'Duitse weg' stelt Europa op de proef

Waarheen voert bondskanselier Schröder zijn land? Is Europa gediend met een zelfbewuster, eigenmachtiger Duitsland of juist niet? En hoe gaat het met de Atlantische banden?...

De benoeming van Joschka Fischer tot minister van Buitenlandse Zaken in het rood-groene kabinet van Gerhard Schröder – in het najaar van 1998 – bracht een schok te weeg bij de ambtenaren op zijn departement. 'We ervoeren zijn komst als een catastrofe', zegt een van hen. 'We vreesden dat hij ons krediet in het buitenland zou verspelen en geen respect zou hebben voor de diplomatieke mores. Het was zelfs de vraag of hij met zijn links-radicale verleden wel in aanmerking kwam voor een clearance.'

Welnu: de eerste kennismaking met zijn hoogste baas stelde de ambtenaar enigszins gerust. 'Hij verscheen niet, zoals we vreesden, op gympen, maar in een keurig pak. Hij bleek zich goed te hebben geïnformeerd.' En wat belangrijker was: Fischer wilde zijn beleidsterrein weer terugveroveren op het Bundeskanzleramt. 'Hans-Dietrich Genscher (minister van Buitenlandse Zaken van 1974 tot 1992, red.) had nog volop soevereiniteit genoten. Maar zijn opvolger, Klaus Kinkel, verloor zijn macht aan bondskanselier Kohl. Minister Fischer eiste zijn rechtmatige plaats weer op.'

Fischer misbruikte deze positie niet voor revolutionaire doelen, zoals behoudende ambtenaren van het ministerie van Buitenlandse Zaken hadden gevreesd. Integendeel: hij stelde geen ándere, maar een bétere buitenlandse politiek in het vooruitzicht. Over de praktische implicaties van deze brave intentieverklaring liet hij zich slechts in algemene bewoordingen uit. En daarbij legde hij vooral de nadruk op de continuï-teit in de buitenlandse politiek. Dat wil zeggen: de Bondsrepubliek zou de transatlantische banden koesteren en de Europese integratie bevorderen.

Noch Fischer, noch bondskanselier Schröder is hier ooit van teruggekomen. Schröder heeft zich in verkiezingstijd weliswaar voorstander getoond van een 'Duitse weg' in de internationale betrekkingen, maar nam de vrees voor unilaterale experimenten meteen weg met de verzekering dat hij zich nooit aan bondgenootschappelijke verplichtingen zou onttrekken. Met het begrip 'Duitse weg' had hij zijn gehechtheid aan de vredeswil en het pacifisme van de Bondsrepubliek tot uitdrukking willen brengen.

Met deze beginselverklaring heeft Schröder echter niet de indruk kunnen wegnemen dat het karakter van de Duitse buitenlandse politiek wel degelijk van karakter is veranderd. Met de inzet van 'vredestroepen' in Kosovo brak de Bondsrepubliek met het taboe op de ondersteuning van militaire operaties buiten de eigen landsgrenzen.

Zeepkistrede Tijdens een 'zeepkistrede' in Goslar – in de hitte van de verkiezingscampagne van 2002 – maakte de bondskanselier echter duidelijk onder geen beding een militaire interventie in Irak te ondersteunen. Als (tijdelijk) lid van de VNVeiligheidsraad zou de Bondsrepubliek zich tegen elke motie uitspreken die een oorlog zou legitimeren. 'De ernstigste crisis in de Duitse buitenlandse politiek' die volgens Die Zeit uit dit standpunt resulteerde, is nog niet bezworen.

Aan het bezoek dat president Bush op 23 februari aan Duitsland brengt – het eerste sinds de Irakcrisis – wordt dan ook veel waarde gehecht. Analisten zien er een bevestiging in van de betekenis die de VS nog steeds aan het Duitse partnerschap hechten, en manen bondskanselier Schröder de kans op verzoening aan te grijpen.

Schröder heeft de indruk willen wekken zijn breuk met de VS te aanvaarden als de uiterste consequentie van een principieel standpunt. Hij heeft echter niet iedereen van zijn zuivere bedoelingen kunnen overtuigen. Hij is er – vooral vanuit de oppositiebankjes in de Bondsdag – van beticht de transatlantische verhoudingen ondergeschikt te hebben gemaakt aan electoraal effectbejag. En sindsdien heeft hij zich niet kunnen ontdoen van het odium van politiek opportunisme.

Als boezemvriend van de Russische president Poetin legt hij een grote lankmoedigheid aan de dag tegenover diens talrijke tekortkomingen. En zijn streven naar innige economische relaties met China lijkt de agendering uit te sluiten van thema's die Peking onwelgevallig zijn. Sterker: met zijn pleidooi voor de opheffing van het wapenembargo, waaraan China in 1989 werd onderworpen, creëert hij volgens zijn critici een veiligheidsrisico voor China's buurlanden en (op termijn) ook voor de VS en Europa. Kennelijk beschouwt Schröder dit als bijkomende schade in zijn campagne voor een vaste Duitse zetel in de Veiligheidsraad.

Zelfs de genereuze bijdrage van Duitsland aan de wederopbouw van de Aziatische landen die door de 'kerstvloed' zijn getroffen (500 miljoen euro), is in de Duitse media als 'entreegeld' voor de Veiligheidsraad gekenschetst. De politicoloog Karl-Rudolf Korte karakteriseerde het gebaar als een onvervalst staaltje chequeboek-diplomatie. Opportunisme Het feit dat Schröder zich, in tegenstelling tot zijn eerste regeringsperiode (1998-2002), zo intensief met het buitenlands beleid bemoeit, is al een illustratie van diens opportunisme, zegt Karl-Heinz Kamp, coördinator veiligheidspolitiek van de Konrad-Adenauer-Stichting – een denktank op christen-democratische grondslag.

'In 2002 is voor het eerst in de geschiedenis van de Bondsrepubliek gebleken dat je met buitenlandse politiek verkiezingen kunt winnen. En sindsdien toont de bondskanselier zich nogal gehecht aan zijn rol als Aussen-Gerd. Het internationale podium is voor hem een veel aangenamere verblijfplaats dan het door hervormingsachterstand en maatschappelijk rumoer geplaagde jammerdal Duitsland.'

De liefhebberij van de bondskanselier brengt met zich mee dat diens minister van Buitenlandse Zaken naar de coulissen van de macht is verwezen. 'De Groenen zijn binnen de coalitie niet relevant meer', zegt Wolfgang Schäuble, vice-voorzitter en buitenlandspecialist van de CDU-fractie in de Bondsdag. 'De buitenlandse politiek wordt weer in het Bundeskanzleramt gemaakt.'

Volgens Kamp en andere waarnemers is Fischer niet geconsulteerd bij de politieke handelingen die de breuk met het verleden markeren. Hij zou, aldus Stefan Kornelius, politiek redacteur van de Süddeutsche Zeitung, Schröder weliswaar hebben aangemoedigd om zich ten tijde van de laatste Bondsdagverkiezingen te profileren met het thema Irak, maar zou niet hebben ingestemd met het onvoorwaardelijke 'nee' tegen een gewapend optreden in Irak dat Schröder op de zeepkist in Goslar uitsprak. 'Hij heeft de anti-atlantische politiek niet meegedragen', meent ook Kamp.

Wapenembargo 'De merkwaardige omstandigheid doet zich nu voor dat de laatste Duitse transatlantici in de Bondsdag momenteel binnen de fractie van de Groenen zijn te vinden. Dat bleek onlangs nog uit de waarschuwing van fractievoorzitterReinhard Bütikofer aan Schröder dat hij met zijn pleidooi voor het opheffen van het Chinese wapenembargo de relaties met de VS nodeloos belastte.'

En de christen-democraten? Hebben zij geen reputatie hoog te houden als transatlantici bij uitstek? Schäuble meent van wel. Hij spreekt ook tegen dat het de Duitsers aan sympathie voor de VS ontbreekt. 'Natuurlijk wil niemand zich in militaire avonturen laten meeslepen, maar met een campagne onder VN-vlag zou de meerderheid van de Duitsers hebben ingestemd.'

Kamp is hiervan echter niet overtuigd. 'Binnen de CDU leven gemengde gevoelens tegenover de VS. Men paart een pro-Atlantische houding aan een latent anti-Amerikanisme. Deze dubbelzinnigheid werd na 11 september 2001 ook vaak in straatinterviews geventileerd: 'ik ben niet anti-Amerikaans, maar de VS hebben de aanslagen wel over zichzelf afgeroepen.' Deze gezindheid is voelbaar binnen een volkspartij als de CDU.

'Het zou Edmund Stoiber, als hij de verkiezingen in 2002 had gewonnen, vermoedelijk niet zijn gelukt om zich aan deze stemming te onttrekken. Een door christen-democraten aangevoerde regering zou de buitenlandse politiek vermoedelijk niet hebben kunnen behoeden voor 'de ernstigste crisis sinds 1949'. De CDU mag zich er gelukkig mee prijzen de laatste Bondsdagverkiezingen niet te hebben gewonnen. Want ze was, net zo min als de SPD, in staat geweest het hoofd te bieden aan de fundamentele veranderingen in de transatlantische verhoudingen.'

Vervreemding 'Deze zijn, meent Kamp, niet zozeer veroorzaakt door het, in zijn ogen, ongelukkige optreden van bondskanselier Schröder in de maanden vóór de oorlog in Irak. De Duitse ramkoers moet eerder worden aangemerkt als een symptoom van de wederzijdse vervreemding.

Hierin komen verschillende autonome ontwikkelingen samen. In de eerste plaats kwam met het einde van de Koude Oorlog en het herstel van de Duitse soevereiniteit de grondslag van de 'bijzondere relatie' tussen beide landen te vervallen. 'Dankbaarheid jegens de Amerikanen is niet langer de grondslag van de genormaliseerde verhoudingen.'

Zorgwekkender is echter dat beide landen elkaar minder goed begrijpen dan voorheen. De bevreemding die de uitslag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen Tegen deze achtergrond is de Amerikaanse troepenreductie in Duitsland zorgwekkend, meent Kamp. 'De Amerikaanse militairen waren de ambassadeurs in de transatlantische verhoudingen. Het is de vraag of de bijzondere relatie van vroeger is bestand tegen hun vertrek.'

De dooi in de relaties tussen Oost en West bracht ook een 'normalisering' van de Duits-Amerikaanse betrekkingen met zich mee. Na het herstel van de Duitse soevereiniteit in 1990 werd die ontwikkeling nog enigszins gemaskeerd door de rituele lippendienst – aan weerszijden van de oceaan – aan de bijzondere vriendschap, en door het ontbreken van thema's die de verhouding zouden kunnen belasten. De Duitse Alleingang bij de (vroege) erkenning van Slovenië en Kroatië vormde al een indicatie van een toenemende eigenzinnigheid. Maar tijdens de Irak-crisis werd de omvang van de Duits-Amerikaanse verwijdering zichtbaar.

Sommige analisten zien dit als het onontkoombare resultaat van de geo-politieke ontwikkelingen in de laatste decennia. Maar de critici van bondskanselier Schröder menen dat het 'zelfbewustzijn' waarmee hij buitenlandse politiek denkt te bedrijven, door de buitenwereld als manifestatie van onbetrouwbaarheid wordt gezien.

gen in Duitsland heeft gewekt, is hiervan een van de vele illustraties. Profileringsdrang Kamp noemt als voorbeeld de Duitse weigering om Navo-partner Turkije aan de vooravond van de oorlog in Irak militair bij te staan. En Wolfgang Schäuble ziet de Duitse aanspraak op een vaste zetel in de Veiligheidsraad als een trendbreuk in het beleid (dat tot voor kort was gericht op een gezamenlijke Europese zetel). 'Vanuit het buitenland worden mij steeds vaker vragen gesteld over ons beleid. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat onze rol in Europa is verzwakt. Een nieuwe regering moet zichzelf de opdracht stellen weer betrouwbaar en relevant te worden, en moet zich weer gaan toeleggen op de Europese integratie.' Volgens de politicoloog Günther Hellmann weet de Bondsrepubliek niet meer het juiste evenwicht te vinden tussen (moreel) leiderschap en gepaste terughoudendheid. De profileringsdrang die de Bondsrepubliek naar buiten toe aan de dag legt, staat op gespannen voet met de sociaal-economische zwakte, en met de reputatieschade die het 'Rijnlands model' – het 'Duitse' kapitalisme – heeft opgelopen.

Zijn collega Wilfried von Bredow meent dat Duitsland zich bij de vormgeving van zijn buitenlandse politiek te veel door negatieve keuzes laat leiden.

De zogenoemde as Berlijn-Parijs zou hiervan het resultaat zijn: ze is vooral tégen de VS gericht. Alleen de benaming van deze gelegenheidsalliantie duidt, aldus Kamp, al op het 'diplomatieke autisme' waaraan de huidige Duitse regering zou lijden. 'Het feit dat ze begrippen hanteert als 'Duitse weg' en 'vriendschaps-as' duidt al op een gebrekkig begrip voor de gevoeligheden in de Oost-Europese buurlanden. Zeker als de as naar Moskou wordt doorgetrokken.'

Ook Kohl koesterde de vriendschap met Franse en Russische regeringsleiders, erkent Schäuble, maar hiermee werd nimmer de belangrijkste relatie – die met de VS – belast.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden