Duitsland kan nazi-tijd niet zonder gevaar vergeten

Het duizendjarige Derde Rijk dat twaalf jaar duurde, houdt de Duitsers nog steeds bezig. In het begin, vlak na het uur nul in 1945, was er de vlucht uit het verleden....

Van onze buitenlandredacteur

Jan Luijten

AMSTERDAM

In Duitsland werd jarenlang over mei 1945 gesproken als 'het uur nul'. Daarmee werd aangeduid dat met de onvoorwaardelijke capitulatie van nazi-Duitsland een geheel nieuw tijdperk begon. Het begrip 'Stunde Null' had iets van een definitieve breuk, maar het leek ook aan te duiden dat wat voordien was geweest eigenlijk nooit had bestaan. Het 'uur nul' als een groot zwart gat, waarin de Duitsers het nazi-verleden wilden laten verdwijnen.

De houding van de Duitsers tegenover de achtste mei 1945 heeft lang iets dubbelzinnigs gehad. Ze waren opgelucht het Derde Rijk te hebben overleefd. 'Wir sind noch einmal davongekommen', was het overheersende gevoel.

Maar de achtste mei was geen bevrijdingsdag. Voor de meeste Duitsers was het de dag van de nederlaag, van de 'ineenstorting' van Duitsland, van de teloorgang van het vaderland, het verlies van 'Heimat'. De consequenties van die nederlaag werden lange tijd niet aanvaard.

Pas veertig jaar later, in mei 1985, kon president Richard von Weizsäcker zonder veel tegenspraak zeggen: 'De achtste mei was een dag van bevrijding.' Het was een belangrijk moment in een lang proces, waarin de Duitsers moeizaam leerden hun verleden te accepteren en hoe er op de juiste manier mee om te gaan.

Historici hebben, schrijvend over het verslagen en bezette Duitsland na mei '45, het beeld geschetst van een afgrond, waarin de Duitsers gedwongen waren te kijken. De gruwelijke misdaden van de nazi's werden in hun schier onvoorstelbare omvang zichtbaar. De vraag naar schuld en schuldigen kon niet meer worden ontweken. Maar hoe daarmee om te gaan?

De meeste Duitsers hadden daar grote moeite mee. Er waren uitzonderingen. De Evangelische Kerk kwam in oktober 1945 met een verklaring, waarin werd gesproken over 'de solidariteit van de schuld' en over 'het grenzeloze leed dat Duitsland zoveel volken en landen had aangedaan'. Ze bekende ook zelf schuld.

Maar de meeste Duitsers, die in de jaren na 1933 Hitler hadden toegejuicht, voelden zich na 1945 niet verantwoordelijk. Ze hadden niets geweten, niets gezien, hadden moeten gehoorzamen, hadden hun plicht gedaan, of hadden meegedaan om erger te voorkomen.

De Duitsers hebben na de oorlog en tijdens de eerste periode van de Bondsrepubliek het nazi-verleden massaal verdrongen. Zij stortten zich op de wederopbouw van het land, op het herstel van de materiële schade en het scheppen van een nieuwe welvaart. Het verleden verdween achter het 'Wirtschafswunder' van Ludwig Erhard. In de burgerlijk-conservatieve samenleving van Konrad Adenauer was weinig plaats voor herinnering, voor het schuldbewust stilstaan bij de misdaden van nazi-Duitsland. Dat werd overgelaten aan de staat.

Daarbij kwam dat veel Duitsers zich niet dader, maar slachtoffer voelden. Zij wilden liever niet herinnerd worden aan Hitlers concentratie- en vernietingskampen, maar zij herinnerden zich wel het einde van de oorlog. Veel Duitsers verloren huis en haard, sloegen op de vlucht voor het oprukkende Russische leger, werden verdreven uit Tsjechoslowakije, en uit de gebieden die in 1945 Pools werden.

De historicus Fritz Stern, die in 1938 als twaalfjarige met zijn joodse ouders van Duitsland naar Amerika vluchtte, bracht in 1954 een bezoek aan Berlijn. Hij schreef daarover een essay (onlangs in Nederland verschenen in Droom en Waan), waarin hij onder meer opmerkte: 'Wat te denken van een volk dat zijn geschiedenis niet bejubelt of verdraait, maar gewoon negeert? Deze vlucht uit het verleden versterkt de Duitse neiging anderen de schuld te geven van hun tegenslagen. Collectieve schuld is, zoals ik al gezegd heb, een hard en misschien wel zinloos begrip; en toch had ik verwacht dat de Duitsers bij hun geweten te rade zouden zijn gegaan. Op een paar uitzonderingen na lijkt de splinter in het geallieerde oog veel groter dan de balk in hun eigen.'

De Bondsrepubliek van Adenauer en Erhard had eigenlijk drie gezichten. Er was allereerst het verzoenende, vreedzame gezicht naar het Westen. De veel geprezen Westduitse grondwet van 1949 maakte van de Bondsrepubliek Duitsland een democratische rechtsstaat.

Het is de historische verdienste van bondskanselier Adenauer dat hij de jonge Bondsrepubliek integreerde in het Westen. Het verdeelde Duitsland gaf zijn oude machtspositie in Midden-Europa op en West-Duitsland werd lid van de NAVO en de Europese Gemeenschap. Adenauer en De Gaulle zorgden ervoor dat de oude vijanden Frankrijk en Duitsland zich met elkaar verzoenden. Deze Bondsrepubliek betaalde 'Wiedergutmachung' aan de slachtoffers van het nationaal-socialisme.

Adenauers streven de Bondsrepubliek in het Westen te integreren en te laten opgaan in een federaal Europa is een constante in de naoorlogse Duitse politiek. De Westduitsers, die als gevolg van het nazi-verleden hun oude identiteit hadden verloren en van nationalisme niets meer wilden weten, vonden in Europa een nieuwe identiteit.

De Bondsrepubliek wilde een voorbeeldige democratische staat worden, maar kon niet verhinderen dat het democratische gezicht 'bruine' vlekken vertoonde. De filosoof Jürgen Habermas heeft geschreven: 'De illusie van de Adenauer-tijd was: wij zijn allen democraten.' De werkelijkheid was dat de prille democratie moest opgroeien met miljoenen Duitsers die lid waren geweest van de nazi-partij en Hitler hadden gediend.

Voor de overlevenden van de nazi-terreur, voor Duitsers die geen lid van de nazi-partij hadden willen worden en zich hadden verzet tegen Hitler, was het bijzonder pijnlijk te ervaren dat oude nazi's weer belangrijke functies gingen bekleden. Veel rechters die trouw de wetten van Hitler had toegepast, keerden terug. Er werd nooit een rechter uit het Derde Rijk veroordeeld. De strafrechtelijke vervolging van nazi-misdadigers kwam pas in de jaren zestig op gang, en verliep vervolgens uiterst langzaam.

Het was in de Bondsrepubliek lang taboe om over de rol van het Duitse leger onder Hitler, de Wehrmacht, anders te praten dan in termen van: het leger heeft zijn plicht gedaan. Nog in de jaren zeventig stak er een storm van protest op in de Bondsdag, toen een afgevaardigde de Wehrmacht rechtstreeks in verband bracht met de misdaden in de concentratie- en vernietigingskampen.

De Bondsrepubliek had tot aan het einde van de jaren zestig ook een onverzoenlijk gezicht. Dat was naar het Oosten gericht en weerspiegelde het feit dat West-Duitsland zich niet wilde neerleggen bij de consequenties van de nederlaag. Doel van Bonns politiek, althans formeel, was lange tijd het herstel van het Duitse rijk in de grenzen van 1937. Dat betekende niet alleen vereniging met Oost-Duitsland, maar ook teruggave van de gebieden die in 1945 bij Polen waren gekomen.

De republiek van Adenauer was in de Koude Oorlog stram anticommunistisch. Zij eiste het recht op alle Duitsers, dus ook die in Oost-Duitsland, te vertegenwoordigen. Een land dat het waagde de DDR als staat te erkennen, werd getroffen door de Hallstein-doctrine - dat wil zeggen, met een dergelijk land verbrak de regering in Bonn de betrekkingen.

Was dan de DDR de betere Duitse staat? Zeker niet. Officieel had hier met hulp van het Russische 'broedervolk' het antifascisme gezegevierd. Maar ook de DDR was gebaseerd op een 'illusie', zo heeft Fritz Stern geschreven, de illusie namelijk dat de bevolking de Russen als broeders beschouwde en dat in Oost-Duitsland alleen overtuigde antifascisten woonden.

Pas aan het einde van de jaren zestig, begin jaren zeventig gingen de Duitsers zich intensiever met het nazi-verleden bezighouden. Een belangrijke aanzet daartoe gaven schrijvers zoals Siegfried Lenz, die in zijn roman Deutschstunde schreef over de schuld van de meelopers, van die Duitsers die meenden hun plicht te moeten doen, en zo medeplichtig werden.

Tevens kwamen in 1968 de studenten in opstand tegen de autoritaire structuren in universiteit en samenleving. Zij eisten meer democratie en medezeggenschap. Maar de Duitse studenten wilden ook van hun vaders weten wat zij tijdens het Derde Rijk hadden gedaan.

Procureur-generaal Alfred Streim, hoofd van het centrale bureau bij de Duitse justitie voor de opheldering van nationaal-socialistische misdaden, zei onlangs in een interview met het weekblad Der Spiegel dat de studentenrevolte mede gericht was tegen de wijdverbreide stemming in Duitsland een streep onder het verleden te zetten. 'De opstand van de studenten was een resultaat van dit verdringingsproces. Pas de impulsen van de mensen van '68 hebben ertoe geleid dat tenminste op school meer aandacht werd geschonken aan de nazi-tijd en de misdaden die werden bedreven - tot nu toe echter is dit onderwijs onvoldoende.'

Willy Brandt, de in 1933 als jonge socialist naar Noorwegen vluchtte en na de oorlog terugkeerde, heeft het onverzoenlijke gezicht van de Bondsrepubliek naar Oost-Europa toe veranderd. Als bondskanselier sloot hij begin jaren zeventig verdragen met Moskou en Warschau waarin hij, tot woede van de conservatieve oppositie in Bonn, de naoorlogse grenzen erkende.

Grote indruk maakte hoe bondskanselier Brandt en president Heinemann begin jaren zeventig het nazi-verleden benaderden. Brandt knielde voor het monument in het getto van Warschau. 'Ik heb uit naam van ons volk om vergiffenis willen vragen voor de miljoenen misdaden die werden bedreven uit naam van Duitsland, een naam die werd misbruikt', zei hij in de Poolse hoofdstad.

In de jaren zeventig werd in Duitsland in een reeks boeken en tv-documentaires het nazi-verleden uitvoerig behandeld. Maar echt pijnlijk getroffen door dit verleden werden de Duitsers pas in 1979, door de Amerikaanse tv-serie Holocaust. Deze film over de vervolging van dokter Weiss, een joodse arts in Berlijn, en zijn gezin door de SS wekte een golf van emoties. Het zwijgen door de brede massa Duitsers werd doorbroken. Sommige Duitsers wensten niet meer met het verleden te worden lastiggevallen. Overheersend waren echter de gevoelens van droefheid en schaamte over de holocaust.

Na 1982, het jaar dat de CDU-CSU met Helmut Kohl weer aan de macht kwam, was de omgang van het officiële Duitsland met het verleden niet altijd vlekkeloos. Over het algemeen kan echter worden gezegd dat nu oprecht rekenschap wordt afgelegd van wat er vóór 1945 is gebeurd. Vooral Richard von Weizsäcker, die van 1984 tot 1994 bondspresident was, heeft dat gedaan.

Ook veel burgers zijn ervan overtuigd dat er een collectieve verantwoordelijkheid voor het verleden bestaat. Duitsland is een stabiele democratie geworden. Maar dat neemt niet weg dat er nog altijd Duitsers zijn die de nazi-misdaden bagatelliseren - zoals de historicus Ernst Nolte - en extreem-rechtse ideeën verkondigen. De inmiddels verboden neo-nazigroepen die de afgelopen jaren in Duitsland vreemdelingen terroriseerden, brand stichtten in tehuizen voor asielzoekers en joodse kerkhoven schonden, bewezen dat de lessen van het verleden niet zijn doorgedrongen tot een deel van de Duitse jeugd.

Procureur-generaal Streim heeft in het al eerder genoemde Spiegel-interview het ontstaan van extreem-rechts in verband gebracht met de nog altijd gebrekkige voorlichting over het verleden. 'De samenleving heeft uiteindelijk ook de impulsen van de mensen van '68 niet opgepakt, ze zijn op een gegeven moment verzand.'

De Duitse vereniging in 1990 is in rechtse kringen gepaard gegaan met een nieuw nationaal bewustzijn. Rechtse intellectuelen verkondigen dat Duitsland nu een 'normale staat' is, wat zou impliceren dat er nu ook maar eens een streep onder het verleden moet worden gezet. De werkelijkheid is een andere. Duitsland zal alleen dan door zijn buren als een normale staat worden geaccepteerd als het zich bewust blijft van zijn verleden.

Nog altijd geldt wat president Von Weizsäcker op 8 mei 1945 zei: 'Wie voor het verleden de ogen sluit, wordt blind voor het heden. Wie zich de onmenselijkheid niet wil herinneren, wordt weer vatbaar voor nieuwe besmettingsgevaren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.