Duende benadert de Spaanse sfeer met flamenco en tulpen in olijvenblik

'Ik lijd, ik lijd. Ik lijd aan een bruinharige zigeunerin, gitana morena.' De wanhoop en emotie van flamenco-zanger Camaron lijken vanuit zijn ingewanden te komen....

Camaron heeft het. De flamenco heeft het. In het Spaans wordt het woord duende niet alleen gebruikt voor kabouter, geest of spook, maar ook voor een onbeschrijflijke aantrekkingskracht. Het mysterieuze gevoel, het vuur, de passie waar Spanjaarden patent op hebben en dat in de genen van Nederlanders ontbreekt. Wellicht is het die aantrekkingskracht die al wat Spaans is zo populair maakt in Nederland. De taal wordt ijverig geleerd, de flamenco driftig ingestudeerd. Duende, anderhalf jaar geleden geopend, puilt op zaterdagavond uit.

Op de tafels staan bakjes met hapjes die worden weggespoeld met de ronde smaak van jonge Rioja. Zuidspaanse tegeltjes, azulejos, sieren de muur. Of 'dat met die aardappelen' er nog is, vraagt een jongen. 'Je bedoelt tortilla', verbetert de barman. Mevrouw vraagt zich af wat carajillo is en mag van haar onbekende buurman proeven van de koffie met brandy.

Een met tulpen gevuld olijvenblik siert de bar. Op het buffet staan geen schalen met hapjes, op de grond liggen geen vuile servetten, zoals de Spanjaard dat van thuis kent. Leire, afkomstig uit Bilbao, maakt een Nederlander erop attent dat er in Spanje geen speciale tapas-cafés zijn. 'Alle bars hebben tapas.'

Leire is te spreken over het eten. De kokkin mag dan geen Spaans bloed hebben, de pulpo (stukjes gekookte inktvis in olie), tortilla (aardappelomelet) en lengua de cordero (lamstong met kappertjes) evenaren de kookkunst van Leires moeder. 'Zeker de pulpo. Echt een kunst om die mals te krijgen.' Duur vindt ze het wel. 'Bij ons betaal je honderd pesetas voor een portie, iets meer dan een gulden. Hier zeven keer zoveel.'

Dat schijnt de - voornamelijk jonge - bezoekers niet te deren. Ze eten de tapas niet als tussendoortje, maar als compleet avondmaal. En de sfeer is er. Beetje chaotisch misschien: het wachten op de hapjes kan even duren, de temperatuur benadert langzaam die van Zuideuropese landen, Camaron blijft de gevoelige snaar raken, zelfs als hij zingt over water dat door rivieren stroomt.

De eigenaren van Duende heten Erik Nieuwendijk en Marco Uyttewaal. Klinkt niet echt Spaans. 'Natuurlijk zijn we een zwaar vernederlandste vorm van een Spaans café', zegt Nieuwendijk. 'We hebben ook niet de pretentie om echt Spaans te zijn. We waren gewoon enthousiast over het land en wilden er iets mee doen. We wisten alleen hoe we het hier zouden inrichten: met die prachtige tegels. Omdat tapas ook typisch zijn, hebben we die erbij genomen.'

Pas toen kwam de muziek. 'Flamenco kenden we bijna niet', zegt Nieuwendijk, 'dus het werd gewoon iets dat Spaans klonk. Flamenco leek ons nogal zwaar. Tante Miep van de hoek zou heel hard weglopen. We durfden het niet. Totdat iemand met een cd kwam die aansloeg. Nu vind ik het fantastisch. Juist muziek is nu de kracht van Duende. Met een cd kun je een zaal vol krijgen of leeg laten lopen.'

'De nadre no puendo dormir.' In het achterzaaltje laat de cantaor, flamenco-zanger Pedro Contreras, zijn stem trillen en gitarist El Tête zijn snaren. 'Ik kan 's nachts niet slapen, maar overdag ook niet. Ik moet met jou mee, want jouw gezelschap vervult me met euforie.' De mensen in de zaal luisteren aandachtig en tikken met de maat van de muziek mee. 'Kijk me niet chagrijnig aan, het is niet mijn schuld dat jouw vrienden mij niet mogen.' Applaus.

Pepe, kind van ouders uit Andalusië, vindt de zanger maar niks. 'Die woont niet voor niets in Nederland.' Klare taal. Maar zijn Spaanse vriend Francesco is wel enthousiast. 'Alleen mis ik de interactie met het publiek, de aanmoedigingskreten.' Vroeger liep hij de kamer uit als zijn vader de gitaar pakte. Nu zoekt hij de flamenco op. 'Hoe ouder je wordt, hoe meer belangstelling je krijgt voor je land van afkomst. En van alle Spaanse gelegenheden die ik in Amsterdam ken, benadert Duende de Spaanse sfeer het best. Natuurlijk is er een verschil tussen de Nederlanders en Spanjaarden, maar ik denk dat we hier het dichtst bij elkaar staan.'

Tot drie jaar geleden was Nieuwendijk nog nooit in Spanje geweest. 'Marco was reisleider en ik ging drie jaar geleden voor het eerst naar Spanje, als zijn chauffeur. Het was de pracht van het land en de warmte van de mensen die ons raakten. Daarom zijn we dit begonnen.' Nu geven de Spanjaarden hem complimenten en noemen ze Nieuwenhuis 'geen echte Nederlander'. Daar is hij trots op.

Astrid Theunissen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden