Duitsers onder Löw weer bij laatste vier

Ook op het vierde toernooi onder zijn leiding heeft Duitsland zich weten te plaatsen voor de halve finale. Voor bondscoach Joachim Löw is dat al lang niet meer bijzonder. Nu zijn ploeg zich in Brazilië weer bij de laatste vier heeft geschaard, dient er een prijs gepakt te worden.

AMSTERDAM - Niettemin zal hij tevreden zijn geweest met de terechte zege (1-0) tegen het aanvallend onmachtige Frankrijk. In stadion Maracanã in Rio de Janeiro kwam Duitsland al na twaalf minuten op voorsprong door een doelpunt van verdediger Mats Hummels. Daarna speelde het vrij zorgeloos de rest van de tijd vol.


Op het EK van 2008, het eerste toernooi onder Löw, was Spanje te sterk in de finale. Twee jaar later, tijdens het WK in Zuid-Afrika, lag Spanje opnieuw dwars, deze keer in de halve finale. De halve finale was twee jaar geleden ook het eindstation tijdens het EK in Polen en Oekraïne, toen spits Mario Balotelli Italië met twee doelpunten voorbij Duitsland leidde.


Voor Duitsland, dat in 1996 zijn laatste prijs won op het EK in Engeland, is het nu zaak tot het einde toe vol te houden. Het team van Löw herstelde zich in elk geval van de zeer matige achtstefinalewedstrijd tegen Algerije, toen het pas in de verlenging toesloeg (2-1).


Vrijdag tegen Frankrijk, in de hitte van Rio, gaf Duitsland zijn opponent de aanblik van een onmachtig geheel. Pas in de 94ste minuut hoefde doelman Manuel Neuer een beslissende redding te verrichten. Dat was op een schot van Karim Benzema, die voor hem opdook na een combinatie met invaller Olivier Giroud.


Het was een statusbevestigende redding van Neuer, die zich zal hebben afgevraagd of hij werkelijk een WK-kwartfinale speelde, zo weinig kreeg hij te doen.


Frankrijk was soeverein door een poule met Honduras, Zwitserland en Ecuador gekomen. In de achtste finales was Nigeria zonder al te veel moeite opzij gezet: 2-0. Maar tegen de eerste tegenstander van formaat bleef er vrijwel niets over van de attractieve ploeg die tien keer had gescoord in de eerste vier wedstrijden. De honger naar de wereldtitel was wonderlijk genoeg alleen bij Benzema te bespeuren.


Op de flanken speelden Mathieu Valbuena en de in de basis teruggekeerde Antoine Griezmann ronduit teleurstellend. Het veelgeroemde middenveld met Paul Pogba, Blaise Matuidi en Yohan Cabaye verschrompelde tegen de oppermachtige Duitsers, die de discipline tot het einde keurig wisten te handhaven.


De prangendste vraag na de eerste helft was of Frankrijk opnieuw het slachtoffer ging worden van zijn eigen gebrek aan durf. Twee jaar geleden, tijdens het EK in Polen en Oekraïne, sneuvelde de ploeg van toenmalig bondscoach Laurent Blanc in de kwartfinales tegen Spanje (2-0).


Dat was vooral vanwege de angst voor de hooggeachte opponent. In de Donbass Arena van Donetsk lieten Les Bleus een ander gezicht zien dan in het stadium daarvoor, hetgeen leidde tot een roemloze uitschakeling. Xabi Alonso maakte destijds beide doelpunten voor Spanje.


In Brazilië stond er een ander Frankrijk, met Didier Deschamps als nieuwe coach. Toch riep het duel in Rio de uitschakeling van twee jaar eerder in herinnering. Puur omdat de Fransen meer bezig waren met het gevaar van de tegenstander dan met hun eigen kracht.


Ze betaalden het loon van die angst in de twaalfde minuut, toen verdediger Hummels met het hoofd toesloeg uit een vrije trap van Toni Kroos. Raphaël Varane, die zich als een klein kind liet wegzetten, mocht zich de treffer aanrekenen. Zeker in de wetenschap dat het alweer het vierde WK-doelpunt van de Duitsers was uit een zogeheten standaardsituatie.


Opvallend in dat eerste bedrijf was de Duitse heerschappij op het middenveld, beschouwd als de sterkste linie van de Fransen. Hun beste kans was er na 34 minuten voor Valbuena, nadat hij goed was aangespeeld door Griezmann. Neuer redde prima, waarna Benzema de rebound via Hummels over werkte. Dat was een schaars moment van spierballenvertoon in een tegenvallende eerste helft. De Duitsers heersten, de Fransen waren niet bij machte op de regiestoel te kruipen.


Dat zou na rust ook niet veranderen. Sterker nog: de beste kansen van de tweede helft waren voor invaller André Schürrle, die had moeten scoren maar dat naliet. Zo wist Frankrijk na de verloren halve finales van 1982 en 1986 tegen het toenmalige West-Duitsland opnieuw niet te winnen van zijn grote Europese rivaal. Al was dit het met afstand meest kleurloze gevecht van die drie WK-ontmoetingen.


Het veelgeroemde middenveld van Frankrijk verschrompelt tegen een oppermachtig Duitsland. Keeper Neuer krijgt nauwelijks iets te doen.

Kwartfinale

Frankrijk - Duitsland 0-1. 12. Hummels 0-1.


Scheidsrechter: Pitana (ARG). Toeschouwers: 74.240.


Geel: 54. Khedira, 80. Schweinsteiger (Duitsland).


Frankrijk: Lloris, Debuchy, Varane, Evra, Sakho (71. Koscielny), Cabaye (73. Remy), Matuidi, Pogba, Valbuena (85. Giroud), Benzema, Griezmann.


Duitsland: Neuer, J.Boateng, Lahm, Höwedes, Hummels, Kroos (92. Kramer), Schweinsteiger, Khedira; Özil (83. Götze), Müller, Klose (69. Schürrle).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden