Duitse wervelwind

Weinigen kenden haar toen ze in 1996 werd aangesteld als directeur van het Nederlands Architectuur Instituut. Wie was die galeriehoudster uit Berlijn?...

Halverwege het gesprek slaat het weer om. De zon verdwijnt, donkere wolken pakken zich samen, de wind rukt aan de ramen, luid klappert de luxaflex. Prachtige, dreigende luchten kondigen regen en onweer aan. Het lijkt Kristin Feireiss geheel te ontgaan, ze praat door, ingespannen en onverstoorbaar. Honderd procent concentratie en inzet. Het glaasje water voor haar op tafel blijft gedurende het urenlange gesprek onaangeroerd. 'Ach ja', zegt ze na afloop, 'dat vergeet ik.' Ze neem gehoorzaam een slokje.

Vaak werkt ze dag en nacht door, tot ze niet meer kan. 'Ik ken mijn eigen grenzen niet', zegt ze. 'Als ik iets doe, doe ik het volledig. Dan vergeet ik mijzelf, en vergeet ik soms te eten. Ik ga maar door. Dat is een beetje mijn probleem. Ik weet dat er fysieke grenzen zijn, maar ik aanvaard ze niet, ik blijf het proberen.'

Vorig jaar onderging ze een hartoperatie. Sinds die tijd staat er in haar werkkamer, verscholen achter een lange kastwand, een smal eenpersoonsbed. 'Mijn medewerkers hebben daarvoor gezorgd, heel lief.'

Gaat ze weleens liggen? Verontschuldigend: 'Heel soms, als ik 's avonds doorwerk.' Brede grijns: 'Dan zijn ze hier erg blij.'

Zoveel werklust kan ook verpletterend zijn voor de omgeving. Ze geeft het onmiddellijk toe. 'Dat gevaar bestaat. Er is een fase geweest waarin het de mensen hier te veel werd. "Kristin, kun je even stoppen?'' Werden ze gek van me, was het ene idee nog niet verwerkt, kwam ik weer met een ander.'

Maar geen misverstand, we moeten niet denken dat ze hier in dit prachtige gebouw als een kip zonder kop rondloopt. 'Ik ben niet een nerveus iemand. Ook als er veel werk is, is het niet onrustig. En ik ben heel gestructureerd. Anders zou ik niet kunnen slapen van de zorgen. En echt, ik slaap altijd heel goed.'

Kristin Feireiss is de werklustige directeur van het Nederlands Architectuur Instituut in Rotterdam. Boordevol ideeën, elke dag honderd andere. Ze is 57, zeer mager, mooie zwart omrande ogen, een grote bos haar, in hennakleur geverfd. Ze praat consequent Nederlands, met een charmant zwaar accent, doorspekt met Duitse woorden en veel jadoch's, uberhaupt's en also's.

Een netwerker is ze, die mensen overtuigt en motiveert. Ze loopt de deur plat bij overheden en bedrijven, haalt jaarlijks miljoenen aan sponsorgelden binnen. 'Ja, dat is mooi', zegt ze koeltjes, 'maar ook een beetje gevaarlijk. Stel dat ik een keer niet zo goed ben, dan stort de boel in, want structureel hebben we hier maar 760 duizend gulden voor tentoonstellingen.'

Ze krijgt veel voor elkaar, ze praat, pusht, drukt door, is vasthoudend. Ze gelooft heilig in de relatie tussen inzet en resultaat. 'Ik denk vaak: alles lukt mij, als ik het wil.'

Lachend: 'Ik ben een optimist.'

En een enorme positivo. Ze vindt veel dingen 'fantastisch', Nederland ook. Nooit negatieve ervaringen gehad, op die ene oude vrouw na die niet begreep waarom er iemand uit Duitsland gehaald moest worden voor deze functie. 'Ik heb vriendelijk met haar gesproken en uitgelegd dat ik toch van een andere generatie ben.'

Nederland is een open land, vindt ze, zonder oogkleppen. 'De samenleving hier is doortrokken van een sociaal-democratisch levensgevoel. Ik had al voor ik hier kwam gelezen dat als je oud en ziek was, en dood wilde, je om een spuitje kon vragen. Ik had op tv gezien dat gehandicapten prostitutiebezoek van het ziekenfonds vergoed konden krijgen. Ik weet niet of dat is doorgegaan, maar ik vond het ongelooflijk! Men denkt erover na, en komt met een menselijke en pragmatische oplossing.'

Haar aanstelling, vier jaar geleden, kwam in het wereldje van de architectuur en stedenbouw als een complete verrassing. Lang was er naar een directeur gezocht. Een onbetwiste kandidaat was hier kennelijk niet voorhanden. Na anderhalf jaar tobben kwam het bestuur van het architectuurinstituut met de onbekende galeriehoudster uit Berlijn op de proppen. De Bond van Nederlandse Architecten stuurde een felicitatie, maar had verder 'geen idee wie ze is'.

Kristin Feireiss studeerde kunstgeschiedenis, ze schreef over cultuur voor een krant, werkte voor de radio en, kort, voor de tv. Pas halverwege de jaren zeventig, toen ze een baan kreeg bij het Internationaal Design Centrum in Berlijn, werd haar belangstelling voor architectuur gewekt. 'Op een volstrekt onbegrijpelijke manier werd daar architectuur getoond. Niemand had moeite gedaan het publiek iets uit te leggen. Het was een zaak van architecten onder elkaar. Ik vond dat zo jammer, en zo saai. En zo elitair ook, om te denken: wie het niet begrijpt, die begrijpt het maar niet.'

Ze begon zich in de architectuur te verdiepen, las alles wat los en vast zat, volgde debatten, bezocht tentoonstellingen. Na twee jaar was ze er klaar voor. Samen met een vriendin opende ze in 1980 een architectuurgalerie. 'De eerste in Berlijn, in Europa uberhaupt! Vrienden verklaarden ons voor gek. Onmogelijk, zeiden ze. Maar we overleefden, en we werden gerenommeerd, en nu hebben we er twee! Deze zomer vieren we ons twintigjarig bestaan. Dat wordt een groot feest!'

Was ze niet hogelijk verbaasd toen ze gevraagd werd voor het nai ? Want waarom zij? Nee, niet echt, zegt ze zelfverzekerd. 'Ik vond het onverwacht, maar ik weet wel wat ik kan. Ik was niet bang dat ik zou mislukken. Wat ik bij het instituut zou moeten doen, heb ik jarenlang op kleine schaal gedaan, en ik had ook een paar grote architectuurtentoonstellingen ingericht. Bovendien: ik had wel duizend ideeën die ik hier kon uitwerken!'

Maar toch, ze had aan nooit meer dan twee mensen leiding gegeven. En dat waren nog vrienden ook. Toen ze voor het eerst het voltallige personeel (honderd mensen) van het nai bij elkaar zag, dacht ze heel even: 'Donnerwetter, waar ben ik aan begonnen!'

Ze bleef onbevreesd. 'Ik bracht natuurlijk ook wel wat mee, mijn hele netwerk. Ik kende alle architecten van naam en faam in de wereld.'

Ze had het gevoel dat ze carte blanche kreeg: Kristin, hier is je museum, maak er iets moois van. Na vier jaar, zegt ze, is het nai 'back on the map'. De bezoekersaantallen zijn verdubbeld, 120 duizend dit jaar. Elke maand komen er tweeduizend scholieren, er worden opmerkelijke en actuele tentoonstellingen georganiseerd, er zijn debatten, masterclasses, en een hoop educatieve activiteiten. 'Het is een levendig instituut geworden, een plek waar je voelt en ziet waar architectuur over gaat.'

Ze noemt als voorbeeld de installatie die Daniel Libeskind voor zijn tentoonstelling maakte, waar de bezoeker in kon stappen en een ruimtelijk gevoel kon ervaren. 'Heel spannend, en makkelijker te begrijpen dan wanneer je zestig maquettes moet bekijken. Op die manier wil ik werken en een groot publiek bereiken. Ik wil in elke tentoonstelling zoveel verschillende lagen stoppen dat zowel het algemene publiek als mensen uit de vakwereld het interessant vinden.'

Ze benadrukt, als om kritiek te smoren, hoe wetenschappelijk verantwoord de tentoonstellingen zijn. 'De collectietentoonstelling van Van den Broek en Bakema was inhoudelijk absoluut perfect, wetenschappelijk van hoog niveau. Maar ook prachtig gemaakt, met negen meter hoge torens in de grote zaal, verbonden met loopbruggen, waarin verschillende tijdperken werden getoond, met foto's, video's en geluid.'

Straks met het Europees Kampioenschap voetbal is er in de grote zaal een tentoonstelling over stadionarchitectuur. Daar is twee jaar aan gewerkt. Een unieke gebeurtenis, weet ze nu al. 'Behalve over architectuur gaat het over de politieke ontwikkelingen, over het gebruik van stadions in Chili, in de nazi-tijd, over techniek, vorm, over de ontwikkelingen in de sport en het antwoord daarop van de architectuur. Ik wist niks van stadions, nu weet ik er ontzettend veel van. Ook voor het vakpubliek is het nieuw, dat weet ik zeker.'

Ze is geen theoreticus, ze houdt geen meeslepende betogen. Ze maakt met moeite duidelijk wat de positionering van het instituut is. Bijna verontschuldigend: 'Misschien klinkt het eenvoudig, maar het gaat erom dat het instituut de culturele en maatschappelijke kant van de architectuur laat zien. Architectuur is niet louter cultuur, een kwestie van esthetiek. Het gaat er niet alleen om of een gebouw lelijk of mooi is. We willen duidelijk maken dat architectuur en stedenbouw onderdeel zijn van deze maatschappij en een ongelooflijke invloed hebben op onze samenleving.'

Ze speelt ook geen opvallende rol in het Nederlandse debat, schrijft geen spraakmakende stukken. 'Ik heb geen behoefte om op de voorgrond te treden. Ik vind het belangrijk dat wij een neutraal platform vormen. Ik wil graag dat mensen vanuit verschillende disciplines bij elkaar komen. Laat anderen het debat doen, ze hebben erop gestudeerd, weten meer van Nederland dan ik. Terughoudendheid past beter bij mijn positie. In Berlijn is tien jaar lang heftig gediscussieerd over de herinrichting van de stad. De twee stromingen - de ene voor innovatie, de andere voor reconstructie - spraken niet meer met elkaar. Dat had met geld en bouwopdrachten te maken. Het is mij gelukt de mensen die niet meer met elkaar spraken, naar onze openingen te lokken. Zo'n rol wil ik spelen.'

Nederland is ook zo leuk, vindt ze, vanwege het bijzondere architectuurklimaat hier. 'Architectuur is deel van jullie nationale identiteit. Ik vind dat ongelooflijk! De nationale overheid doet er veel aan, maar er zijn ook ruim dertig lokale architectuurcentra, en bedrijven willen hun gebouwen door een architect laten ontwerpen. Jonge architecten krijgen kansen, zelfs als ze nog geen bureau hebben kunnen ze al een prijs winnen. Je hebt in Frankrijk de Grand Projets, maar dat is toch anders, dat zijn presidentiële projecten, autoritair, architectuur als uitdrukking van macht. De geschiedenis in Nederland, met honderd jaar woningwet, prachtige woningbouw in de jaren dertig, de sociale woningbouw, wat daar allemaal is neergezet, dat is uniek! Een voorbeeld voor andere landen. Nergens wordt zozeer en zover in de toekomst nagedacht als hier. Ruimtelijke ordeningnota's, plannen tot ver in de nieuwe eeuw.'

Nu iets negatiefs.

'Oké, goed. Waar ik moeite mee heb is dat men hier werk en persoon moeilijk kan scheiden. Adriaan Geuze heeft in Rotterdam het Schouwburgplein gedaan. Daar heeft hij heftige kritieken op gekregen. Maar dat was geen architectuurkritiek! Er werd geschreven dat die man een asociaal type was. Ik zag een interview met Carel Weeber op tv. Aan het slot zegt de interviewer: "Ach Carel, je bent een gevoelig mens, je zal ooit nog weleens een gevoelig gebouw maken.'' Ik vond dat verbijsterend.

'Dan de stukken die over Ben van Berkel verschenen, nadat er problemen ontstonden met de kabels van de Eras musbrug. Die artikelen waren echt verschrikkelijk! Hij heeft drie jaar lang geen opdrachten meer gehad. Ik begreep echt niet waarom men dat deed. Er is mij uitgelegd dat die houding te maken heeft met een calvinistische achtergrond. Werk niet goed, mens ook niet goed.'

Ze is overal en altijd de drijvende kracht. Op het werk, en thuis. Of ze wil of niet. 'Dat moet ik aanvaarden', zegt ze. Ze heeft een man, een ex-man en vier kinderen: zelf heeft ze twee zonen van 33 en 23 jaar, dan is er nog een kind van haar ex-echtgenoot, en eentje van haar huidige man. Die familie wil ze graag in harmonie bij elkaar houden. Dat is niet altijd eenvoudig, maar daar werkt ze aan, daar spant ze zich voor in. 'Ik geloof daar echt in, en dan kan ik anderen ook overtuigen.'

Ze voelt zich verantwoordelijk. 'Ik ben heel lang getrouwd geweest, maar ik was niet in staat dat huwelijk vol te houden. We hebben ons best gedaan, maar we hadden zo'n ander levensritme, zo'n verschillende mentaliteit, dat dreef ons uit elkaar. Dat ontslaat je echter niet van de verplichting ervoor te zorgen dat je een familie blijft. Ja, ik denk wel dat ik degene ben die de boel bij elkaar houdt.' Afgelopen Pasen, vertelt ze tevreden en trots, was de voltallige familie met aanhang op vakantie in Italië.

Bent u niet erg alleen hier dan?

'Ja. Ik ben heel erg alleen. Toen ik hier kwam, dacht ik: ik ga hier op een nieuwe plek een leven opbouwen met vrienden, eten, feesten, theater. Maar daarvoor ontbreekt het me aan energie. Ik ben hier gekomen voor het werk, ik heb prachtige contacten, ik voel me niet geïsoleerd of eenzaam, maar ik ben wel alleen. Ik ken mensen met wie vertrouwen en vriendschap is ontstaan. Maar er is geen tijd voor een gezellig leven.'

Na afloop van het gesprek staan we voor een raam dat uitzicht biedt op een rijtje Rotterdamse wolkenkrabbers, en op Edgar Davids, skyscrape-hoog vastgelegd op het gebouw van de Nationale Nederlanden. Kristin Feireiss vindt die gebouwen vreselijk. 'Ik kan er haast niet naar kijken. Maar als je ambities hebt, en fantastische dingen laat gebeuren, zoals hier in Rotterdam, dan moet je ook met fouten leven. Niet alles hoeft mooi te zijn. Het gaat om de dynamiek die erachter zit. Architectuur moet meegaan met de tijd, ze moet, zonder modieus te worden, uitdrukking zijn van een modern levensgevoel.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden