DUIGEN IN DE WIJN

HET IS VERBODEN EIKEN DUIGEN IN DE ROESTVRIJSTALEN WIJNKUIPEN TE HANGEN. HOUTSNIPPERS IN DE WIJN ZIJN HELEMAAL UIT DEN BOZE....

Het is nu even een gekkenhuis bij de Albada Jelgersma's op Château du Tertre. Over anderhalve week hebben ze 24 gasten uitgenodigd. Het château moet dus af zijn, alsof het er vanaf 1726 zo staat. Tachtig werkers slepen tussen de wijnranken door met antieke kasten, storten zand, leggen graszoden, schilderen plafonds en muren, hameren op klinkers. 25 vrachtwagens kinderhoofdjes heeft Albada uit België laten komen, en vijf Belgische stratenmakers. 'En nog steeds goedkoper', zegt Eric Albada Jelgersma, terwijl hij orders geeft in de mobiele telefoon.

Le Tertre betekent de terp. Het Place du Tertre in Montmartre ligt bovenop een bult, en net zo kijk je vanaf het château rondom op de wijngaarden. 'Vineyards', zegt Albada. Hij wijst op de vijver. 57 meter lang. Die witte plastic luxaflex op het water kan hij elektrisch ondergronds oprollen. Alleen de kleur bevalt hem niet. 'Met een druk op de knop stijgt het water tot over de rand en heb je een zwembad.' Tegen het huis moet nog een beeld komen. Misschien een Maillol? Albada twijfelt. Eigenlijk vindt hij een Maillol te dik. Tussen de taxussen staat een metershoge obelisk. 'Van hardboard, een grapje.'

Château du Tertre is de laatste aanwinst van de voormalige supermarktondernemer Albada Jelgersma, grootaandeelhouder van Super De Boer, Unigro, Konmar, Edah. Spar. 52 hectare Château du Tertre, een Margaux, cinquième grand cru classé. De vijfde divisie, zou je kunnen zeggen, van de meest prestigieuze wijn die Frankrijk te bieden heeft. Een sterk verwaarloosd château met enorme potentie, vertelt Albada in het kantoor van zijn andere château, Giscours.

De twee landgoederen grenzen aan elkaar. Giscours ligt hemelsbreed vijf kilometer verder, langs bossen en onafzienbare slagordes druivenranken. De stallen, de boerderij Suzanne, het landarbeidershuis, alles glimt en blikkert in de zon, de roestvrij stalen cuves glanzen tevreden, het houtwerk staat vet in de roestbruine verf. Ossebloed, vermengd met lijnolie, zoals het vroeger ook werd gedaan. Alleen het château zelf, een landhuis uit de empire-tijd, staat er verschimmeld bij. Albada houdt kantoor in de voormalige paardenstal. 'Ik heb ongeveer vijftig mensen in vaste dienst hier. Per jaar komen er nog eens 45 duizend bezoekers.'

In 1995 fuseerde Unigro met De Boer. Albada trad af als directievoorzitter. Hij was 55, wilde wat anders en kocht Château Giscours. 85 hectare topwijn, op twintig kilometer van Bordeaux, binnen het gebied van de fameuze Margaux. Château Giscours is een troisième grand cru classé de Margaux. Hij werd al bij de zonnekoning aan tafel geserveerd. Tractors rijden af en aan met het werk van de honderdvijftig plukkers die de laatste druiven binnenhalen.

Zo was het niet toen hij begon. 'Giscours had een grote merkbekendheid, maar was verwaarloosd. Ze waren hier te druk met polospelen en familieruzies.' De stenen hadden la maladie des pierres, steenkanker. Je kon er je vinger doorsteken. Dan kroop het salpeterzuur langzaam vanuit de grond langs de muren omhoog. Je kunt het op het château nog zien, dat is grijs, verweerd. Vorig jaar viel er nog met donderend geraas een plafonnetje uit. Ze doen er niks aan.'

Op het château woont de familie Tari. De oude heer, intussen 95, met zijn vrouw en dochter Nicole. Die zit op de bovenverdieping. 'Om haar ouders te terroriseren en om ons te pesten.' Albada ziet de oude Tari niet meer, denkt dat hij bedlegerig is. Vroeger kwam hij nog weleens naar buiten om een praatje te maken. 'Dan kwam meteen dat takkenmens er bijstaan.'

Het château konden de Albada's destijds niet kopen, wel de exploitatiemaatschappij, de Société Anonyme d'Exploitation du Château Giscours. Van zoon Pierre Tari, die de meerderheid van de aandelen had. De dochter vocht de verkoop aan, en tot vandaag loopt er een procedure bij de Hoge Raad. De gebouwen en de grond zijn van de Tari's, de wijnstokken, de kuipen, de vaten en de machines van de Albada's. Er waren wel anderen die Giscours wilden overnemen, maar niet alleen de exploitatie. Albada nam de gok. 'Met het risico dat je er in 2018 weer wordt afgegooid, als de pacht afloopt. We zullen wel zien.'

Er hangen nog een paar kwesties. Conneries, zoals ze in Frankrijk zeggen. Toen de Albada's begonnen, regende het brieven om de pacht ongedaan te maken. Aangevoerd door de dochter. Ze wilde de exploitatie zelf kopen, maar kon dat niet vanwege schulden. Er was een bewindvoerder benoemd in verband met de surseance, en die wees Albada als koper aan. Met de zoon zijn ze nog steeds goed bevriend. Albada: 'De Tari's speelden voornamelijk polo, ze waren er gek van. Prins Charles is hier geweest om polo te spelen, dat kostte natuurlijk alleen maar. Het was wat je noemt een noeud de vipères, een slangenkuil. Een roman van Mauriac.'

De zoon had twee advocaten, de société had er een, de moeder – van huis uit een Tapie van het Château Branaire – had een eigen advocaat, zus Nicole had er ook een.

Van de Tari's mogen de Albada's niks bouwen. Maar op grond van een zogenoemd état des lieux, recht van opstal, hebben ze het dak vernieuwd, net als de kuipen en hebben het onderhoud gedaan. 'We hebben intussen een paar honderd miljoen franc geïnvesteerd. Die zus zegt: ik wil dat m'n eigen kinderen hier gaan wonen. Maar als ze ons er in 2018 uit wil hebben, moet ze dat eerst ophoesten.'

Albada heeft inmiddels vijftien hectare van de grond kunnen kopen. Die wilde Tari buiten hem om van de hand doen, maar de notaris heeft het eerlijk verteld en als pachter heb je recht van eerste koop.

Spijt heeft hij niet, zegt Albada. Maar je mag wel zeggen dat er sinds 1995 een en ander is gebeurd. Bij de eerste oogst bleek Haut Médoc bij de Giscours te zijn gemengd. Streng verboden. 'Dat deden de Tari's altijd, maar ditmaal had de zus het laten uitlekken. Dus stond meteen het toezicht op de wijnwetten op de stoep. Dat wordt in dit overgereguleerde land door de douane uitgevoerd. Daar stonden een paar van die dienstkloppers, het onderzoek loopt trouwens nog steeds.'

Ach, relativeert Albada, er is een lange geschiedenis van wijnschandalen in de Bordelais. Het bekendste was dat van Cruse in 1877. Hij was een grote négociant, handelaar, die zijn bordeaux versneed met Algerijnse wijn. Hij hing zich op aan een brug over de Garonne.

In 1995 had Albada een nieuwe regisseur in dienst genomen, op aanraden van Stan Huygens van De Telegraaf. Ferrandez heette de man. Een regisseur is voor de bordeaux van levensbelang, hij bewaakt de wijn en mengt de druivensoorten waarmee de bordeaux wordt gemaakt. En Ferrandez was ook goed, hij had jarenlang op Château Citran goede wijn gemaakt. 'Maar hij had wel lak aan de wet.'

Ferrandez bleek eiken duigen in de roestvrijstalen kuipen te hebben laten zakken. Goedkoper dan de voorgeschreven eiken vaten. Gaatje geboord, ijzerdraadje erdoor, klaar. Oók streng verboden, uiteraard. Albada ontdekte het zelf. Meteen heeft hij samen met z'n advocaat aangifte gedaan bij de répression des fraudes. Gelukkig hadden die duigen er zo kort ingehangen dat er geen sporen in de wijn werden aangetroffen. Anders was de hele oogst afgekeurd. Meteen ging Ferrandez eruit, vier maanden heeft hij maar op Giscours gewerkt. Het leed was nog niet geleden. In 1998 ging het verhaal dat de Giscours zou zijn aangelengd met melk en water. Weer een schandaal. Allemaal het werk van de dochter Tari. 'Ze wilde situaties creëren om ons weg te krijgen. Wegens laakbaar gedrag. Wij waren les Bataves du Nord.'

Van de collega-wijnboeren en de négociants hebben de Albada's alleen maar steun gekregen. Van oudsher is men in de Bordelais trouwens gewend aan buitenlanders. Engelsen en Ieren hebben al eeuwen geleden ontdekt dat claret de beste wijn ter wereld is. Mitchell was eigenaar van Château du Tertre. Dillon, na de oorlog Amerikaans ambassadeur, bezat Haut-Brion, een premier cru. Château Canon Gaffelière, een grote Saint Emilion, is van de Duitse graaf Neiperg.

Buiten werken de sorteerders boven een lopende band. In de schuur laat de wijnkeldermeester, de maître de chai, Nicolas Meylan, de eerste Merlot proeven. Merlot is een van de basisdruiven voor de bordeaux. De andere zijn Cabernet Sauvignon, Cabernet Franc en Petit Verdot. Tien dagen geleden is de Merlot van de stok gehaald, nu kun je al proeven dat de viscositeit goed is.

Giscours was in 1995 achterop geraakt. 'Nu zijn we goede wijn aan het maken. Elk jaar een beetje beter. We hebben inmiddels meer dan 200 duizend wijnstokken bijgeplant, zeven hectare nieuw aangeplant. Elk jaar vernieuwen we een derde van de eiken vaten.'

Albada's ambitie is over vijf jaar de beste wijn na Château Margaux te maken. Op 28 november komt de déclaration de récolte, dan spreek je officieel van wijn. Maar je kunt nu al proeven dat hij fruitig is, heel vet. De tannines zijn soepel. De Giscours heeft zijn eigen stijl. Snel aangenaam, maar ook lang te bewaren. Heel complex ook, er zijn geen agressieve tannines in zoals in de Pauillac.

Ze verdienen geld. Albada kocht een going concern. Binnen een jaar had hij het gat eruit. Ook door het feit dat hij de grond niet had kunnen kopen. 'De pacht is hier laag, door het socialisme. Als ik had gekocht, was het 300 miljoen francs geweest, nu betaal ik twee miljoen francs pacht. En ik vind het gewoon leuk.' Je kunt niet zeggen dat het een slechte investering is. Rendement genoeg. Dat geldt ook voor Château du Tertre. Het is geen van beide een Cheval-Blanc, dat door luxe-modekoning Bernard Arnault van LVMH voor de grandeur werd gekocht. Samen met de Belgische baron Frère. Dat krijg je er natuurlijk nooit uit. 'Ik koop niet voor de grandeur, hier kun je waarde toevoegen. En ik vind het enig.'

Albada vindt het niet overdreven dat zijn wijn aan zo veel regels moet voldoen. Niet alles is verboden, je mag chaptaliser, dat wil zeggen suiker toevoegen. Niet om de wijn zoeter te maken maar om het alcoholpercentage te verhogen. Je mag ook de wijn concentreren via osmose, indikken. Het water wordt er dan uitgehaald. Dat doe je als het te veel geregend heeft, dan krijg je een mooiere wijn. 'Alles onder toezicht van de douanes. Alles gaat hier volgens la loi. Regulitis, noem ik dat. Maar ik vind het terecht dat er regels zijn, anders moet je je wijn geen ”Appellation Margaux” noemen.'

In 1855 heeft Napoleon III de cru's geregistreerd. 'Dat is redelijk, en heeft ook nog wel een zekere relatie met de realiteit. Het gaat nog steeds een beetje op. Niet helemaal. Château Lascombes, een deuxième cru, sukkelt al jaren. En een cinquième cru, Lynchbages, een Pauillac, verkoopt als een tweede. Du Tertre is een cinquième, maar heeft de potentie van een tweede cru. Nu gaat hij voor 75 franc naar de négociant, dat zou dan voor 100 franc zijn:.'

Wel worden er wijnen heel duur verkocht. Een Pétrus Pomerol gaat voor 1000 franc weg. Van Le Pin wordt maar twee hectare geoogst, die gaan voor 2000 franc van de hand. 'Dat vind ik snobbish. Maar je kunt niet staande houden dat Australische wijnen beter zijn. Ik was in Tahiti, daar drink je heerlijke Australische wijn. Maar na twee weken gaat hij vervelen. Ik heb in m'n studententijd zo veel beaujolais gedronken, dat krijg ik nu niet meer door m'n strot. Een beetje gespijsd, geparfumeerd, hoe zeg je dat. Heel anders dan de bordeaux.'

Hij heeft een cursus gedaan, zou hem nog een keer willen overdoen want door dat gedoe met advocaten en schandalen had hij er niet de concentratie voor. Je leert proeven. Eerst een glas water met een druppeltje fenol, een hele verfijnde fragrance. Dan een druppeltje bessensap, en dat moet je leren proeven. En zo verder. Uiteindelijk kun je de wijn analyseren. Je proeft van alles, het branden van de duigen om ze te krommen, je proeft fruit, citrus, zelfs drop en goudron, teer. Dat is geen Franse uitsloverij. In Engeland kun je Master of Wine worden. Die Masters hebben de hoogste gradatie wijnkennis. Je moet onderkennen dat de Médocs, de Saint Emilions, de Graves, de Sauternes toch de beste wijnen zijn.

De laatste jaren zijn de verhoudingen veranderd onder invloed van de Amerikaanse vinoloog Robert Parker. Die heeft een gigantische invloed, met zijn blad The Wine Advocate. Dat wordt door 300 duizend mensen gelezen. Als je genoemd wordt door Parker, merk je dat onmiddellijk. Er wordt nu voor het eerst openlijk tegen zijn macht geprotesteerd. Château Bouscaut, een Graves, kreeg de laatste keer van Parker maar 78 punten. Je bent ervan afhankelijk. Van één meneer. Hij proeft in zijn eentje, soms honderd wijnen per dag. En die meneer houdt van een volle wijn, Pomerol, Saint Emilion, met veel Merlot erin. Een zekere Michel Rolland, bijgenaamd de vliegende wijnmaker, komt langs om de châteaux te adviseren. Hij heeft er honderd onder zich, die allemaal meer en meer Merlot toevoegen. Voor Parker.

'Dat wil Rolland niet weten, maar dat zeg ik. Iedereen die met Rolland werkt, krijgt betere punten van Parker. Ik doe daar niet aan mee, dan krijg je zo'n algemeen wijntje. Het puntenstelsel gaat tot honderd, je moet minstens negentig hebben om mee te tellen. Een jaar later keurt hij dezelfde wijn nog een keer. Giscours zit nog onder de negentig, heeft nog veel last van de rel. Wij zijn nu nog niet bij de beste vijftien, als ik de Wine Advocate moet geloven. Maar sommige Franse proevers geven ons al wel negentig punten. Engeland en België beginnen aan te trekken.'

Het is lunchtijd. De plukkers eten hun soep en kippenpoot aan lange tafels. Albada laat een hal zien waar ontvangsten zullen komen.'Ik had er een centrale keuken in willen bouwen, maar dat mag niet van de Tari's: De huidige regisseur schuift aan, Jacques Pellisié, een rossige boer met grote knuisten. Fantastische man, zegt Albada. Hij brengt 80 procent van zijn tijd door tussen de ranken. Kijken. Hij is de baas van wijngaard tot de fles. Heeft een universitaire graad als oenologue.

Pelissié zegt dat hij zijn huik niet naar meneer Parker laat hangen. 'Maar je bent als een vliegenier, je houdt wel rekening met de wind.' De stijl van Giscours? Prestige, élégance, finesse. Het begin en het einde van een goede wijn is de grond, het terroir. Hij noemt zichzelf een man van het terroir. 'Een plaats, een man, een wijngaard. Dat is de Franse stijl.' Je moet je wijn niet te snel laten evolueren. Want die wijn blijft vijftien tot twintig jaar goed. Als je te snel gaat, heb je kans dat de klanten dat product over twintig jaar niet meer willen. Pelissié is geen tegenstander van verandering. Alles evolueert, maar terughoudend.

In dertig jaar is er wel wat veranderd. Destijds was het alcoholpercentage 12,3 procent, nu 12,8. De wijn is rijker geworden, de installaties verbeterd. De druiven zijn tegenwoordig smetteloos. De topwijnen van toen zijn nog steeds topwijnen, maar het gemiddelde is enorm omhoog gegaan. Het jaar 2000 wordt een heel groot jaar. Een goede zomer in de Bordelais, geen regen tijdens de oogst. Pelissié houdt het op een van de vier of vijf beste jaren van de laatste kwart eeuw.

Zeker, er zijn ook wijnen minder geworden. De Saint Emilion, die is helemaal de weg op gegaan van de ronde, snelle wijn. Giscours heeft niet zo veel last van concurrentie. Californië, schampert de regisseur, is een oceaan van slechte wijn met een paar procent goede. Chili ook, 8 procent goede wijn.

In Australië mogen ze wel duigen in de wijn hangen. Duigen alla, zegt Albada. 'Snippers, daar zou ik tegen zijn. Stel je voor, houtpulp in je wijn. Ik heb er geen zin in, ik wil model zijn. Ik ga niet tegen de wet in. Wij zijn buitengewoon kwetsbaar als les Bataves du Nord. Ik heb drie mensen uit de wijnkelder ontslagen, die waren aan het knoeien.

Albada was erachter gekomen dat andere châteaux ook eiken duigen in hun kuipen hadden gehangen. En die mochten nog steeds 'Appellation Bordeaux' op hun wijn zetten. Ze hadden zich ervan afgemaakt met de smoes dat het een proef was. Hij heeft er geen werk van gemaakt, heeft ook geen zin om op de barricades te gaan staan. In je eentje tegen de oppermachtige staat, dat zou ook arrogant en dom zijn.

Van de wijnbedrijvigheid op Château Giscours rijdt Eric Albada naar de verhuizingsdrukte op Château du Tertre. Daar willen ze gaan wonen. Albada: 'Ik voel me hier prettig, de ruimte, het licht.' In de voorgevel is het wapen van de familie Albada Jelgersma in kalksteen uitgehouwen. 'Onze ouwe Friese troep uit Poppingawier.'

Albada heeft een achttiende-eeuwse apotheek op de kop kunnen tikken voor de proeverij. 'Dan drink je met gasten een glas en gaan die twee deuren open. Je kijkt er zo op de tonnen, spookachtig met kaarslicht. Alle stalen kuipen heb ik vervangen door eiken. Toch beter, vinden de experts. Dat is de state of the art, en ik vind het leuk.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden