Duitsers vermaken zich kostelijk om Oranje

Sinds het WK van 2006 in eigen land doen de Duitsers weer onbeschroomd aan vlagvertoon. En daar hoort nu ook smalen en schamperen over het Nederlands elftal bij.

Een van de vele leerrijke programma’s op de Berlijns/Brandenburgse Radio 1 – een popzender waarop veel te veel wordt geleuterd – is Momenten die de wereld veranderden.

Deze terugblik op een belangrijke of curieuze episode wordt ingeluid met een aantal historische geluidsfragmenten: de ‘I have a dream’-rede van Martin Luther King, Kennedy’s ‘Ich bin ein Berliner’ en de vreugdekreet waarmee radioverslaggever Herbert Zimmermann het einde van de door Duitsland gewonnen finale van het wereldkampioenschap voetbal in 1954 – ‘het wonder van Bern’ – begroette. ‘Aus, aus, aus!’ riep hij euforisch. ‘Das Spiel ist aus!’

Zimmermann bereikte weliswaar bij lange na niet de eloquentie van Martin Luther King, maar elke Duitser kent zijn woorden. Ze luidden de tijd van het nieuwe nationale zelfrespect in.

Vanaf morgen wordt opnieuw een belangrijk voetbaltoernooi, het EK, in Zwitserland (en Oostenrijk) gespeeld. Die omstandigheid prikkelt natuurlijk het Duits bijgeloof: men rekent onbeschroomd op de eindzege.

De Duitsers verwachten van de mannen van bondstrainer Joachim Löw (‘Jogi’) dat ze elegant, aanvallend en fair voetballen. Tot het laatste fluitsignaal van de finale.

Dit zelfvertrouwen brengt een enigszins meewarige houding tegenover de concurrenten met zich mee, zij het dat de media zich ervoor hoeden daar niet te ver in te gaan. Zij citeren hoofdschuddend de Poolse boulevardkrant Fakt , die de lezers bemoedigt met de vaststelling dat de Mannschaft op een Trabant lijkt: ‘langzaam, berekenbaar en pover’. Zondag, als de teams van beide landen elkaar in Klagenfurt ontmoeten, zal men beter weten.

Het meest amuseert men zich in Duitsland echter over de Hollanders. In reclamespotjes duiken regelmatig luidruchtige en overmoedige Oranjesupporters op. En op de voornoemde Radio 1 vroeg onlangs een dj, proestend van het lachen, aandacht voor een voetbaldeskundige die voorziet dat het Nederlands elftal heel ver gaat komen. ‘Net als in 2006’, zei de dj gevat.

Als onderbouwing van de these dat Oranje het nu niet veel beter zal doen, noemde hij het feit dat het van alle deelnemende teams in het duurste hotel verblijft (Beau Rivage Palace in Lausanne). Waarmee hij vermoedelijk wilde zeggen dat de Nederlandse spelers te verwend zijn om fatsoenlijk te kunnen voetballen.

In vergelijking met het WK 2006, dat nota bene in eigen land werd gespeeld, en het EK 2004 geven de Duitsers nu opmerkelijk vroeg en uitbundig van hun gezindheid blijk. Terwijl twee jaar geleden de stemming er pas na de eerste gewonnen wedstrijd een beetje begon in te komen, rijden nu al enige tijd auto’s met de nationale vlag rond.

In Nederland is men allang vertrouwd met dit verschijnsel, maar in Duitsland deed men er eigenlijk pas voor het eerst tijdens het jongste WK ervaring mee op. En nu wordt het alibi voor vlagvertoon weer dankbaar aangegrepen.

Voor Nederlandse ingezetenen breken moeilijke tijden aan. Nu word ik al geregeld aangesproken op vermeende wanprestaties van Oranje uit het verleden – waar ik als selectief wedstrijdkijker vaak geen weet van heb.

Als Oranje niet op z’n minst de halve finale haalt, word ik daar tot midden oktober met schampere opmerkingen, opgestoken duimen en betekenisvolle blikken aan herinnerd. Zo word ik tot een grotere betrokkenheid bij het toernooi gedwongen dan me lief is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden