Duitsers zoeken verbroedering in pijnlijke tijd

'Bijna tactvol om ons niet uit te nodigen.' Manfred Rommel, CDUburgemeester van Stuttgart en zoon van veldmaarschalk Erwin Rommel, begrijpt niet waarom de helft van de Duitse bevolking haar regering vandaag zo graag vertegenwoordigd had gezien op de stranden van Normandië....

Van onze correspondent

Willem Beusekamp

BONN

Rommel (65) is sinds enige dagen een van de meest gevraagde Duitse politici, nationaal en internationaal. Wat hij, als zoon van een van de Duitse bevelhebbers in het bezette Frankrijk, vindt van het al maanden durende debat: had Helmut Kohl wel of niet in Normandië moeten zijn. Kohl heeft verklaard ook niet gegaan te zijn als hij wèl was uitgenodigd. Gezien de voorkeur van de bondskanselier voor grote symbolische gebaren (Bitburg, Verdun) klonk het niet overtuigend.

Manfred Rommel deed afgelopen weekeinde in verschillende interviews een uitspraak die in Duitsland nog steeds niet door iedereen wordt geaccepteerd: 'Ik denk dat wij Duitsers ondanks alle grote offers tot de conclusie moeten komen, dat het beter was de oorlog te verliezen dan hem met Hitler te winnen. Daarom was de landing het begin van de bevrijding van het nationaalsocialisme en zijn terreur.'

Het weekblad Die Woche publiceerde de uitkomst van een representatieve enquête, waaruit blijkt dat 13 procent van de bevolking de capitulatie (elf maanden na D-Day) als een nederlaag beschouwt. Nog eens 14 procent weet het nog niet zo net; 69 procent spreekt overtuigd van een bevrijding. De helft van alle ondervraagden meent dat Duitsland officieel bij de herdenking van de geallieerde invasie vandaag aanwezig had moeten zijn.

Opmerkelijk is de mening van een meerderheid van de Republikaner, de bekendste rechts-extreme partij, die volgens voorzitter Schönhuber niets met het nationaal-socialisme heeft te maken: 63 procent van de Reps 'had in Duitsland willen leven als Hitler de oorlog had gewonnen'.

Wat de herdenking van D-Day betreft doen de Duitse media niet onder voor bijvoorbeeld de Britse, Franse en Amerikaanse collega's. 'De langste dag' werd afgelopen vrijdag keurig door de grootste tvzender uitgezonden, vrijwel onmiddellijk gevolgd door speciale documentaires. De teneur is bijna overal identiek aan die in de beroemde film: de Duitse legerleiding bestond voornamelijk uit dommeriken.

Zo kan Der Spiegel zich nog steeds opwinden over het feit dat Hitler in de nacht van de invasie niet mocht worden gewekt en schrijft Rolf Hochhuth zaterdag in verschillende regionale kranten een nogal wrang essay, waarin hij vaststelt: 'Wij Duitsers hebben nog nooit een oorlog verloren waar intellectuelen de leiding hadden'.

Vergeleken met Frederik de Grote, Gneisenau, Blücher en Moltke was Hitlers generale staf volgens Hochhuth derderangs. De geallieerden wonnen niet dankzij militaire kracht, maar door hun 'superieure intelligentie', en natuurlijk 'Churchill, das Supergehirn'.

Hoezeer Duitsland in deze drukke tijden van herdenken gebrand is op nieuwe verbroederingsgetuigenissen, blijkt uit de ophef over het Franse aanbod om op 14 juli onder het oog van Kohl en Mitterrand te mogen meemarcheren op de Champs-Elysées. Deze geste wordt niet gezien als troostprijs, maar als bewijs dat de Frans-Duitse as beter functioneert dan ooit.

De bevelhebber van het Eurokorps, de Duitse drie-sterren-generaal Helmut Willmann, meldt nog niet te weten hoe zijn manschappen zich zullen presenteren: te voet of verborgen in pantservoertuigen. De Fransen willen dat de verschillende nationaliteiten van het Eurokorps nadrukkelijk zichtbaar zijn.

6 Juni, 14 juli, 30 juli (Amerikanen, Britten en Fransen verlaten Berlijn), 31 augustus (Kohl en Jeltsin treden gezamenlijk aan voor het afscheid van het Rode Leger), 8 mei 1995 (vijftigste verjaardag van de capitulatie) - wie mocht denken dat de Duitsers het langzamerhand wel welletjes vinden, vergist zich geweldig: 20 juli 1994 is de volgende datum waarover reeds in alle hevigheid ruzie wordt gemaakt.

Op die dag, vijftig jaar geleden, pleegden verscheidene hoge officieren onder leiding van graaf Stauffenberg een aanslag op Hitler. Na de mislukking werden de organisatoren terecht gesteld. De vader van de huidige burgemeester van Stuttgart werd ervan verdacht eveneens bij de opstand te zijn betrokken en werd in oktober 1944 door Hitler gedwongen zelfmoord te plegen.

Hoe de aanslag historisch moet worden gewaardeerd, is al onduidelijk. Sommigen, onder wie Ignatz Bubis van de joodse raad, noemen het een halfslachtige poging om zonder Hitler en met de westerse geallieerden de oorlog tegen Stalin voort te zetten. Anderen, onder wie president Von Weizsäcker, hebben het over een zeer moedige verzetsdaad, waaruit blijkt dat niet iedereen met Hitler meeliep. Dat de aanslag moet worden herdacht, ondermeer met militair ceremonieel, is een reeds in Bonn besloten zaak.

Het probleem is de plek van herdenking, het Bendlerblock aan de Stauffenbergstraat in Berlijn, ooit hoofdkwartier van het 'Oberkommando des Heeres', later museum ter nagedachtenis van de aanslag en sinds kort het Berlijnse filiaal van Volker Rühe, minister van Defensie. Het bevalt de bewindsman (CDU) allerminst dat in het museum prominent afbeeldingen hangen van Walter Ulbricht en Wilhelm Pick, weliswaar twee vermaarde antifascisten, maar evenzeer overtuigd aanhangers van de Stalin-terreur en mede-verantwoordelijk voor veertig jaar DDR.

Manfred Rommel laat zich niet uit over de kwestie, ofschoon zijn partij en de SPD de herdenking tot verkiezingsmunitie hebben verklaard. Een andere beroemde 'zoon van', Ludwig graaf von Stauffenberg, is des duivels. Voor hem is 20 juli aanstaande een persoonlijke DDay: indien de konterfeitsels van Ulbricht c. s. niet worden verwijderd, zal hij de herdenking boycotten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden