum' maar even mee, met bijvoorbeeld Paranoid uit 1970: 'Dumm dumm dummm, dudududu dudududu, dumm dumm dummm.' Of dat uiterst kwaadaardige, trage openingsnummer Black Sabbath, van de gelijknamige debuutplaat, ook uit 1970: 'Dumm, dúmmmm, dummmmmmm....'


Ozzy: 'En precies naar die eerste platen zijn we teruggekeerd op ons nieuwe album 13. Terug naar de zware, op heavy riffs gebaseerde bluesrock van onze vroege jaren. Pre-heavy-metal dus. Tony had natuurlijk lang niets meer opgenomen, en had een enorme koffer vol nieuwe riffs die hij nu eindelijk wel eens wilde uitproberen met zijn oude band.'


Het was de grote, om niet te zeggen bij-leven-al-legendarische producer Rick Rubin die de kopmannen van Black Sabbath weer naar de studio wist te krijgen. Wie anders? Rick Rubin gaf al vele oude legenden nieuw leven, van Johnny Cash tot Neil Diamond, en wilde zich nog wel een keer vergrijpen aan een mythische band.


De heren Osbourne en Rubin resideren beiden in Los Angeles, en liepen elkaar in die zuidelijke Amerikaanse contreien geregeld tegen het lijf. Ozzy: 'Ieder keer zei hij: luister, ik ben al mijn leven fan van Black Sabbath. Jullie móeten nog een laatste plaat opnemen. En als jullie dan eindelijk besluiten er één te maken, laat mij hem dan produceren.'


Dankzij Iommi, die met die koffer riffs rondliep als met zijn ziel onder zijn arm, kwam het er dus van. Iommi en Butler overtuigden Osbourne, die bij zijn hervonden nuchterheid ook wel wat om handen wilde hebben. De mannen waren al samengebracht voor live-shows, en het was volgens Geezer Butler 'fijn om nu ook weer eens wat nieuwe nummers te kunnen spelen'.


Dag één in de huiskamer van Rubin, eerste sessie voor het herenigde Black Sabbath. Osbourne: 'Daar zaten we dan. Rubin zette onze eerste plaat op, Black Sabbath, en wilde dat we alleen maar zouden luisteren. It freaked us out!'


Butler: 'Een soort groepstherapie, en we begrepen eigenlijk niet wat Rubin hier nu mee wilde.'


Osbourne: 'Dat legde hij daarna dus even uit. Hij wilde dat we terug zouden gaan naar de bron, toen we eigenlijk gewoon een heavy soort blues speelden. Vergéét heavy metal, zei Rubin steeds. Vergeet wat jullie muziek heeft veroorzaakt, heavy metal bestond nog niet. Of we het genre dus maar even opnieuw wilden uitvinden. Ja, Rubin wist precies wat hij wilde. Hij had het maar vast voor ons uitgetekend.'


Iommi kieperde zijn riffs over de studiovloer, Black Sabbath ging met ingehuurde drummer Brad Wilk (Rage Against The Machine) aan het werk met denderende nieuwe rocknummers als God is Dead?, en een groovend, zeer Sabbathiaans beuklied Damaged Soul. Butler: 'Geschreven in een paar minuten in de studio, op basis van weer zo'n riff van Iommi. Lekker, net als vroeger.'


Black Sabbath keerde ook in het productieproces terug naar de basis. Osbourne: 'We speelden de nummers live in. Zo moest onze muziek klinken: rauw, niet gefabriceerd. Ik heb zo'n ontzettende hekel aan die overgeproduceerde muziek van tegenwoordig, die laag voor laag met onzin als Pro Tools in elkaar is gezet. Klinisch, niets aan.'


Zo'n live opstelling in de studio had ook weer zo zijn nadelen, werd Osbourne duidelijk na zijn eerste opgenomen zanglijnen. 'Het moest weleens over. Als je zo live speelt in de studio, en iemand maakt een foutje, dan moet ook iedereen opnieuw beginnen. Vroeger zou ik hebben geweigerd: ik zong nooit twee keer een zin in. Dan vond ik het fake worden, afschuwelijk. Rubin kreeg me toch zo ver.'


Osbourne was overdonderd, zegt hij nu, toen hij de eerste studiotapes van Rubin mee naar huis nam en hard afdraaide in het muziekvertrek van zijn villa. 'Wow. Riffs van dynamiet. Monsterlijke grooves. Mijn zoon Jack luisterde met me mee, later, in de auto. Pa, zei hij, waarom hebben jullie dít niet vaker gemaakt? Alles viel op zijn plek, dit was het Sabbath van toen, waar je nu weer mee voor de dag wilde komen.'


Want aan die hele studioreünie van Black Sabbath had natuurlijk één levensgroot risico gekleefd, volgens Osbourne en Butler. Wat als de magie uit Birmingham niet werd teruggetoverd in een studio te LA? Wat als 'de nieuwe Sabbath' zou falen, als de plaat zou klinken als een jammerlijke poging van drie oude heren om weer eens stoer te doen? Osbourne: 'Dan hadden we eigenhandig een deuk geslagen in de mythe. Daarom riep ik tijdens de opnamen ook steeds: dit is de belangrijkste Sabbathplaat uit ons bestaan.'


Dat het rockicoon Black Sabbath met 13 niet van de sokkel in The Rock And Roll Hall Of Fame is gedonderd, is inmiddels duidelijk. Binnen op één in het Verenigd Koninkrijk, drieënveertig jaar na zo'n zelfde toppositie voor album Paranoid. Butler: 'Het is moeilijk te omschrijven wat dit toch wel overweldigende succes voor ons betekent. Dat een nieuwe generatie Black Sabbath ontdekt, en goed vindt. Dat onze muziek - welja, noem het dan maar heavy metal - na al die jaren nog lééft.'


Osbourne: 'Toen we bezig waren met onze laatste twee platen, eind jaren zeventig, vonden we onszelf al ouderwets. We zijn er geweest, zeiden we toen we de opkomende punk van bands als The Ramones hoorden. We kunnen wel inpakken met onze heavy rock, dachten we. Als iemand ons toen had verteld dat wij na ruim veertig jaar met precies dezelfde muziek, met dezelfde band weer op één zouden staan, hadden we hem uiteraard keihard uitgelachen. Ongelooflijk. Er is kennelijk nog steeds een grote behoefte aan ongecompliceerde, heftige en instinctieve muziek.'


Die nu dan ook eens met een geklaard gemoed kon worden gemaakt. Osbourne: 'Onze laatste jaren samen met Black Sabbath waren echt niet de leukste. We hadden grote financiële problemen: we vertrouwden te vaak op de bandieten van de muziekindustrie, zoals waarschijnlijk nog altijd veel beginnende bandjes dat doen. Je wilt tenslotte sterven voor een platencontract, dan let je niet op de randzaken. We zagen dus nooit geld, alleen de belastingaanslagen. We vochten om te kunnen overleven, zaten uiteindelijk als een soort accountants rond een tafel vol rekeningen. En klaagden onze managers aan in de rechtzaal. We dachten: what the fúck is this? Daarvoor waren we niet de rock 'n' roll ingegaan! Daardoor is onze band uiteindelijk kapot gegaan. Okay, en we zopen te veel. Om nu dan weer zonder zorgen over geld of management, en nuchter, een plaat te kunnen maken is natuurlijk een zegen, en de finish waar je van droomt.'


Zo voelt het dus voor Black Sabbath. Een testament, een laatste blijk van kunnen. Waarmee de band nog één keer op een wereldomvattende tournee kan - in november ook te zien in Nederland.


Logisch dus dat de verzamelde fans in die New Yorkse kerk, bij de presentatie van 13, zich al openlijk afvroegen: 'Wat nu nog, Black Sabbath? Wat is nu de grootste uitdaging?'


Tony Iommi meldde zich voor het antwoord, dat nog lang nadreunde boven de kerkbankjes. 'In leven blijven.'


Lees verder op pagina V4





The Osbournes


Door de realityserie The Osbournes, van 2002 tot 2005 uitgezonden op MTV, werd Ozzy Osbourne met zijn hele familie een mediafenomeen. Miljoenen tv-kijkers volgden de soms ontluisterende huiselijke scènes en dagelijkse ellende van Ozzy en vrouw Sharon, plus de kinderen Kelly en Jack. Voor wie het entertainmentnieuws de afgelopen weken heeft gemist: Sharon en Ozzy doen weer lief tegen elkaar, nadat Sharon na een tijdelijke alcoholische terugval van haar man het huis had verlaten. Bij de albumpresentatie van 13 in New York verscheen Sharon naast Ozzy, en later zoende het stel zelfs weer publiekelijk.


Vervolg van pagina V3


Black Sabbath is evil


Natuurlijk: er was al duivelse popmuziek gemaakt, door blueslegende Robert Johnson (1911-1938), en volgens sommigen zelfs door Elvis (1935-1977). Maar met de eerste plaat van Black Sabbath uit 1970, getiteld Black Sabbath, trad de pure slechtheid binnen in de populaire muziek.


Allereerst die hoes. Een schimmige foto van een heel eng meisje in een bos. Binnenin een omgekeerd kruis: het teken van Satan.


Dan het eerste nummer van kant A, Black Sabbath. Onweer en regen, in de verte beierende kerkklokken. En die verwoestende, trage gitaarriff van Tony Iommi, gespeeld in de zogeheten Devil's interval: een duistere en gemeen klinkende dissonante drieklank, die in de vroege achttiende eeuw doorging voor Diabolus in Musica en door de kerk zelfs verboden was.


Volgens Tony Iommi probeerde hij destijds niet 'duivels' te spelen, vertelde hij in de documentaire Metal: A Headbanger's Journey. 'Het klonk gewoon goed.'


In zijn autobiografie Iron Man, geschreven met de Nederlandse muziekjournalist Tjerk Lammers, legt Iommi uit hoe hij nu eigenlijk die 'heavy metal' uitvond. Iommi verloor bij een fabrieksongeluk twee vingertoppen van zijn rechterhand, in het geval van de linkshandige Iommi de hand waarmee hij de vingerzettingen op zijn gitaar moest verzorgen.


Om toch gitaar te kunnen spelen, dook Iommi in de trukendoos. Hij fabriceerde zelf twee rubberen protheses, en leerde zijn snaren naar beneden te trekken met pink en wijsvinger. En hij stemde zijn gitaar lager af, waardoor zijn snaren met de afgehakte middel- en ringvinger beter bespeelbaar werden, maar zijn gitaargeluid zwaar, en zelfs luguber werd.


Aldus ontwaakte de heavy metal, en werd Black Sabbath in de beginjaren achtervolgd door kerkelijke en politieke groepringen die in de muziek het werk van de Duivel herkenden. Daar heeft de band volgens Ozzy Osbourne nu geen last meer van. 'Shockeren doen wij in deze tijd natuurlijk niet meer.' Met een hint naar kerkelijke seksschandalen en recent gebleken politieke afluisterpraktijken: 'Dat doen kerk en politiek nu zelf.'


Black Sabbath mumbo-jumbo


Er zijn metalhistorici die er nog altijd ingewikkeld over doen, maar om de teksten van Black Sabbath kun je, al ruim veertig jaar, ook gewoon lachen. Een dolle mix van religie, anti-religie en sciencefiction: echte mumbo-jumbo dus, waar volgens Osbourne evenwel ook best een diepere laag in valt te ontdekken.


De teksten voor album 13 kwamen volgens beproefde Sabbathmethode tot stand. Ozzy Osbourne improviseerde live in de studio op de riffs van Tony Iommi, waarna bassist Geezer Butler er aan het bureau chocola van probeerde te maken.


En dus horen we bij het openingsnummer End Of The Beginning:


'Reanimation of your cyber sonic soul,


transforming time and space beyond control.'


Aan leuke vondsten doet Black Sabbath op 13 ook, bijvoorbeeld in het nummer Pariah:


'Pariah from society,


addicted to sobriety.'


'Ja, die heb ik bedacht', zegt Geezer Butler. 'En het gaat niet eens over onszelf. In Los Angeles lijkt iedereen ineens aangesloten bij de Anonieme Alcoholisten, iedereen loopt maar te zeuren over hoe lang hij al niets gedronken heeft. Gek word ik ervan. Nuchterheid is de nieuwe verslaving.'


Vandaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden