Duitse en Nederlandse Defensieministers: 'Trump is een wake-upcall voor Europa'

De wake-upcall kwam van Trump, zegt de Duitse minister van Defensie Von der Leyen. Haar Nederlandse collega Hennis hoorde al vele wekkers. In München spreken ze over de toekomst van de krijgsmacht.

De Nederlandse minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert en haar Duitse collega Ursula von der Leyen. Beeld Daniel Rosenthal / de Volkskrant

Om de tafel drentelen uitbundig gedecoreerde militairen. De blauwe is een Nederlandse marinier, de grijze zijn van de Duitse landmacht. Het zijn vierkante mannen. Hun blikken, alert en dienstbaar, zijn op tafel gericht. Daar zitten twee ministers van Defensie, twee vrouwen die elkaar vriendin noemen: Jeanine Hennis-Plasschaert (43) en haar Duitse collega Ursula von der Leyen (58).

Behoedzaam schuiven ze de antieke stoelen aan. De ranke poten zakken, naast de hoge hakken, diep weg in de bloemenzee van het tapijt van het Grand Hotel Bayerischer Hof, waar de barokke spiegels en kroonluchters de grandeur, maar ook de weemoed van het Oude Europa ademen. Dat twee vrouwelijke defensieministers hier met twee vrouwelijke interviewers gaan praten over de toekomst van de Europese defensie dat was pakweg dertig jaar geleden nog ondenkbaar. De ministers zijn zich daarvan bewust. 'Zo hoort het', grapt Von der Leyen, christen-democraat en moeder van zeven kinderen. 'Inderdaad', lacht Hennis.

Maar dan is het tijd voor zaken. Want er staat veel op het spel nu ze elkaar treffen in de marge van de jaarlijkse veiligheidsconferentie in München. De conferentie wordt gezien als de Europese hoogmis van de trans-Atlantische wereldorde. Bij de eerste editie in 1963 sprak onder anderen Henry Kissinger, de latere Republikeinse minister van Buitenlandse Zaken en als kind gevlucht uit nazi-Duitsland, er zijn zegen uit over de Amerikaans-Europese hegemonie.

Afgelopen weekeinde begon die vijftig jaar oude zekerheid te wankelen. Door de gangen van hetzelfde Bayerischer Hof wandelde een olifant, onzichtbaar, maar extreem dominant. Hij heet Donald Trump. Een maand na zijn inauguratie en de verstandsverbijsteringsachtbaan die daarop volgde, worden vraagtekens bij de trans-Atlantische vriendschap geplaatst. 'De nieuwe regering-Trump is een wake-upcall voor Europa', zegt Von der Leyen beslist.

Hennis voegt toe: 'Europa moet z'n eigen veiligheid en die in z'n directe omgeving kunnen organiseren. Europa moet in staat zijn zichzelf te verdedigen. Het is niet voor het eerst dat Amerika aan de bel trekt. En ook zelf zeg ik dit al een paar jaar.' Dat zijn nieuwe woorden voor de generatie dertigers en veertigers waartoe Hennis zelf behoort.

Onze Europese legers, zo leerde ook zij in de schoolbanken, bestonden eigenlijk alleen nog om elders op de aarde vrede te stichten en natuurlijk om zandzakken neer te leggen als de Rijn, de Maas of de Donau buiten z'n oevers trad. De Berlijnse Muur viel al toen ze net tieners waren. Maar dit Europa kon vooral bestaan dankzij de Grote Amerikaanse vriend die bescherming bood, benadrukken Hennis en Von der Leyen nu. Moet Europa die vriend nu vaarwel zeggen? Nee, dat is volgens de twee ministers geenszins het geval. Maar onzekerheid is er wel.

Ministers, u staat voor de taak om een bevolking voor wie vrede vanzelfsprekend is en het leger een abstractie, te overtuigen van het belang van een sterkere krijgsmacht in Europa. Welk verhaal gaat u vertellen?

Hennis: 'De afgelopen jaren zijn voor Europa een flinke wake-upcall geweest. Die is niet alleen door Trump ingezet. Verre van dat.' Dat laatste zegt ze met nadruk en een blik opzij naar haar Duitse collega, die knikt ernstig. Hennis somt op hoe vrede en vrijheid in Europa sinds 2014 in de 'summer of war' steeds minder vanzelfsprekend zijn geworden: de annexatie van de Krim, de vergaande destabilisering van Oost-Oekraïne, het neerhalen van vlucht MH17, de gevolgen van de Arabische lente, de snelle opkomst van IS en aanslagen in Europese steden.

'Er is een nieuwe tijd aangebroken. Dit kunnen en mogen we niet negeren', zegt Hennis. Von der Leyen: 'Europa heeft laten zien dat het na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog de langste periode van vrede in de geschiedenis van dit continent tot stand heeft kunnen brengen. Vooral Duitsers zijn zich daarvan bewust. Maar door de bedreigingen die nu op ons afkomen, beseffen we dat geen enkel land zijn veiligheid in z'n eentje kan garanderen. Dat moeten wij Europeanen samen doen. Dat is wat we de kinderen van de volgende generatie moeten vertellen.'

CV Jeanine Hennis-Plasschaert

1973 geboren in Heerlen
1991 vwo-diploma in Bodegraven, volgt hbo-opleiding Europese administratie
1995 gaat werken bij het directoraat voor de uitbreiding van de Europese Commissie in Brussel en wordt een paar jaar uitgezonden naar Riga
2004-2010 in het Europese Parlement voor de VVD
2010-2012 lid van de Tweede Kamer voor de VVD
2012-heden minister van Defensie in het Kabinet Rutte II
Jeanine Hennis is getrouwd en heeft een stiefzoon.

Ministers Hennis en Von der Leyen Beeld Daniel Rosenthal

Moeten wij, burgers van Europa, bang zijn?

Hennis: 'Er dreigt reëel gevaar. Ook omdat technologische ontwikkelingen in de oorlogvoering razendsnel gaan. Die techniek verspreidt zich niet alleen bij goedwillende staten, maar ook onder terroristische organisaties en staten die kwaad in de zin hebben. Ons technologisch overwicht is dus niet vanzelfsprekend meer, zéker niet dat van de Europese strijdkrachten.

'Ik zie het nu ook bij IS. Ze maken heel slim gebruik van nieuwe technieken op een manier die tot nu toe ongekend is. Ik kan niet alles in het openbaar vertellen, maar denkt u aan Mad Max-achtige toestanden met drones en opgepimpte auto's vol explosieven. Ze knutselen dus zelf dingen in elkaar, daarbij maken ze gebruik van oude en nieuwe technologie. (Mad Max is een futuristische film waarin rebellen nieuwe wapens in elkaar zetten van oud wapentuig, red.). Er is dus veel geld nodig voor de modernisering van de Europese krijgsmacht om onze technologische voorsprong te behouden.' Von der Leyen: 'We moeten niet bang zijn, maar sterk.' Ze refereert aan wat zij de 'volkerenmoord op de yezidi's' noemt. 'IS kan alleen militair gestopt worden', zegt ze. 'Alleen door nauw samenwerken op verdedigingsgebied kunnen we aantonen dat de open en democratische maatschappijen de sterkere zijn.'

Is het niet gevaarlijk om de noodzaak van een groter leger vooral te onderbouwen met een angstverhaal over terreurdreiging? Ook de rechtspopulisten die u bij de komende verkiezingen wilt verslaan, vertellen dat verhaal.

Hennis: 'Ik ben niet voor het verspreiden van angst, maar wel voor realisme. We moeten niet naïef zijn. Ik denk dat steeds meer mensen, ook jongeren, zich zijn gaan realiseren dat veiligheid niet vanzelfsprekend is. 'Maar het verhaal van dús je grenzen potdicht en niemand meer erbij, is niet mijn verhaal. Ook hier telt realiteitszin. Ik kom als minister van Defensie uit bij het verhaal dat vrijheid niet gratis is. Militairen moeten elke dag opnieuw klaar staan en stellen hun eigen leven in de waagschaal. We hebben gemeenschappelijke waarden en belangen en die moeten wij beschermen. Daar hangt een prijskaartje aan.'

De ministers benadrukken vaak hun eensgezindheid en kameraadschap. Von der Leyen begroet Hennis voor aanvang van het interview met gespreide armen en een uitbundig 'Jeaniiiiine!' Losjes, zeker voor een officiële vertegenwoordiger van het land dat het Europese patent heeft op houterige begroetingen. Ze omhelzen, pareloorbel aan pareloorbel.

'In deze kamer', memoreert de Duitse, 'ontmoetten we elkaar in 2013 voor het eerst!' Hennis kijkt rond, langs de grote spiegels, over de tafel met schalen kaarsrecht gesneden fruit in slagorde. 'O ja, Inderdaad!' Natuurlijk, vanwege de intensieve samenwerking tussen de Nederlandse en Duitse krijgsmacht, hebben deze vrouwen belang bij vriendschappelijke gedrag. Maar er is nog iets wat hen tot elkaar aantrekt, iets dat groter lijkt dan alleen het toevallige gegeven dat ze allebei minister van Defensie en vrouw zijn.

CV Ursula von der Leyen

1958 als Ursula Alberts geboren in Brussel, waar haar vader voor de Duitse overheid werkt
1977 begint aan studie rechten in Göttingen, daarna economie, om in
1980 toch geneeskunde te gaan studeren in Hannover
1990 wordt lid van de CDU
1991 promotie in gynaecologie in - werd ze beschuldigd van plagiaat in haar proefschrift
2003 lid van de landdag in Nedersaksen
2005 minister voor Familiezaken in het kabinet Merkel I
2009 minister van Arbeid en Sociale Zaken in het kabinet Merkel II
2013 minister van Defensie in het kabinet Merkel III
Ursula von der Leyen is getrouwd en heeft zevenkinderen.

Hun politieke loopbanen zijn onvergelijkbaar. Hennis leerde het politieke vak in Europa en als Kamerlid. Von der Leyen is de dochter van een voormalig CDU-minister van de deelstaat Nedersaksen die in 1978 met zijn vijf kinderen een plaat met de christelijke hit Wohlauf in Gottes schöne Welt opnam. Dochter Ursula werd pas op haar 32ste lid van de CDU, na haar studie medicijnen. Maar hun karakters lijken op elkaar, van afstand bezien.

Beide vrouwen zijn charmant, slimme praters en de gelukkige bezitters van een dikke huid. Als ze tussen hun militairen staan, waar ook ter wereld, zijn ze zichtbaar in hun element. Handen in de zij, haren in de wind, lachend in de camera. Hennis' capaciteiten als minister werden in haar eerste kabinetsjaar in twijfel getrokken, ook binnen Defensie. Ze stond onder druk, kreeg het chagrijn over de bezuinigingen van haar voorgangers te verduren. Deze week nog oordeelde ruim 84 procent van de deelnemers aan een enquête van de militaire vakbonden dat Hennis er niet in is geslaagd het vertrouwen in de organisatie te vergroten. Voor Von der Leyen geldt iets dergelijks: bij de Bundeswehr vinden ze dat de minister valse verwachtingen heeft gewekt, de modernisering van het Duitse leger gaat hen te langzaam.

De ministers blijven er vrij siberisch onder. Zo antwoordt Hennis zelfverzekerd dat er 'hard wordt gewerkt aan het herstel van vertrouwen'. Ze wijst erop dat ze de bezuinigingen op defensie een halt heeft toegeroepen: 'Het duurt even voordat de effecten van dat extra geld daadwerkelijk voelbaar zijn op de operationele werkvloer. Dat is wrang, en dit begrijp ik maar al te goed.'

Ook inhoudelijk zitten ze dicht bij elkaar, hoewel ze niet van dezelfde politieke gezindte zijn. Ze zijn overtuigd van het idee dat Europa aan de oost- en zuidgrens bedreigd wordt. Om dat op te vangen, moet het Europese defensieapparaat groter, sterker en flexibeler worden. Vorig jaar nodigde Von der Leyen Hennis nog uit als spreker op een exclusief congres waar de toekomstplannen van de Bundeswehr werden gepresenteerd.

Hoe moet de nieuwe Europese defensiemacht eruitzien? Moeten we denken aan een Europees leger?

Von der Leyen: 'Nee. Dat zou niet goed zijn. Het Duitse parlement moet zelf de verantwoordelijkheid dragen om Duitse soldaten naar Mali of ergens anders naartoe te sturen. Dat kun je niet uit handen geven. Zoiets kan niet in Brussel worden besloten.'

Hennis: 'Nee. Het is belangrijk dat we onze eigen soevereiniteit behouden. Bovendien: we hebben toch ook geen NAVO-leger, dus waarom hebben we wel militairen nodig die direct onder de Europese Commissie vallen? 'Na de val van de Muur is Duitsland langzaam volwassen geworden', zei Von der Leyen in de toespraak waarmee ze de conferentie in München opende, ook in militair opzicht. Ze bedoelt ermee dat Duitsland inmiddels bereid is dezelfde lasten te dragen als zijn bondgenoten.

Meer dan een halve eeuw lang maakte de last van het oorlogsverleden het thema defensie in Duitsland tot een politieke en maatschappelijke moordkuil. Voor mensen die wilden investeren in defensie had de linkerhelft van het politieke spectrum maar een woord over: fascist. Pas in 2012, in Afghanistan, toen Duitse militairen daar al jaren tegen de Taliban streden, durfde het parlement te erkennen en uit te spreken dat Duitsland mee deed aan een oorlog.

Voor die tijd heette elke actie van de Bundeswehr automatisch een vredesmissie. En ook Europa had in de eerste jaren na 1989 zo zijn reserves over het machtige herenigde Duitsland. Lang duurde dat niet. Vooral de kleine Noord- en West-Europese landen zijn in Duitsland de vanzelfsprekende leider van Europa gaan zien, een leider die ze vertrouwen, een leider die Europa wat hen betreft ook op militair gebied kan aanvoeren.

Het was minister Koenders van Buitenlandse Zaken die eind 2016 zei: 'De onzekerheid over het nieuwe Amerikaanse leiderschap sterkt mij zeker in de overtuiging om Europa strategisch te versterken. En ik kijk daarvoor met grote nadruk naar onze oosterbuur: het Duitsland van Angela Merkel.' Maar dat gaat Duitsland zelf nog wat ver.

Minister Von der Leyen, wie gaat Europa beschermen nu Trump terugtrekkende bewegingen aan het maken is? Neemt Duitsland een leiderschapsrol op zich, zoals Nederland graag wil? 'We hebben een Europa met de traditie dat wij initiatieven moeten nemen, maar het liefst doen we het samen. Wij zijn daarom begonnen om veel onderdelen in onze krijgsmacht te laten samenwerken. Nederlanders hebben al een deel van hun landmachttroepen onder ons bevel gesteld. En wij hebben een deel van onze marine onder Nederlands bevel gesteld. Dat is het mooie aan Europa. Niemand domineert de ander.'

Maar in een crisissituatie moet toch iemand het voortouw nemen? Kijk naar Griekenland, toen kwam de zaak pas echt aan het rollen toen Duitsland de leiding nam. En in Litouwen is Duitsland nu lead nation van een internationale groep NAVO-militairen. Von der Leyen: 'We hebben geleerd om te leiden vanuit het midden. We weten dat we alleen niks kunnen. Leiden betekent overtuigen, meenemen. Niemand kan alleen leiden. Dan heb je geen vrienden meer aan je kant.'

Hoe denkt u daarover minister Hennis?

'Een leiderschapsrol van Duitland, dat juichen wij toe en het gebeurt al. Maar het is altijd in samenwerking met anderen. Duitsland heeft heel lang met zijn verleden geworsteld. Dat begrijp ik ook, er is nogal wat gebeurd. Maar we zijn wel zeventig jaar verder. Inmiddels zijn Nederland en Duitsland twee gelijkgestemde landen. 'Duitsland is van heel ver gekomen. De Duitse president Gauck sprak op de veiligheidsconferentie in 2014 pas voor het eerst zelfbewust over de rol die zij kunnen spelen op het wereldtoneel als het gaat om een vrije en veilige omgeving. Ik dacht: wat een verademing. Dit mag en moet ook.'

Behalve Trump stonden er in München nog een stuk of wat andere olifanten in de kamer, olifanten van Europese makelij. Ze heten Wilders, Le Pen, Frauke Petry van de AfD. De PVV gaat in de peilingen soms gelijk op met Hennis' VVD, maar is meestal groter. Natuurlijk, de kans dat Wilders premier wordt is gering, ook als de PVV wint.

Stel: Wilders en Le Pen lopen over een jaar óók door de gangen van Hotel Bayerischer Hof om deel te nemen aan de jaarlijkse veiligheidsconferentie, dan zullen zij niet pleiten voor vergaande samenwerking op defensie. Zij zullen juist luidruchtig pleiten voor nationalisme, soevereiniteit en het sluiten van de grenzen. Is uw werk en dat van al die anderen die zich inzetten voor een weerbaar verenigd Europa dan voor niets geweest?

Hennis: 'Het is een heel riskante ontwikkeling. Het idee dat je een land en een volk beter beschermt door meer protectionisme, is misleidend. Het zal leiden tot vergaande fragmentatie en dat heeft een enorme prijs. We zullen inleveren op ons welzijn en onze welvaart.' Hennis vindt het belangrijk om burgers een gevoel van controle terug te geven. Maar hoe doe je dat, in een tijd dat rond Europa een ring van instabiliteit is ontstaan. Aan de oostrand knabbelen Russen aan landsgrenzen. In het zuiden vechten IS-strijders voor een kalifaat dat ze het liefst ook uitbreiden naar het continent. Honderdduizenden vluchtelingen proberen de oorlogsellende en armoede te ontvluchten door met gammele scheepjes de oversteek te maken naar Europese kusten.

De belangrijkste adviseur van het Nederlandse kabinet op het gebied van veiligheidsvragen, de Adviesraad voor Internationale Vraagstukken (AIV), schreef maandag in een rapport dat de 'de perspectieven voor Noordelijk Afrika somber zijn en dat de veiligheid en stabiliteit van Europa, en dus ook Nederland, direct worden bedreigd'. De AIV verwacht dat 'de komende decennia een groter beroep op de krijgsmacht zal worden gedaan ten behoeve van de veiligheidsdreigingen vanuit Noordelijk Afrika' en pleit om die reden voor uitbreiding van het defensiebudget.

Wat meespeelt in deze analyse is dat de NAVO zich wel inzet om bijvoorbeeld de Russen aan de Europese oostgrens af te schrikken, maar nauwelijks actief is op het Afrikaanse continent. Daar moeten de Europeanen zelf iets aan doen. Afrika wordt prioriteit, benadrukt ook Angela Merkel niet voor niets sinds vorige zomer. Merkel bezocht in oktober Ethiopië, Niger en dus Mali, drie Sahel-landen met, zoals Merkel zei, 'een groot toekomstig vluchtelingenpotentieel'. Ook Hennis bezoekt Afrika geregeld.

Is het goed om na te denken over een Europees defensiemechanisme waarin de NAVO geen rol speelt, bij wijze van plan B?

Von der Leyen: 'Het zou niet wijs zijn. We zijn beide lid van de EU en de NAVO. Er zijn dingen die de NAVO heel goed doet, bijvoorbeeld het beveiligen van de oostelijke flank. Maar er zijn andere dingen die Europa zelf moet doen. 'Afrika bijvoorbeeld. Daar zie je de NAVO niet. Het is aan Europa om Afrikaanse landen stabiel en veilig te maken, samen met Afrikaanse partners. We moeten daarvoor militaire en civiele middelen inzetten. Dus niet alleen het leger en de politiemacht daar opbouwen, maar ook economische perspectieven en ontwikkelingssamenwerking bieden. Die benadering is typisch, typisch Europees. Daar ligt de kracht van Europa', zegt Von der Leyen nu.

Hennis ziet net als Von der Leyen wel de kracht en het belang van de NAVO in andere werelddelen. Het trans-Atlantisch bondgenootschap blijft een grote rol spelen: 'Natuurlijk is de balans binnen de NAVO verloren gegaan. De VS dragen een te groot deel van de lasten. Voor de positie van Europa als 'overtuigende veiligheidspartner' is het belangrijk om die balans in de NAVO terug te brengen. Dat gaan we zo snel mogelijk doen', aldus Hennis. De Nederlandse en Duitse krijgsmacht moeten de komende jaren groeien om al die ambities waar te maken. Maar na jarenlange bezuinigingen geldt defensie niet als een bijzonder populaire werkgever.

Is herinvoering van de dienstplicht een optie?

Hennis: 'Nee!' Von der Leyen: 'Nee.'

Waarom niet? Dienstplicht kan ervoor zorgen dat burgers zich weer verbonden voelen met het leger, omdat het onderdeel wordt van elk huishouden. En mensen zullen zich beter beschermd voelen.

Von der Leyen: 'Het kost heel veel geld om iedereen te trainen en je krijgt niet de professionele krijgsmacht die wij willen. Nu moeten we op de arbeidsmarkt concurreren met de beste bedrijven, zoals Siemens, Bosch en... hoe heet dat Nederlandse bedrijf ook alweer? Hennis: 'Philips.' Von der Leyen: Ja, Philips. Dat we moeten concurreren is goed, het leger moet een moderne werkgever zijn. Alleen zo krijgen we de beste mensen voor militaire missies.'

Als u defensie wilt runnen als een bedrijf, waarom zou je je dan beperken tot soldaten uit Duitsland of uit Nederland? Wat is het verschil nog met een huurleger?

Von der Leyen: 'Het is in uitzonderlijke gevallen al mogelijk dat burgers uit andere EU-landen als ambtenaar bij de Bundeswehr in dienst zijn. We vertrouwen tijdens buitenlandse missies al jaren op kameraden uit andere landen. Voor mij is het belangrijk dat we dezelfde democratische waarden en mensenrechten delen, niet waar iemand geboren is.' Minister Hennis vindt defensie niet te vergelijken met een gewone multinational, vanwege haar unieke en zware taak, het beschermen van wat ons dierbaar is.

Hennis: 'Maar ik ben ook tegen dienstplicht, want militair moet je niet worden omdat de overheid het je opdraagt. Militair zijn is een vak. Vaak stellen mensen de herinvoering van de dienstplicht voor omdat ze iets willen doen aan probleemjongeren die op straat hangen. Het is goed als die het leger ingaan, zeggen ze dan. Maar de krijgsmacht is er niet om onze jongeren op te voeden. Daarvoor hebben we andere instellingen.

'Jullie kennen toch ook alle verhalen van mensen die in dienst zijn geweest? Dat ze totaal verveeld waren en er een hoop geld werd uitgegeven terwijl het onduidelijk was of het iets opleverde? De dienstplicht invoeren is een romantisch idee, terug naar de goede ouwe tijd, toen de banden tussen het leger en de samenleving nog hecht waren. 'Die gevoelde automatische relatie van vroeger is er niet meer', erkent Hennis. Zij wil die band met de maatschappij onder meer versterken door de inzet van reservisten en samenwerken met het bedrijfsleven. 'Als defensie ict-specialisten of ingenieurs nodig heeft, kunnen die bijvoorbeeld best tijdelijk aangetrokken worden uit het bedrijfsleven om ingezet te worden.' Von der Leyen: 'Overigens, áls die dienstplicht weer ingevoerd zou worden, dan zou die natuurlijk gelden voor mannen én vrouwen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden