Dubois legt in choreografieën la condition humaine bloot

De Franse Olivier Dubois ging pas dansen toen hij 23 was. Nu worden zijn choreografieën wereldwijd opgevoerd. En zijn nieuwste stuk wordt zelfs gerend.

Olivier Dubois: 'Kunstenaars moeten visioenen leveren, inzichten, vergezichten, geen politieke pamfletten.' Beeld Zahra Reijs / de Volkskrant

Na de voorstelling zit hij uitgeput in de keuken van het Korzo Theater in Den Haag. Fransman Olivier Dubois (44) koelt zijn gezwollen lippen met icepacks. Net als collega-danser Edouard Hue. 'Soms', zegt hij, zitten onze shirts onder het bloed. Nu niet. De schade valt nog mee.'

Zojuist hebben de mannen voor het keurige publiek op de opzwepende klanken van Stravinsky's beroemde Sacre du Printemps een zeer lange en heftige tongzoen uitgevoerd. Een kus van vijftig minuten - Prêt à baiser (Ready to kiss).

Ze begonnen rustig, op een bankje, gezichten op ademafstand en langzaam naar elkaar hellend, op de klanken van de fagotsolo. Totdat na tien minuten hun lippen elkaar raakten, de percussie losging, hun tongen zich vastzogen en hun lichamen zich overgaven.

De mannen scheurden elkaars kleren bijna van het lijf. Ze kronkelden op, om en over elkaar en vielen haast van het bankje. Toch lieten de monden nooit los. Het was één lange, gretige worsteling van opwinding, die het Haagse publiek spleet in verbijsterde blikken versus een uitzinnige ovatie.

Dubois creëerde deze interpretatie van de Sacre al in 2013, in het Musée d'art moderne de Paris, honderd jaar na de geboorte van het roemruchte muziek- en dansstuk. 'Ik becommentarieer in mijn werk nooit de actualiteit', haast hij zich te benadrukken. 'Kunstenaars moeten visioenen leveren, inzichten, vergezichten, geen politieke pamfletten.'

Dat is gelukt: het bankje waarop hij de tongzoen uitvoerde in het Haagse Korzo Theater, dat nota bene gewoon uit de keuken komt, zal nooit meer hetzelfde zijn. 'Ik zal het aan de onderkant signeren', lacht Dubois. 'Voor mij gaat dit duet over de kunstenaar en zijn muze. Het kan door twee mannen worden uitgevoerd, maar ook door een man en een vrouw.'

Naar Nederland

Choreograaf en danser Olivier Dubois (44) vertrekt eind december als artistiek leider van het Ballet du Nord in Roubaix. Het 'enfant terrible van de Franse danskunst' zegt dolgraag in Nederland te komen werken.

'In Nederland wordt altijd goed op mijn werk gereageerd. Het publiek is openminded. Ik hoop dat een Nederlands dansgezelschap mij belt. Scapino Ballet Rotterdam heeft mij jaren geleden gevraagd, maar toen kon ik niet. Ook met het Nederlands Dans Theater ga ik graag in gesprek.'

Die zin is Dubois ten voeten uit. Zijn werk mag provocatief lijken, mede door extatische, naakte solo's met zijn corpulente lichaam, maar aan zijn choreografiëen liggen fundamentele gedachten ten grondslag over la condition humaine. Zelfs toen hij vijf jaar geleden op het Holland Festival een twee uur durende paaldans presenteerde, uitgevoerd door veertien koel kijkende danseressen, was de buis waar zij omheen cirkelden volgens hem geen fallussymbool maar 'een subtiel en rijk object om mee te dansen'. Natuurlijk, een ding met seksuele connotaties, 'maar voor mij is het eerder een lans, of een boom met diepe wortels. Een houvast.'

Morgen presenteert Dubois op Festival Julidans zijn tweede studie van de Sacre: een solo door de 70-jarige Germaine Acogny, een West-Afrikaanse danseres en jarenlang de muze van Maurice Béjart. Ze kan nog altijd als een bezetene tekeergaan, stroboscopisch verlicht. Mon élue noire heet het 37 minuten durende stuk, 'mijn zwarte uitverkorene'.

Op het hoofdpodium van Julidans, de Rabozaal van de Stadsschouwburg in Amsterdam, is volgende week, tijdens het slotweekend van 14 en 15 juli, nóg een voorstelling van Dubois te zien: zijn nieuwe, grote productie Auguri (2016). Gedanst door 22 performers, of beter gezegd: gerend, deels door dansers van zijn gezelschap Ballet du Nord, deels met freelancers.

Nooit eerder werkte Dubois met zo'n grote groep. De oudste is een man van 54, de jongste 20. Maandenlang repeteerden ze op volle snelheid onder begeleiding van sportcoach Alain Lignier, begeleider van een Olympisch atletiekteam. Dubois zocht weken naar de juiste sportschoenen, waarop het hoge tempo mogelijk was. 'Het gaat erom dat mijn dansers een uur lang tot het uiterste gaan, niet vallen en vooral: samen eindigen. Het is geen joggen, maar rennen op z'n snelst. Afremmen kan niet, dan verlies je je balans.'

Hij vroeg begeleiding van een fysiotherapeut om blessures te voorkomen. Om de uitputtingsslag mogelijk te maken (langer dan een uur kan de voorstelling om die reden niet duren) volgt zijn groep een strikt protocol van twee uur opwarming, dito afkoeling, en een dieet van pasta en wit vlees (kip, kalkoen).

Elke beweging, elke draai, elke bocht ligt exact vast in een choreografie. Dubois liet zich voor Auguri (een Italiaanse geluksgroet in de geest van 'mazzeltof') inspireren door het oude Rome. In die tijd was een augur een hoge priester die aan de vlucht van vogels de wil van de goden kon aflezen. Welke formaties ze kozen, of ze in groepen vlogen of alleen, lawaai maakten of rustig waren, dat alles had een voorspellende waarde, dachten de Romeinen. Handelszaken, oorlogskwesties en geloofstwisten werden regelmatig beslist door dit vliegend orakel.

'Het mag een belachelijk idee lijken om de toekomst te voorspellen aan de hand van vogels, toch wilde ik onderzoeken of we de toekomst van onze mensheid, de grote vraag over waar het heen gaat, misschien kunnen aflezen aan dit soort patronen. Wie weet geven de cirkels, lussen en bochtjes ongemerkt een richting prijs. Vandaar dat ik de vliegpatronen van vogels heb gebruikt als basis voor de choreografie. En de snelheid moet zo hoog, zodat dansers op hun instinct gaan bewegen. Ze mogen niet meer nadenken.'

En, zegt hij: 'We zijn allemaal migranten. Als je mensenstromen van een afstand bekijkt, ook in de loop van de geschiedenis, krijg je ook dit soort patronen.' Een toeschouwer mag ook gewoon onder de indruk zijn van de waanzinnige controle over de figuraties op topsnelheid, op een zinderende soundscape van een componist die het hele repetitieproces heeft meegemaakt.

Auguri van Olivier Dubois door Ballet du Nord, 14 en 15/7, Stadsschouwburg Amsterdam.

Mon élue noire - Sacre #2 van Olivier Dubois door Germaine Acogny en Ballet du Nord, 7/7, Bijlmer Parktheater, Amsterdam.

Professioneel danser binnen één jaar

Dubois was gezet en al 23, maar kreeg het voor elkaar. Hoe word je in één jaar professioneel danser?

Fransman Olivier Dubois (1972, Colmar) was nooit van plan danser of choreograaf te worden. In het welgestelde milieu waar hij uit kwam, behoorden bisschop, legerofficier of diplomaat tot vanzelfsprekende carrièremogelijkheden.

Dubois ging buitenlandse talen, economie en rechten studeren en was goed op weg richting de diplomatie, toen hij zich, uit het niets, tegen zichzelf hoorde zeggen: 'Ik moet dansen.' Een tamelijk lachwekkende gedachte voor iemand van 23 jaar met een corpulent postuur; de meeste dansers beginnen twintig jaar eerder.

Zijn ouders ondersteunden hem financieel, mits hij naar zijn studies zou terugkeren als hij niet binnen een jaar een baan had als danser. Dubois nam vier danslessen per dag, verslond boeken, keek talloze video's. Hij verbaasde zijn leraren met zijn lenigheid.

Binnen zes maanden had hij een baan bij de beroemde Franse choreograaf Angelin Preljocaj. Later zou hij worden beïnvloed door theaterkunstenaar Jan Fabre. Hij danste bij Sasha Waltz en Cirque du Soleil. Inmiddels staat zijn werk op alle grote dansfestivals en leidt hij een eigen gezelschap.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden