Dudamania

Met zijn swingende Simón Bolívar Orchestra sluit Gustavo Dudamel het Holland Festival volgende week af. Op zijn Beethovensymfonieën kun je kritiek hebben, maar voor zijn charisma valt iedereen. Langs welke meetlat leggen we het dirigerende fenomeen uit Venezuela?

Plácido Domingo staat in een Venezolaanse concerthal te luisteren naar Händel. We zien de Spaanse sterzanger van opzij, terwijl hij het 'Hallelujah!' uit de Messiah over zich heen krijgt. De camera zoomt in en registreert verbijstering. Een traanspoor kruipt over de wang.


Wat de tenor te horen krijgt, klinkt verre van volmaakt. Maar wie over zijn schouder meekijkt, in de documentaire Tocar y luchar ('Spelen en strijden'), voelt zijn emotie maar al te goed na.


Honderden jongelui, kinderen soms nog, storten zich in het verre, deprimerende, gevaarlijke Caracas op het jubelkoor van een Noordwest-Europese barokcomponist. Ze doen het met Latijns-Amerikaanse flair, aangevuurd door een krullenbol over wie de laatste vijf jaar meer krantenkolommen en tv-rubrieken zijn gevuld dan over alle andere klassieke dirigenten bij elkaar.


Newsweek heeft hem onlangs geportretteerd als 'de Elvis van de orkestwereld'. In dezelfde adem werd Gustavo Dudamel (31) uitgeroepen tot de redder van een muzieksector die volgens westerse zwartkijkers allang aan z'n laatste infuus hangt.


Volgende week, in het slotconcert van het Holland Festival, kunnen we meemaken hoe de Venezolaanse dirigent het tij denkt te keren. Dan voert Dudamel zijn makkers van het Simón Bolívar Symphony Orchestra voor het eerst van hun leven naar het Amsterdamse Concertgebouw. Als deze tieners, twintigers en begin-dertigers het Hollandse publiek al niet op de stoelen krijgen met de Alpensinfonie van Richard Strauss, gaat het ze zeker lukken met een niet te vermijden toegift.


Het spektakel dat dan losbarst zwerft in verschillende maten van extase rond op YouTube. Neem de mambo uit Leonard Bernsteins musical West Side Story: het orkest hijst zich in shirts met het geel-blauw-rood van de Venezolaanse vlag. Binnen de kortste keren deinen de lijven over het podium. Trombones maken een salto, cello's draaien een pirouette.


Deze musici zijn de rijpe vruchten van El Sistema, het sociaal-muzikale project dat sinds 1975 talloze kinderen een instrument in handen heeft geduwd. Niet om ze te vermoeien met toonladders en etudes, maar om ze van de straat te houden, een familie te geven, te laten samenwerken in een symfonieorkest als model van een harmonieuze en humane maatschappij.


The Dude

Dat Gustavo Dudamel zelf uit de middenklasse komt, met als ouders een zangdocente en een salsatrombonist, doet aan het succes van El Sistema niets af. Alsof ze in Caracas een levenselixer brouwen, zo stromen de klassieke kopstukken vanuit het Westen toe. De oude Claudio Abbado heeft zich tot ontroerens toe gestort op Mahler, met adolescenten van wie sommigen hebben gekeken in de afgrond van misdaad en moord. Simon Rattle, chef van de Berliner Philharmoniker, heeft het Venezolaanse model bejubeld als het beste wat de klassieke muziek in de 21ste eeuw had kunnen overkomen.


En voor de charmes van Gustavo Dudamel vallen ze allemaal. 'Wat een energie, wat een talent, wat een charisma', fluisterden de musici van het Rotterdams Philharmonisch Orkest na de eerste kennismaking in 2007. 'Wauw, wat is-ie goed!', beaamden twee jaar later de collega's van het Koninklijk Concertgebouworkest.


Vergelijkbare geluiden waaien over uit Los Angeles en Gotenburg, waar Dudamel zijn eerste chefschappen buiten Venezuela heeft opgepikt. Zijn technische beheersing is spectaculair. Bovendien zou in The Dude een pretentieloze, vlot communicerende voorman schuilen die tegenover 120 ego's nooit een machtswoord hoeft te spreken.


Wel valt in de boezem van de Nederlandse orkesten te vernemen dat de Venezolaan als kunstenaar nog kan groeien. Zijn interpretaties zouden minder diepgang vertonen dan die van zijn generatiegenoot Andris Nelsons (33), de Letse gastdirigent met wie het Concertgebouworkest een warme band koestert. En hij heeft zeker nog niet de spanwijdte van de Rotterdamse chef Yannick Nézet-Séguin (37), die andere hoogvlieger op de internationale dirigentenmarkt met wie Dudamel nog een halve eeuw moet concurreren.


Inderdaad, bij alle Dudamania zou je het bijna vergeten. Ogen dicht en luisteren: waar staat The Great Gustavo op het symfonische speelveld dat van helden en tradities aan elkaar hangt?


Wie zijn recentste cd beluistert met door geniale interpretaties verwende oren, moet even slikken. In Beethovens Derde symfonie vertonen de Venezolaanse strijkers een nogal gruizige kern. En de Treurmars komt met een pathos dat we sinds de oude-muziekpioniers zijn ontwend. Van de andere kant kent deze 'Eroica' wel degelijk een originele signatuur, bijvoorbeeld in de manier waarop listige accentnootjes in een snelle riedel opgloeien.


Tegelijk met deze Beethovensymfonie brengt Deutsche Grammophon, vast niet toevallig, een compilatie-cd uit die Dudamels verrichtingen bij Europese orkesten documenteert. Bruckner vanuit Gotenburg: een mengeling van ploegende en montere ritmen. Mendelssohn in Wenen: eerlijk en verfijnd. Saint-Saëns met de Berliner: een vuurvliegje danst voorbij.


Sloppenverhaal

En omdat het platenlabel ons het hartbrekende sloppenverhaal niet wil onthouden, heeft men een dvd'tje bijgevoegd met de documentaire The Promise of Music. Daarin zien we Dudamel in Caracas onder meer sleutelen aan de Treurmars uit de 'Eroica'. En of je het wilt of niet, bij die aanblik krijgt elk muzikaal voorbehoud al gauw iets nuffigs.


'No muchachos!', roept Dudamel met gespeelde sipheid tegen zijn violen. 'Niet zo simpel, simpel is het nooit!' Waarna hij zijn vrienden, luidop denkend, via een toch wel geraffineerde klankvoorstelling loodst naar een snarengeluid 'met een vleugje hoorn en flink wat druk op de stok'.


Nee, simpel zal het niet zijn in Caracas, de metropool waar kinderen vanuit hun achterstandsbuurt soms onder gewapende escorte naar muziekles reizen. Dan kijk je vermoedelijk net wat anders aan tegen het heroïsche van de 'Eroica'. Tocar y luchar, spelen en strijden, met klassieke muziek als onwaarschijnlijk wapen.


Of Gustavo Dudamel op zal klimmen tot de rangen van de Karajans en Haitinks moet nog blijken. Maar geslaagd is alvast zijn werk als stormram van een beweging die maatschappelijke deprivatie omsmeedt tot hoge cultuur. Pendelend tussen de straat en het pluche brengt hij de sociale en culturele verheffing in praktijk, een ideaal dat het oude Europa alweer bijna is vergeten.


Simón Bolívar Symphony Orchestra of Venezuela o.l.v. Gustavo Dudamel. Amsterdam, Concertgebouw, 28/6.


HET SUCCES VAN EL SISTEMA

In 1975 begon José Antonio Abreu in een garage met muziekles voor een handvol jongelui. Tegenwoordig leidt hij een organisatie die in Venezuela ruim 300 duizend Venezolaanse kinderen bereikt in 280 centra. Opeenvolgende regeringen hebben El Sistema genereus gesteund en ook Hugo Chávez, de huidige president, doet dat. Het vlaggenschip van de ruim vijfhonderd orkesten, ensembles en koren is het Simón Bolívar Symphony Orchestra. Onder aanvoering van Gustavo Dudamel heeft dit voormalige jeugdorkest zich opgewerkt naar een professioneel niveau. Kenners voorspellen dat Zuid-Amerika, na Azië, zal uitgroeien tot de nieuwe voorraadschuur van klassieke-muziektalent.


DUDAMEL IN HET PARK EN OP TV

Het uitverkochte slotconcert van het Holland Festival wordt rechtstreeks getoond op een groot scherm in het Amsterdamse Oosterpark. Ook wordt het live gestreamd op internet (concertgebouw.nl/live). Nederland 2 herhaalt het dezelfde avond vanaf 23.30 uur, Cultura een dag later om 20.00 uur. Zondag 24 juni is op Nederland 2 een documentaire te zien over El Sistema (19.30 uur).


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden