Reportage

Duitse autoliefhebbers voelen zich beknot: ‘Ik wil zelf bepalen waar ik mijn geld aan uitgeef’

Duitsland, het land waar autorijden nauw verbonden is met het begrip vrijheid, probeert af te stemmen op de frequentie van de toekomst. Waarin de rol van de verbrandingsmotor zal worden gemarginaliseerd en er misschien überhaupt minder autoverkeer is. Maar op de maatschappelijke kabel is nog ruis.

Angela Merkel neemt plaats in een auto zonder stuur bij een bezoek aan de autoshow IAA in München.  Beeld Reuters
Angela Merkel neemt plaats in een auto zonder stuur bij een bezoek aan de autoshow IAA in München.Beeld Reuters

Peter en Patrick missen ‘auto’s die om emotie schreeuwen’. De twee mannen in knielange spijkerbroek, vader (55) en zoon (19), drinken een flesje cola en kijken uit over een Mercedes-paviljoen op de autobeurs in München, waar gras uit asymmetrische houten zuilen groeit en iemand watervalmuziek speelt op een vleugel. De auto’s – kenners als Peter en Patrick zien meteen dat het de nieuwste elektrische SUV-modellen zijn – lijken eerder toevallig in dit futuristische landschap geplaatst.

‘Het mag geen autobeurs meer heten, hè’, verbetert Peter de Volkskrant. ‘Het is mobiliteitsbeurs.’ Patrick: ‘We hebben elektrische fietsen gezien die 8.000 euro kosten.’ Maar, concluderen ze, hoe interessant ook, ze zien liever een oude Porsche ‘waarbij je meteen voelt dat hij is gemaakt voor pure snelheid’.

Het proces dat zich in de hoofden van Peter en Patrick in het klein afspeelt, voltrekt zich ook in het groot. Duitsland, het land waar autorijden nauw verbonden is met het begrip vrijheid, probeert af te stemmen op de frequentie van de toekomst. Waarin de rol van de verbrandingsmotor zal worden gemarginaliseerd en er misschien überhaupt minder autoverkeer is. Maar op de maatschappelijke kabel is nog ruis.

Zoals Peter zegt: ‘Ik begrijp dat het voor het klimaat onvermijdelijk is dat we over twintig jaar allemaal elektrisch rijden en dat de politiek dan een maximumsnelheid heeft ingevoerd. Maar ik moet toegeven dat ik op weg naar mijn werk graag 180 rijd op de snelweg.’

Trots en glorie

De IAA, voluit de Internationale Automobil-Ausstellung, bestaat sinds 1897 en groeide al snel uit tot een van de grootste vakbeurzen ter wereld. En minstens zo belangrijk: voor de Duitsers tot een jaarlijks terugkerend moment van trots en glorie. In Frankfurt, waar de IAA tot twee jaar geleden werd gehouden, kwamen autobouwers en -liefhebbers zich vergapen aan Duitsland als motor van de technologische vooruitgang. Hier werd in 1939 – inderdaad, de nazitijd – de eerste Volkswagen Kever gepresenteerd, en later de Mercedessen, BMW’s en Audi’s waarmee de Europese bovenklasse zich profileerde.

De afgelopen jaren, eigenlijk sinds het dieselschandaal in 2015, hing rond de IAA een opgelaten sfeer. Het waren de jaren dat het Duitse bedrijfsleven te lang bleef vertrouwen op techniek uit de 20ste eeuw. En politici van de regerende ‘Grote Coalitie’ van de CDU en de SPD merkten dat het blijven beschermen van de autobouwers niet langer verenigbaar was met de Duitse klimaatambities.

Het ongemak rond de IAA culmineerde in het rampzalige beursjaar 2019, toen de organisatie de sociaal-democratische burgemeester van Frankfurt verbood een rede te houden op de beurs, omdat hij te kritisch zou zijn over de autoindustrie. Vervolgens bezetten milieuactivisten de ingang van het beursterrein. Het was het jaar waarin autominnend Duitsland vreesde dat zijn liefhebberij definitief ten prooi was gevallen aan wat in het land wel de ‘linkse verbodscultuur’ wordt genoemd.

Links korset

‘Verbodspartij’ noemen conservatieve tegenstanders de Groenen ook in de race naar de verkiezingen op 26 september. Een naam die afhankelijk van de context een spottende of regelrecht haatdragende betekenis kan hebben. Steeds als Groenen-lijsttrekker Annalena Baerbock herhaalt dat ze een maximumsnelheid van 130 km per uur op de autobaan wil invoeren, dalen de Groenen in de peilingen. Toch blijft ze het zeggen. Baerbock bezocht de IAA niet, hoewel haar groene campagnebus donderdag München wel aandeed.

Het gevoel dat de Groenen de Duitsers in een links korset willen snoeren, gaat verder dan autorijden alleen. Het betreft ook vliegvakanties, die de Groenen zwaarder willen belasten, net als vlees eten. Deze week ontstond er nog een lokale rel, omdat de twee universiteiten in Berlijn in de kantines alleen nog maar vegetarisch eten willen aanbieden.

‘Vreselijk en bekrompen’, noemt Jonas (25) de Groenen, nadat hij zich samen met een huisgenoot door een medewerker van BMW uitgebreid heeft laten voorlichten over de technische foefjes van een wijnrode SUV. ‘Ik studeer al vijf jaar voor ingenieur. Ik wil straks veel geld verdienen en vrij zijn om zelf te bepalen wat ik daarmee doe.’

Welvaart

En de opwarming van de aarde dan? ‘Minder kinderen krijgen. Als de wereldbevolking halveert, is het probleem opgelost’, zegt Jonas eerst gekscherend. Daarna, serieus: ‘Ik ga op de FDP stemmen.’ De liberalen van lijsttrekker Christian Lindner, zegt hij bijna plechtig, willen ‘innovatie in plaats van verboden’. Dat staat inderdaad letterlijk in het verkiezingsprogramma, net als de wens tot een ‘verkeerspolitiek zonder ideologische oogkleppen’. Wat Jonas en zijn studievriend als ingenieurs in spé ook belangrijk vinden is dat Duitsland de Aziatische concurrentie bij kan blijven benen.

Het besluit om de IAA na een jaar coronapauze naar München te verplaatsen, lijkt een gouden zet van de auto-industrie. Politici die de autobeurs wel bezochten, zoals Angela Merkel en natuurlijk de Beierse CSU-leider Markus Söder, zien in het centrum van de Beierse hoofdstad een Duitsland zoals ze het graag willen zien. Een welvarend land, waar overal ambitieuze logo’s glimmen. Niet alleen op auto’s, maar ook op handtassen en borstzakken. Welvaart. Maar ze zien ook enthousiasme voor zelfrijdende elektrische busjes, de gratis verstrekte linnen tasjes met de tekst ‘re-imagine today’ en de al eeuwen geruststellende uivormige torens van de Frauenkirche. Ze zien een land waarin traditie en vooruitgang elkaar niet bijten.

Martin (74) en Anita (71) zitten op een terras een beetje gniffelen om het duurzaamheidsgeweld waarmee de auto-industrie zich hier presenteert. ‘Ik vind dat ze het goed hebben gedaan hoor’, zegt Martin. ‘Maar met de werkelijkheid heeft het niet zoveel te maken’, vult Anita aan. Dan begint Martin een klein college, waarvan één zin blijft hangen: ‘Om echt iets te doen voor het klimaat, moeten Duitsers iets leren wat ze niet willen leren: van bepaalde zaken afzien. We zijn in dit land gewoon verwend.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden