Duitsland en Nederland miskennen dat de eurocrisis ook onze crisis is

De simpele Duits-Nederlandse oplossing voor de eurocrisis luidt dat probleemlanden gewoon harder moeten bezuinigen. Maar zo simpel liggen de zaken niet. Er mag ook wat van ons worden verwacht.

Het besef dat ons lot met dat van de eurozone verbonden is, dat alle eurolanden in hetzelfde bootje zitten, is nog niet overal doorgedrongen. Ideologisch geladen termen als transferunie of transferzone houden de boodschap in dat wij betalen en anderen profiteren.


De eenzijdige oplossing voor de huidige eurocrisis die met name Duitsland en Nederland aandragen, is dat de landen in de problemen gewoon harder moeten bezuinigen. Dat er ook van ons iets verwacht mag worden, is ons vreemd. Daarom hier wat stof ter overdenking.


We hebben onze mond vol over China dat een veel te groot handelsoverschot heeft en de binnenlandse economie zou moeten stimuleren om dat overschot terug te dringen. Zelf hebben we (met Duitsland) al decennia zo'n overschot. Maar laat niemand óns vragen dat overschot terug te dringen door de binnenlandse bestedingen te stimuleren! Toch zijn onze overschotten de tekorten van Zuid-Europa.


Dat Zuid-Europese landen hun handelstekorten konden financieren dankzij onze banken, die daar geen enkel risico in zagen, horen we liever niet.


Dat met onze noodhulp aan Griekenland, Ierland en Portugal deze landen in staat gesteld worden hun schulden aan onze banken, verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen terug te betalen, zodat we ze niet rechtstreeks te hulp hoeven komen, roepen we liever niet van de daken.


Duitsland en Nederland proberen desperaat gemeenschappelijke oplossingen voor de eurocrisis, waarbij de Europese instellingen een hoofdrol vervullen, te voorkomen. Ze willen vetorecht behouden. Tot welke pijnlijke situaties dit leidt, zien we met de Finse compensatie voor de lening uit het noodpakket voor Griekenland. Wie kan zich nog verbazen over de nervositeit van de financiële markten?


Toch hebben we de redding van de euro tot nu toe te danken aan de enige bovennationale instelling met voldoende bevoegdheden, te weten de ECB. Al is het script voor deze instelling door de supervoorzichtige Bundesbank geschreven, de ECB wist succesvol te interveniëren waar de politiek tekortschoot.


Het is duidelijk dat de ECB zelf niet blij is met zijn huidige rol als bezemwagen. De bank doet het, omdat het alternatief het instorten van de euro zou zijn. Er zijn wel degelijk andere instrumenten, zoals het noodfonds dat de eurolanden gecreëerd hebben. Maar dat fonds is nog steeds niet rond. Mede daarom vragen de financiële markten om gemeenschappelijke euroleningen (eurobonds).


De Duitse regering verzet zich echter tegen eurobonds en wil nu dat alle eurolanden een Gouden Regel, namelijk geen begrotingstekorten meer, in hun grondwetten opnemen. Een onzalig idee. Als dit principe tijdens de kredietcrisis al had gegolden, hadden de eurolanden hun banken niet kunnen redden, zoals nu voor honderden miljarden is gebeurd.Dan waren die banken de één na de ander failliet gegaan, de Europese economie in hun val meeslepend.


De tijd voor achteroverleunen voor landen als Nederland en Duitsland is voorbij. De eurocrisis is ook onze crisis en vraagt om moedige stappen om de lotsgemeenschap die door de euro is gecreëerd, te redden.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden