Duitsland is door de goden gekust

Duitsland is altijd beter af geweest binnen een internationale inbedding dan wanneer het zijn eigen weg ging. In de Europese muntunie wil Duitsland zijn stabiliteitscultuur op heel Europa overdragen. Maar die behelst veel meer dan alleen het streven naar prijsstabiliteit.

'Wij willen geen Duits Europa, maar een Europees Duitsland', aldus een veel geciteerde uitspraak van Thomas Mann. De schrijver (1875-1955) wist waarover hij het had. Hij zoog de ontsporing van Duitsland in zich op en is er voor op de vlucht gegaan. In 1933 naar Zwitserland en later, tijdens de Tweede Wereldoorlog, naar Californië. Van een pure estheet met een afkeer van politiek die tijdens de Eerste Wereldoorlog de Duitse cultuur als superieur verdedigde, ontwikkelde Mann zich in de Weimarrepubliek tot een overtuigd democraat en antifascist. Maar een cultuurdrager bleef hij. In 1929, het jaar van de beurskrach op Wall Street, kreeg hij de Nobelprijs voor Literatuur.


Mann verkeerde als kunstenaar misschien iets te veel in hogere sferen om zich echt voor zoiets banaals als geld te interesseren, maar hij had het wel en maakte zich er ook zorgen over. Zijn hele op scheppen gerichte natuur draaide om rust en burgerlijk welbehagen. Hij bewoonde een villa in München en doorstond de hyperinflatie van 1923, die de Duitse burgerij ruïneerde. En na de vlucht uit nazi-Duitsland wist zoon Golo nog een deel van het familiekapitaal de grens over te krijgen. Wie zoveel talent en fortuin heeft, is door de goden gekust. In tegenstelling tot andere emigranten leidde Mann, die ook in het buitenland goed verkocht, tijdens zijn Exil een comfortabel leven.


Dat kon de latere bondskanselier Helmut Kohl (1930) aanvankelijk niet zeggen. In zijn jeugd dwaalde hij door de puinhopen van het door de geallieerden verwoeste Mannheim. Toch sprak Kohl van de Gnade der späten Geburt, hij was net te jong om naar het front te worden gestuurd. Voor hem was het opgaan in Europa de redding voor Duitsland en de enige nog begaanbare weg. Ik heb nooit helemaal begrepen wat onder dat 'Europese Duitsland' werd verstaan. De verwijzing naar Thomas Mann klonk chic, maar de Bondsrepubliek lag al in Europa en Europa kent vele landen en culturen. De Europese cultuur wordt ook vormgegeven door zuidelijke landen als Italië en kleine staten als Zwitserland en Oostenrijk, waar ze de Duitse discipline waarderen en de kanselier elk jaar aan het abspecken was. Duitsland had ook historische banden met Oost-Europa en de sleutel van de Duitse eenwording lag in Moskou. Maar voor Kohl stond de band met Frankrijk, de oude erfvijand, voorop. Net als zijn grote voorbeeld Konrad Adenauer wantrouwde hij Duitsland zozeer, dat hij het alleen kon verdragen als het binnen het Westen was verankerd en hij daar zelf als bondskanselier op kon toezien.


Kohl stond met al zijn gewicht voor 'stabiliteit', tijdens de Koude Oorlog, maar ook daarna. Het paste bij het voor kleinburgerlijk gehouden Ordnung muss sein. Zelfs na zestien jaar Kohl vroegen sommigen zich nog af of de Bondsrepubliek wel stabiel genoeg was om een machtswisseling naar een jongere generatie die niet door de oorlog was bepaald te doorstaan. De Europese gezindheid van Kohl en zijn angst voor een nieuwe Alleingang die na de val van de Berlijnse Muur mogelijk was, verklaart waarom de eenheidskanselier het in 1990 nodig vond om de D-Mark op te geven en mee te gaan met de Franse plannen voor de euro.


Duitse tuchtiging

Die Europese muntunie (EMU) zou dan wel naar Duits model worden ingericht, met een onafhankelijke centrale bank, die zich net als de Bundesbank richtte op prijsstabiliteit. De boodschap die Duitsland uitdroeg, was de vestiging van een Europese stabiliteitscultuur. Maar de politieke unie die Kohl ook wilde, kreeg hij niet. Frankrijk wilde wel greep op het Duitse monetaire beleid, maar zelf geen nationale soevereiniteit afstaan.


Ironisch genoeg zucht Zuid-Europa, en dus ook Frankrijk, sinds de eurocrisis toch weer onder het Duitse rentedictaat dat met de oprichting van de EMU doorbroken had moeten worden. Frankrijk maakt zich nu sterk voor een 'economisch bestuur' van de eurozone, maar dat wil Duitsland niet - al blijft het mysterieus wat het verschil is met een politieke unie die Frankrijk weer niet wil. Het zal een kwestie van psychologie zijn. Waar niemand gelukkig mee is, zelfs de meeste Duitsers niet, is dat 'Duitse Europa' dat ze in Griekenland en Spanje nu overal zien rondspoken. Het zijn de rijke Duitsers die tot soberheid oproepen en de arme Zuid-Europeanen laten spartelen. Een tuchtiging naar Duitse geest. Dat is althans hoe het in Griekenland en de rest van de wereld wordt gezien. In de Germaanse wereld maakt men zich eerder zorgen of de Europese Centrale Bank niet al te ver is gegaan met het opkopen van schuldpapier van Zuid-Europese probleemlanden. Bankpresident Mario Draghi zou met zijn steuntoezeggingen politiek bedrijven, wat niet alleen de onafhankelijkheid van de ECB ondermijnt, maar ook het streven naar prijsstabiliteit. De enige die daartegen verzet aantekende, was Jens Weidmann, de president van de Bundesbank. De angst voor inflatie zit in Duitsland nog altijd diep.


Toch passen hierbij enkele kanttekeningen. De hyperinflatie van 1923, het jaar dat Franse en Belgische troepen het Ruhrgebied hadden bezet om naleving van de verdragen van Versailles af te dwingen, was van eigen makelij. Er braken proteststakingen uit en de Duitse autoriteiten grepen de zelf aangemoedigde chaos aan om duidelijk te maken dat herstelbetalingen onmogelijk waren. Pas onder een Amerikaans plan, waarbij Duitsland geld van Amerika leende om de verplichtingen aan Frankrijk en Engeland na te komen die daarmee weer hun schulden aan Amerika konden aflossen, kwam de economie weer op gang en trad er in Europa ontspanning op. Met de beurskrach van 1929 stortte dit fragiele bouwwerk weer in en brak een desastreuze periode van protectionisme aan.


De koers die Duitsland in de jaren dertig insloeg, werd op de pof gefinancierd en leidde tot de totale vernietiging in 1945. Het land werd door de overwinnaars opgedeeld en was vier jaar bezet. De D-mark die na de oorlog het symbool werd van herwonnen Duitse economische kracht, was in 1948 ingevoerd door de drie westelijke geallieerden, die hun bezettingszones samenvoegden waaruit een jaar later de Bondsrepubliek voortkwam. Zowel in de jaren twintig als in de jaren vijftig werd Duitsland beter binnen een internationale inbedding. Alle pogingen tot een eigen Duitse weg liepen op rampen uit.


Het lijkt met alle speculaties over een mogelijk vertrek van Duitsland uit de eurozone alsof deze grotere geschiedenis vergeten is. Veel wordt gemaakt van het verzet van de Bundesbank tegen de huidige koers van de ECB, maar daarbij wordt veronachtzaamd dat de heren van de Bundesbank in het verleden, bijvoorbeeld bij de Duitse monetaire unie in 1990, wel vaker werden overruled. Dat gebeurde door de eigen Duitse politici, die verder keken dan inflatie-overwegingen alleen. Ook het Constitutionele Hof in Karlsruhe, dat de herwonnen Duitse soevereiniteit bewaakt en in september onder voorwaarden instemde met de Europese noodfondsen die de euro overeind moeten houden, heeft nog nooit een Europees akkoord waar de bondsregering zich sterk voor maakte afgewezen.


Angela Merkel mag dan uit de voormalige DDR afkomstig zijn en minder affiniteit met Frankrijk hebben dan haar voorgangers Adenauer en Kohl met hun Heimat in het Rijnland, maar ook zij wijst een 'Duits Europa' af en streeft naar een 'Europees Duitsland'. Ook voor Merkel draait alles om het behoud van de Europese stabiliteit.


Burgerlijke gemoedsrust

Het verloop van de eurocrisis laat dit duidelijk zien. Bij alle klaagzangen over de heerschappij van Duitsland is de Bundesbank in Europa niet sterk genoeg om haar zin te krijgen en wordt zij door de rest overstemd. Daarbij maande de eigen bondsregering de Bundesbank tot minder starheid. Een vergemeenschappelijking van de Europese schuldenlast, laat staan een transferunie, is vooralsnog een brug te ver en holt het financiële draagvlak van Duitsland uit. Italiaanse of Spaanse toestanden zijn wel het laatste waar de op zekerheid gestelde Duitser naartoe wil.


Maar de ECB heeft met héél Europa te maken en je kunt je afvragen wat het streven naar prijsstabiliteit nog voorstelt als banken in Zuid-Europa op omvallen staan en landen als Spanje, Italië en zelfs Frankrijk zouden afhaken. Dat valt niet te rijmen met de stabiliteitscultuur die Duitsland uitdraagt en waarvan prijsstabiliteit slechts een bescheiden onderdeel is.


In die Duitse stabiliteitscultuur, die op heel Europa moet worden overgedragen, schuilt ook het Europese Duitsland. Het nieuwe Duitsland is gezegend met een industriële kwaliteitscultuur, rijk met talent bedeeld en internationaal gerespecteerd. Het ademt rust en welbehagen uit. Door een historische speling van het lot is de Berlijnse Muur gevallen en het land op vreedzame wijze herenigd. Dan mag je gerust van een kus van de goden spreken.


Duitsland als geheel verkeert nu in de positie van Thomas Mann, die tijdens zijn Exil in Amerika te maken kreeg met steunverzoeken van familieleden en armlastige collega-schrijvers. De cultuurdrager stond er voor in, zuinigjes, na enig gesputter, net als Angela Merkel nu. Het moet wel allemaal betaalbaar blijven en de burgerlijke gemoedsrust mag er niet onder lijden.


Dirk-Jan van Baar is historicus en publicist.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden