Duimgooier en struisvogelei

Eens in de zoveel jaren moet het echt. Van de verte zie ik het aankomen, stel het uit met het excuus dat ik wel iets beters te doen heb. Ik weet dat ik er dagen mee bezig zal zijn. Maar het moet, want mijn werkkamer dreigt dicht te groeien met papier. Papier op slordige stapels in hoeken van de kamer, papier in mappen en dozen. Brieven en aanlopen tot verhalen, die ik niet afschreef maar nu misschien afgeschreven moeten worden, in de betekenis van bij het vuilnis gezet worden.


Dit lot bespaarde ik een map vol gegevens over mijn deelname aan het eerste Poetry Africa '97 Festival in Durban. Ik vind een brief terug waaruit blijkt dat mijn reis en hotelkosten werden betaald door de stad Rotterdam. Burgemeester Bram Peper droeg (en draagt) de poëzie een warm hart toe. Hij was zelf ook in Durban. Omringd door belangrijke havenpersonen baande hij zich in snelle pas een weg door de gangen van het drukke festivalgebouw.


Van mijn verblijf aldaar herinner ik me een bezoek aan een Zoeloedorp waar de inwoners ons op zang en dans trakteerden. Een bezichtiging van een moskee, waar we werden rondgeleid door een fundamentalistische Engelsman, die ons zo streng toesprak dat we blij waren dat we heelhuids weer buiten kwamen. Een marktje waar ik paspoorten kocht, die nu nog op mijn schoonsteenmantel liggen. Paspoorten zijn kleine gekleurde houten maskertjes, die arbeiders bij zich dragen om hun identiteit te bewaren als ze de grens van hun land overschrijden op zoek naar werk.


Bij aankomst in Durban waarschuwden de afhalers ons: geen avondlijke wandelingen, zo min mogelijk geld op zak, het liefst je in een groep verplaatsen, in een auto alle deuren op slot, want voor je het weet wordt je gehijackt. Toen ik me een avond toch alleen op straat waagde - beschermd door mijn motto 'mij kan niets overkomen' - zag ik in de verte zwarte jongens op de stoeprand zitten met een witte pot voor zich. Gevaarlijke lijmsnuivers! Maar het bleek een pot yoghurt te zijn.


Tegenover ons hotel stond elke dag een swingende groep Zoeloes te zingen en te dansen. Ze behoorden tot het hotelpersoneel. Ze zongen en dansten niet ter folkloristisch vermaak van de hotelgasten, maar omdat ze al meer dan een maand protesteerden tegen hun werkomstandigheden - lage lonen, lange uren. Hun werk was overgenomen door zogenaamde onderkruipers. Wij voelden ons lichtelijk schuldig, zelf een beetje een onderkruiper.


Op de hoteltelevisie werd Polanski's film Mes in het water vertoond. Korte beschrijving van de inhoud in het programmablad: ''n Egpaar nooi 'n jong duimgooier na hul boot vir die naweek, maar daar is vanuit die staanspoor spanning tussen die tweemans...' Een duimgooier - mooi woord, noemen wij een lifter.


Er was iets met een struisvogelei, maar wat. Ik ga te rade bij mijn column CaMu uit die tijd. 'Tijdens de afscheidsmaaltijd kregen de dichters een groot, wit struisvogelei cadeau. Het lag naast het bord waarop we zojuist struisvogel en krokodil opgedist hadden gekregen. In het ei zat een gaatje, het was van zijn struif ontdaan.(...) Op Schiphol pikte de douane mij eruit om mijn koffer open te maken. Voelde natuurlijk aan dat ik een struisvogelei bij me had. Mocht misschien wel niet geïmporteerd worden. Maar het ei bleek de terugreis niet overleefd te hebben. Mijn symbool van vruchtbaarheid en continuïteit in stukjes gebroken! Dat wordt dus niks meer.'


Dat bleek later wel mee te vallen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.