Dubbel

Vaak beschrijf ik dat ík ergens ben geweest. Ik. Niet wíj. Dit in tegenstelling tot restaurant-recensent Johannes van Dam die zich steevast presenteerde in de pluralis majestatis. Of schaamde hij zich voor al dat eenzame getafel: 'Ik wou dat ik twee vriendjes was, dan kon ik samen eten'?


In het dagelijkse Oerolkrantje tijdens het gelijknamige festival dat onlangs Terschelling in zijn greep hield, werden die versregels van Godfried Bomans weer eens geciteerd. Jammer dat er, in plaats van 'Ik wou dat ik twee hondjes was, dan kon ik samen spelen,' stond 'dan konden wíj samen spelen.'


Ook ik leid de lezer om de tuin. Meestal word ik op mijn escapades begeleid door een van mijn beste vriendinnen. Ooit hoorde ik een verhaal over een klein meisje. Toen haar werd gevraagd naar haar liefste bezigheid, luidde haar bondige antwoord: 'Met me vriendin!' Zo is het maar net. Een goede vriendin is a joy forever. Zoals die van mij. Ik verkeer graag in haar gezelschap en zij in het mijne, al was het alleen maar vanwege onze gelijkgestemdheid. Bovendien is ze altijd in een stralend humeur, ook als we ons ergens 'onnoemelijk vervelen'. Nooit geeft ze me het gevoel dat ze mee gaat om mij een plezier te doen, nooit denkt ze ergens het hare van en nooit is ze het niet met me eens. Een vriendin heb je voor de consensus. Spreekt ze je tegen, heeft ze kritiek of kijkt ze verveeld de andere kant uit, dan kun je net zo goed met een man uitgaan.


Wij zijn van de zelfde leeftijd. Als wij niet oppassen doen wij, dynamisch duo, denken aan Patsy en Eddie uit de Britse sitcom Absolutely Fabulous. Weliswaar is zij lang en aantrekkelijk, maar niet zo rijzig en oversekst als Patsy. En ik ben niet zo'n hysterische hobbezak (en zo'n slechte moeder) als Eddie.


Toch is het uitkijken geblazen. In uitgaansland is iedereen jonger dan wij. Na de vijftig ruimschoots te zijn gepasseerd, valt het om de dooie dood niet mee je partijtje mee te blijven blazen. Welk partijtje eigenlijk? Want wat voor soort vrouw belichaam je (nog)? Zolang je geen Annie M. G. Schmidt, Simone Signoret of Angela Merkel heet, zul je het toch nog enigszins van je uiterlijk moeten hebben, maar in hoeverre is dat haalbaar? Hoe ben je 'jezelf' zonder panisch aan je vroegere verschijning te blijven hangen, hoe blijf je je eigen type trouw, maar dan in een herziene, in ieder geval aangepaste en waardige versie?


Vooral als tweetal springen mijn vriendin en ik extra in het oog, versterken wij elkaar. Niet op straat, in ons gewone kloffie; daar zijn oudere vrouwen nagenoeg onzichtbaar, maar 'op ons best' hebben wij meer bekijks dan ons lief is. Vooral van andere jongere vrouwen. Meer dan eens bespeur ik in hun ogen hoe wij erbij staan op die hoge hakken, in onze iets te chique kleren, met te veel make-up, te weinig haar. Snel wenden ze hun blik af uit angst voor identificatie, voor hun eigen voorland.


En wij, op onze beurt, zijn er als de kippen bij om die blikken voor te zijn: 'Ach, wil je even kijken? Er zit toch geen lippenstift op een van mijn voortanden? Geen kruimel in een mondhoek? Heeft die kutwind niet te veel voorhoofd prijsgegeven?'


Toch maar even voor alle zekerheid dat (vergroot)spiegeltje tevoorschijn gehaald. En, of de duvel er mee speelt, net als we de boel staan bij te werken, of iets te gulzig een glas of hapje naar onze lippen brengen, staat er een fotograaf voor onze snufferd. Het enige wat er dan op zit is lachen. Want gedeelde smart is halve smart, maar gedeeld plezier dubbel plezier. Met me vriendin.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden