Duitsers zagen Amerikanen pas na '45 als bevrijders

'Ilse, vertel jij nog eens hoe het was als je de witte vlag te vroeg uithing.' De bejaarde dame antwoordt met hoge stem: 'Dan gooiden de Duitsers een handgranaat door de ruiten.' 'En jij Thomas, wanneer werd jij voor het eerst met de oorlog geconfronteerd?' Thomas, een vroege zestiger: 'Het...

Van onze correspondent

Willem Beusekamp

BONN

Het waren Amerikanen of Engelsen tijdens hun eerste bombardementen op Keulen. De Duitse luchtafweer functioneerde nog goed. 'Later', vervolgt Thomas, 'mag ik het zo zeggen, later werd het succes van de Duitsers op dit gebied een stuk minder. Met duizenden tegelijk vlogen de geallieerde bommenwerpers vrijwel ongehinderd over ons heen, elke dag.'

Een dorp in Duitsland herdenkt. Nabij Bonn, in de gemeente Köningswinter, aan de voet van de Petersberg - kort na de oorlog de zetel van de Amerikaanse Hoge Commissaris, sinds vijf jaar het gastenverblijf van de Duitse regering - heeft de burgemeester zijn burgers in het café uitgenodigd nog één maal een beroep te doen op hun geheugen. Wat gebeurde er vijftig jaar geleden op die 19de, 20ste en 21ste maart 1945, toen de Amerikanen drie dagen en nachten nodig hadden om het vrij overzichtelijke Zevengebergte aan de Rijn te veroveren?

'Velen van u kunnen zich die verschrikkelijke tijd nog herinneren. Hoe was het in die maanden daarvoor en daarna? Wat gebeurde er bij u thuis of bij uw buren?'

Het dorp telde destijds hooguit vierhonderd inwoners. Afgezien van die ene joodse familie en de dienstplichtige dorpsgenoten die aan het front omkwamen of voor altijd worden vermist, kwamen het dorp en de achterblijvers ongeschonden de oorlog door. Tot 19 maart 1945; binnen drie dagen sneuvelden er toen 44 mensen.

Het relatief hoge aantal slachtoffers blijkt eenvoudig te verklaren: zodra de Amerikanen ergens weerstand vermoedden, werden er Jabo's (jachtbommenwerpers) op afgestuurd. En weerstand was er in het dorp. Niet van de inwoners, maar van Wehrmacht-onderdelen die Hitlers bevel om door te gaan tot de laatste kogel serieus hadden genomen. Minstens dertien kanonnen werden begin maart in het dorp geïnstalleerd om de vanuit Remagen en Bonn over de Rijn getrokken Amerikanen te bestoken.

Drie tot vijf maal wisselden enkele heuvels van bezetter; honderden soldaten van beide zijden verloren hun leven. Van Duitse kant vocht de Volkssturm mee, ouden van dagen en fanatieke teenagers, die dachten de in grotten van het Zevengebergte ondergebrachte wapenproduktie en -voorraden met een geweer en een mes te kunnen verdedigen tegen de geallieerde overmacht. Dáárvan weten de aanwezigen zich niet veel te herinneren.

Gevreesd waren, zo vertellen alle getuigen, de radiowagens van het Duitse leger. Indien zo'n auto het erf op reed, wisten de bewoners wat er zou komen: genadeloze bombardementen en beschietingen, omdat de radio door de Amerikanen werd gepeild. De burgemeester zelf herinnert zich hoe zijn vader de begeleidende officier verzocht het communicatievoertuig elders te parkeren. 'Waarom?' vroeg de officier. 'Omdat ik zo meteen geen huis meer heb als u hier blijft staan.' De officier antwoordde dat hijzelf ook geen huis meer had.

'Die toon, van een Duitse officier tegen Duitse burgers. Ik begrijp het nog steeds niet', aldus de burgemeester, zelf destijds een jaar of twaalf oud.

Van de eerste dagen onder Amerikaans bewind herinnert iedereen zich twee gebeurtenissen: de doodvermoeide Amerikanen (het dorp zag voor het eerst een zwarte), die na de huiszoekingen op wapens en verscholen Duitse soldaten in de boerderijen bijna bewusteloos in slaap vielen; en de bevrijde dwangarbeiders, die soms wraak namen op hun Duitse 'gastheer'.

De inwoners van het dorp hadden lege granaathulzen aan hun boerderij bevestigd, die ze met een touwtje op afstand konden laten 'klingelen' om de buren te waarschuwen zodra er plunderende dwangarbeiders in aantocht waren. Een boer demonstreert op het dorpsplein de 'telefoon' van toen. Even tevoren hebben de aanwezigen een krans gelegd bij de grafstenen van 1870-1871, 1914-1918 en 1939-1945. De toespraak is sober en zonder enig ressentiment.

Pas laat op de avond ontstaat een echte discussie, als een buitenlandse gast vraagt of de aanwezigen de komst van de Amerikanen als een bevrijding hebben ervaren. Of waren ze gewoon opgelucht dat de ellende van spionerende nazi-buren, beschietingen en schuilkelders voorbij was?

Onweersproken blijft de stelling van één van hen: 'Historisch is dat reeds lang vastgesteld. De overgrote meerderheid wist niet dat het een bevrijding was. Pas in retrospectief, toen het land onder democratische verhoudingen weer werd opgebouwd, werd beseft dat men was bevrijd. In het voorjaar van 1945 overheerste slechts een gevoel van opluchting.'

Op afstand wordt de bijeenkomst gevolgd door een voormalige Ossi. 'Dit is natuurlijk kinderspel vergeleken met wat mijn ouders destijds hebben meegemaakt. Die zijn bevrijd door de Russen. Dat was andere koek. Ik denk niet dat er ook maar één dorp in Oost-Duitsland is waar op zo'n manier wordt stilgestaan bij het einde van de oorlog. Bovendien weten wij veel beter wat het betekent onder een dictatuur te moeten leven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.