Duiken naar de Costa Concordia van 1689

AMSTERDAM - Voor maritieme archeologen is het een kwellende kwestie: liggen er pal voor de havenmond van Vlissingen nu wel of niet waardevolle restanten van het in 1689 vergane Zeeuwse vlaggenschip Walcheren?


Ook nu de Koninklijke Marine en duikers van de Defensie Duikgroep de afgelopen twee dagen onderzoek hebben verricht en op de vermoede locatie wel degelijk 'iets' hebben aangetroffen, zal de vraag nog geruime tijd onbeantwoord blijven. Dat verwacht althans Fred Groen van de Wrakduikstichting De Roompot die zelf ook al jaren speurt naar de Walcheren. 'Ja, als je een kanon vindt is het bingo, want daar staat altijd wel de naam van het schip op. Maar aan een enkele balk of wat stukken hout kun je niet meteen iets aflezen.'


Niettemin, er is hoop. Maandag 'vinden' duikers in de bodem van de Westerscheldemonding een muurtje. Gut, een muurtje, denkt de marineduiker dan. Maar Fred Groen en andere specialisten in historische scheepswrakken denken dan iets heel anders. De Walcheren had 380 mensen aan boord, een hele gemeenschap. Een stenen bakoven aan boord was heel gebruikelijk. Groen: 'Niet te vroeg juichen, maar het kan van de Walcheren zijn. Het gaat in ieder geval om 17de-eeuwse stenen.' De duikers vonden ook een scheepsbalk van 2 meter die in elk geval uit de tijd van de Walcheren kan stammen.


Waarom biologeert de Walcheren zo, het admiraalschip waarnaar nu voor de tweede keer in een paar jaar tijd gericht wordt gezocht? Mogelijk schuilt de verklaring in de nogal wrange ondergang van het schip. De Walcheren was in zekere zin de Costa Concordia (het Italiaanse cruiseschip dat op 13 januari van dit jaar verging) van zijn tijd.


Duizenden inwoners van Vlissingen, aanvankelijk in jubelstemming, waren er in 1689 getuige van hoe een 'ereronde' pal voor de kade dramatisch eindigde. Mogelijk als gevolg van een plotse windvlaag, in combinatie met even roekeloos als achteloos vaargedrag, stootte het schip tegen het Westerhoofd van de haven. Om even later om te slaan en te zinken. 24 opvarenden lieten het leven.


De Walcheren stond in 1689 onder commando van luitenant-admiraal Cornelis Evertsen de Jongste. Voordien, nog onder het bevel van zijn vader, had het schip een indrukwekkende reputatie opgebouwd. Het nam deel aan grote zeeslagen, onder meer de Vierdaagse Zeeslag en de Tocht naar Chatham. In 1689 kwam het terug van alweer zo'n glorieuze onderneming: de Walcheren maakte deel uit van een immense vloot van vijfhonderd schepen waarmee stadhouder Willem III Engeland binnenviel.


Bij het speurwerk naar restanten zette de Koninklijke Marine de afgelopen dagen onder meer een onderwaterrobot en sonarapparatuur in. Woordvoerder Joost Margés: 'Archeologen vermoeden dat er nog zeker twintig tot dertig kanonnen van de Walcheren onder water moeten zijn.'


Er is op dieptes van 6 tot 16 meter gezocht. Deskundigen erkennen dat het goed mogelijk is dat er hoegenaamd niets meer is terug te vinden van het schip. In een van de archiefstukken is er sprake van dat het gezonken schip, dat tenslotte de toegang hinderde tot de toen belangrijkste haven van de admiraliteit, al een jaar na zinken met ladingen buskruit is vermorzeld. Daarbij: de sterke stroming van de Westerschelde is een niet te onderschatten complicerende factor.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.