Duitse 'benzinepolitie' bewaakt de prijzen

In een poging grip te krijgen op de snel stijgende benzineprijzen heeft de Duitse regering deze week tot een nieuw, nu al flink bekritiseerd hulpmiddel besloten: het heeft een meldpunt ingesteld waar tankstations en brandstofbedrijven de verhoging of verlaging van hun prijzen dienen op te geven.

MERLIJN SCHOONENBOOM

BERLIJN - De critici noemen het nieuwe overheidsorgaan van 35 ambtenaren inmiddels de 'benzinepolitie'. Philipp Rösler (FDP), de liberale minister van Economische Zaken, heeft het meldpunt in het leven geroepen. Het moet inzicht geven in hoe de prijs tot stand komt die automobilisten bij een tankstation betalen. Raffinaderijen, handelaren en tankstations moeten digitaal doorgeven voor welke prijs zij hun brandstof inkopen. Prijsverhogingen moeten daarbij ook worden gemeld.

Het nieuwe aan deze Markttransparenzstelle is volgens Rösler dat men tot nu toe alleen inzicht had in de prijs die de consument betaalt. Nu kan worden achterhaald hoe die ontstaat. 'Daardoor kan men misbruik vaststellen en daar met meer succes iets tegen doen', zegt de minister.

Duitsland telt ongeveer 54 miljoen automobilisten. In de media en de politiek wordt al wekenlang gediscussieerd over de stijgende prijzen. Of met Röslers meldpunt inderdaad een eerste stap in de goede richting wordt gezet of dat er een nieuw 'bureaucratisch monster' wordt geschapen, zoals de autoprofessor Ferdinand Dudenhöffer het noemt, zal nu moeten blijken.

Een positieve reactie komt van de Duitse ANWB, de ADAC. Het nieuwe meldpunt kan de concurrentie tussen de aanbieders van brandstof ten goede komen, denkt de belangenvereniging.

Dat is ook precies wat de liberaal Rösler wil. De Duitse overheid bracht onlangs de resultaten naar buiten van een langjarig onderzoek naar de brandstofmarkt. Onderlinge prijsafspraken tussen de vijf grote bedrijven, waaronder Shell en Aral, kunnen weliswaar niet worden vastgesteld, maar ze blijken wel de prijzen te beheersen. De minister hoopt dat meer concurrentie de markt openbreekt. Er moeten meer onafhankelijke tankstations komen. Nu vormen die slechts eenderde van de markt.

De oliebranche zelf blijkt echter niet gecharmeerd van de verhoogde overheidscontrole. 'Contraproductief', noemt de Duitse vereniging voor mineraalolie (MWV) de benzinepolitie: 'Het zijn vooral de stijgende olieprijzen die voor de huidige ontwikkeling verantwoordelijk zijn. Het nieuwe superorgaan verandert daar niets aan', zegt hun voorzitter Klaus Picard.

Ook de vereniging die voor de belangen van de vrije tankstations opkomt, de MEW, vreest dat er juist kosten bij komen. De tankstations steken veel energie in een project waar de consument niets aan heeft, vindt MEW-voorzitter Steffen Dagger. In Duitsland zijn er volgens hem 14.373 tankstations. 'Bij iedere prijsverandering moet elk tankstation de prijs, het aantal liters en het tijdstip van de tankbeurten doorgeven. Volgens onze berekening is dat een miljoen gegevens per dag.'

De ijver waarmee Rösler de benzineprijzen ineens aanpakt, dient volgens sceptici ook een politiek doel. In mei zijn er belangrijke verkiezingen in de deelstaat Noordrijn-Westfalen. In dit dichtstbewoonde gebied van Duitsland spelen industrie en transport een grote rol. De liberalen zitten er in de oppositie en kunnen zich er geen groot verlies veroorloven.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden