Duitsers zijn doof voor het goede nieuws

Soms lijkt het wel alsof de Duitsers alleen op voorspraak van buitenlanders bereid zijn te erkennen dat de hereniging van 1990 – gisteren precies vijftien jaar geleden – per saldo als een geslaagd project kan worden beschouwd....

Kennelijk verkeerden de gasten in de veronderstelling dat zij vooral van de Duitse fóuten zouden kunnen leren. Maar aan die verwachting bleek het bezoek niet te beantwoorden. Zij hoorden wel degelijk klaaglijke verhalen over de astronomische kosten van de hereniging (tot dusverre al zo’n 1500 miljard euro), over de mentale kloof tussen de oude en de nieuwe Duitse deelstaten, over de leegloop van de Oost-Duitse steden, en over de moeizame economische modernisering van de vroegere DDR.

Maar het commentaar bij de Duitse hereniging kwam niet overeen met hun indrukken. Want zij zágen gerestaureerde steden, fraaie wegen en nieuwe industriële complexen. Hun Duitse gastheren zagen de problemen, zíj zagen de bloeiende landschappen. En in Jena plaatste een Italiaan hun waarneming in het juiste perspectief: de Duitsers hadden in 15 jaar meer eenheid weten op te bouwen dan de Italianen in anderhalve eeuw.

Aangemoedigd door deze lof vergeleek de Süddeutsche Zeitung het herenigingsproces met het Amerikaanse Apollo-programma (zij het dat het eerste onvergelijkbaar veel gecompliceerder en duurder is dan het tweede): ook aan de maanlanding zijn veel problemen en tegenslagen voorafgegaan. Het wapenfeit zelf is echter een bron van nationale trots.

Gisteren, tijdens de viering van de vijftiende Dag der Duitse Eenheid, ondernamen feestredenaars, historici en politici een serieuze poging de hereniging een soortgelijke plaats te geven in de Duitse geschiedenis. Eigenlijk zou dat een eenvoudige opgave moeten zijn, betoogde Bondsdag-voorzitter en voormalig DDR-outcast Wolfgang Thierse (SPD) tijdens een herdenkingsbijeenkomst in Potsdam.

Hij herinnerde aan de macabere werkelijkheid van de DDR: de alomtegenwoordigheid van de Stasi, de onwaarachtigheid van de ideologische pretenties, het wantrouwen tussen de burgers – dat krachtig werd bevorderd door de overheid – en het dubbelleven van de Oost-Duitsers, die overdag de partijkrant lazen en ’s avonds naar de West-Duitse televisie keken.

De (eveneens sociaal-democratische) minister-president van de Oost-Duitse deelstaat Brandenburg, Matthias Platzeck, prees de Duitse hang naar zelfkritiek, maar meent dat deze eigenschap de Duitsers nogal eens heeft verhinderd trots te zijn op de wederopbouw. In der Tagesspiegel spreken Lothar de Maizière, de laatste minister-president van de DDR, en oud-minister Wolfgang Schäuble, die de bondsregering vertegenwoordigde bij de onderhandelingen met de DDR over de hereniging, er hun droefenis over uit dat de hereniging niet door alle Duitsers als een gezamenlijke opgave wordt gezien, en dat de bewoners van de vroegere DDR nogal eens de neiging hebben zichzelf als ‘de verliezers’ van het proces te zien. De Maizière herinnerde eraan dat 80 procent van de kinderen in Bitterfeld (centrum van de chemische industrie van de DDR) met luchtwegaandoeningen kampte.

De hereniging is niet alleen een succes in het licht van het DDR-verleden, ze draagt ook bij aan de economische dynamiek van het Westen. De Oost-Duitse werknemers geven blijk van een grotere flexibiliteit dan hun West-Duitse collega’s en werken doorgaans harder voor een lager salaris. Zij zijn beter toegerust voor de concurrentie met de lagelonenlanden. Om die reden situeerde de socioloog Wolfgang Engler de ‘avant-garde van de arbeidsgemeenschap’ in het Oosten.

Vooralsnog lijken de Duitsers niet bijzonder ontvankelijk voor dit positivisme. Uit een opinieonderzoek blijkt dat 84 procent van de bevolking (in oost én west) de hereniging weliswaar als ‘een juiste beslissing’ ziet, maar daar staat tegenover dat 65 procent van de Oost-Duitsers en 82 procent van de West-Duitsers meent geen baat te hebben gehad bij het proces. Zestig procent van de respondenten ziet meer verschillen dan overeenkomsten tussen Duitsers in de oude en de nieuwe deelstaten.

Volgens de Frankfurter Allgemeine Zeitung moet de kloof tussen oost en west over 15 jaar wel zo’n beetje zijn gedicht. Tegen die tijd is het achterstallig onderhoud weggewerkt, en is de eerste post-Wende generatie volwassen geworden. Bovendien kan Duitsland het zich op de dertigste verjaardag van de hereniging niet meer veroorloven om nóg meer in het oosten te investeren. Maar hopelijk zijn de Duitsers er dan van overtuigd dat ze iets groots hebben verricht in het oosten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.