Column

Duitsland is eigenlijk nog in de puberteit

Column Paul Brill

Er is veel behartigenswaardigs gezegd over de betekenis van de dinsdag overleden Helmut Schmidt voor Duitsland en Europa.

Helmut Schmidt. Beeld epa

Maar voor mij staan twee oudere herinneringen voorop. De eerste is een tv-reportage, gemaakt in de periode van Schmidts bondskanselierschap. Voor het eerst had een bondskanselier een cameraploeg toegelaten tot zijn werkvertrekken. Met enige nadruk wees hij op de kunst die aan de muur hing en die hij persoonlijk had uitgezocht: allemaal werk van kunstenaars die in de nazitijd taboe waren vanwege hun 'Entartete Kunst'. Zijn karakter getrouw onthield Schmidt zich van zalvende teksten, maar met het terloopse eerbetoon toonde Der Macher toch ineens een zeer menselijke kant.

De tweede herinnering is een persoonlijke. In 1994 reisde ik met collega Martin Sommer naar Hamburg om Schmidt, inmiddels mede-uitgever van het weekblad Die Zeit, te interviewen. Zeker in het begin van het gesprek etaleerde de oud-bondskanselier volop de korzeligheid die na zijn aftreden zijn handelsmerk werd. Van het prekerige Nederland heeft hij nooit een hoge dunk gehad. 'De wereld zou er ongetwijfeld veel beter hebben voorgestaan als er tachtig miljoen Nederlanders en zestien miljoen Duitsers waren geweest, maar helaas heeft God het tegendeel beschikt', smaalde hij ooit.

Ook nu kregen die Nederlanders, die het met slechts twee buurlanden (Duitsland en Engeland, want 'de Vlamingen tel ik niet mee') zo veel makkelijker hebben dan de Duitsers met hun negen buren, een veeg uit de pan. Maar toen hem duidelijk werd dat hij geen onverbeterlijke moraalridders tegenover zich had, verliep de conversatie een stuk soepeler en richtte hij zijn kritiek op grotere doelen. Op het Verdrag van Maastricht, op opvolger Helmut Kohl en Bill Clinton. Dat alles met de mondi-ale blik van wie thuis is in de geschiedenis en op het hoogste podium heeft geacteerd.

Bij herlezing van het interview treft me een passage over de geldingsdrang van de islamitische wereld en over het potentieel voor conflicten in het gebied dat zich uitstrekt van Afghanistan tot Noord-Afrika: 'Aan de ene kant zou het onwenselijk zijn dat de VS zich daarvan zouden afkeren, terwijl je er aan de andere kant niet aan moet denken dat ze daar een mensenrechtenpolitiek gaan voeren of eisen dat er democratie wordt ingevoerd.'

Mede door dit soort uitspraken stond Schmidt te boek als een Realpolitiker. Toch zou ik zijn twee belangrijkste wapenfeiten, de confrontatie met de Rote Armee Fraktion en de doorvoering van het NAVO-dubbelbesluit (plaatsing van kruisraketten als de Sovjet-Unie zijn nucleaire wapens voor de middellange afstand niet wenste te ontmantelen), niet bepaald toeschrijven aan realiteitszin. Ze kwamen veeleer voort uit een strategisch doordachte en door historisch besef geschraagde overtuiging.

Gezien de tegenkrachten - met name de pacifistische stroming in zijn eigen SPD - zou puur realisme allicht in een glibberiger koers hebben geresulteerd. Maar Schmidt meende ten diepste dat slappe knieën tegenover het RAF-terrorisme de Duitse democratie en rechtsstaat langdurige scha-de zouden berokkenen. En naar zijn oordeel had de Ostpolitik van zijn voorganger Willy Brandt, die hij steunde, alleen kans van slagen op basis van een hechte Atlantische alliantie en een globaal machtsevenwicht. Was een westerse tegenzet uitgebleven, dan hadden de Russische raketten die pijlers aangetast.

Dat lijkt me de les van Schmidt: geen zinvolle overtuiging zonder strategische onderbouwing en zonder een beredeneerde inschatting van de mogelijke gevolgen. Dat laatste is precies waaraan het heeft ontbro- ken bij Merkels opengrenzenpolitiek in de vluchtelingencrisis, een drieste stap waarvan ze nu moet retireren, maar die Duitsland en heel Europa nog lang zal dwarszitten.

De Duitse president Joachim Gauck (L) kijkt toe hoe bondskanselier Angela Merkel (R) het condoleanceregister tekent van de onlangs overleden bondskanselier Helmut Schmidt. Beeld afp

Hoe kon dit gebeuren? In een recent vraaggesprek met de Neue Zürcher Zeitung trekt de Duitse filosoof Rüdiger Safranski een parallel tussen het verzet tegen de kruisraketten in de jaren tachtig en de doorgeschoten welkomstcultuur van nu. Allebei zijn geworteld in schuldgevoel en angst voor maatregelen die het gemoed bezwaren.

Eigenlijk staat Duitsland pas sinds 1989, het jaar van de val van de Muur, volledig op eigen benen, aldus Safranski. Het heeft een leidende positie in Europa, maar is als speler in de internationale arena nog geen volwassen natie. Vandaar dat er zo veel wordt gemoraliseerd. 'De Duitsers zijn eigenlijk nog in de puberteit.' Een observatie die met terugwerkende kracht extra glans verleent aan het resolute optreden van Helmut Schmidt.

Reageren? p.brill@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.