‘Dubbeltje moet kwartje kunnen worden’

Ondernemer laat vmbo’ers kennismaken met allerlei beroepen...

Van onze verslaggever Robin Gerrits

Ergens begin 2006 was Corine Korrel het zat. Al die negativiteit over het vmbo. ‘Steeds als ergens iets vervelends gebeurde, vermeldden de kranten er expliciet bij: die en die vmbo’er had een bushokje vernield. Bij leerlingen van andere scholen stond dat er nooit bij. En ik geloof echt niet dat het daar niet voorkomt.’

In die periode viel sowieso de negatieve aandacht op voor de grootste vorm van voortgezet onderwijs (ongeveer 60 procent van de leerlingen tussen 12 en 16 jaar bezoekt een van de vier leerwegen: basisberoeps, kaderberoeps, gemengd of theoretisch). Het ene na het andere tv-programma bracht in beeld welke maatschappelijke problemen er allemaal op het vmbo samenkwamen. Korrel: ‘Werkgroepen werden ingericht om het vmbo een beter imago te geven, maar de negatieve toon was gezet. Mensen blijven die eraan verbinden.’

Aanvankelijk waren het vooral politici geweest. Toen in de eerste jaren na het officiële begin van het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs in 1999 de klachten over de grote nieuwe scholen opkwamen, waren die er als de kippen bij om gehakt te maken van het vmbo. Die leek het voormalige lbo niet te verheffen, zoals de bedoeling was, maar de mavo naar beneden te trekken. Aansluiting met de havo, voorheen een geliefde overstap voor laatbloeiers, werd een stuk moeilijker.

Bovendien had menig geweldsdelict juist op vmbo-scholen plaats, met als triest dieptepunt de moord op conrector Hans van Wieren op het Haagse Terra College, later deze maand vijf jaar geleden. Toenmalig VVD-fractievoorzitter Jozias van Aartsen pleitte ervoor het vmbo, die vergaarbak van problemen, maar weer op te heffen, en lts en mavo in ere te herstellen.

Hoewel twee van haar vier kinderen op het vmbo zitten of zaten, had Corine Korrel eigenlijk nooit een slecht beeld gehad van de schoolsoort. Haar initiatief iets te doen aan het negatieve imago van het vmbo ontsproot dan ook niet uit moederlijke zorgen maar uit bezorgdheid als ondernemer. ‘Ik zag een tekort van goed opgeleide vakmensen aankomen.’

Korrels tegenoffensief heet On Stage (www.onderwijsonstage.nl) en gaat zijn derde jaar in. Haar voornaamste doel is vmbo-leerlingen weer te laten dromen, hun een doel voor ogen te geven. Ze moeten weer in zichzelf gaan geloven, en niet denken dat ze het afvoerputje van de samenleving vormen. Korrel wil dit bereiken door de beroepsvoorlichting te verbeteren. Die is nu veel te algemeen en te ontmoedigend, vindt ze. ‘Leerlingen kiezen voor ‘zorg’ of voor ‘techniek’, maar dat zegt ze allemaal veel te weinig. ’

Bovendien zegt menig decaan: zet al die kinderen die advocaat of arts willen worden met beide benen op de grond. ‘Natuurlijk gaan al die vmbo’ers niet naar de universiteit. Maar vergis je niet hoeveel artsen of advocaten ooit op mavo of vmbo-t begonnen. Je kunt inhaken op hun droom bij een bepaald werkveld te horen. Een advocatenkantoor heeft ook een secretaresse en een receptioniste nodig.’

Saai beroep, denken velen. ‘Maar receptioniste op een politiebureau is iets heel anders dan op een administratiekantoor. Daar kom je pas achter als je met mensen uit de praktijk spreekt.’ Om die reden moeten ze met elkaar in contact komen, en dat regelt On Stage. Niet via een bedrijfsstand of een kraam met voorlichtingsfolders, nee, van mens tot mens, direct tegenover elkaar. Op 28 oktober opende onderwijsstaatssecretaris Van Bijsterveldt de tweede editie van On Stage in de aula van de TU in Delft, waarbij 1.200 vmbo-leerlingen persoonlijk contact maakten met 300 beroepsbeoefenaren, van loodgieter tot huisarts. Dit jaar volgen zeker Utrecht (op 1 april) en mogelijk Amsterdam-Noord en het Westland. Het ministerie van Onderwijs geeft de komende drie jaar een startsubsidie.

‘Al die vmbo-jongens die manager willen worden, zeggen dat omdat ze goed geld willen verdienen’, weet Korrel ook wel. ‘Maar daar hoef je heus geen bedrijfseconomie voor gestudeerd te hebben. Ze komen hier in contact met mensen die een florerend schoenmakersbedrijf hebben en er goed mee verdienen, de vrijheid van een eigen zaak kennen, en iets met hun handen doen. Die jongens moeten horen hoe dat er uitziet.’

Korrel sprak haar netwerk als ondernemer aan om On Stage vorm te geven. In de voorbereiding op de grote dag, krijgen docenten workshops aangeboden die hun het enthousiasme voor het eigen vak moeten teruggeven. Vertegenwoordigers van allerhande beroepen verzorgen gastlessen op de scholen, en de leerlingen krijgen een training om goed contact te kunnen maken. ‘Stel je voor: die pubers tegenover allemaal volwassenen met een functie.’

Op de dag zelf maakt iedere leerling op de ‘beursvloer’ contact met ten minste drie beroepsbeoefenaars, deelt zelfgemaakte visitekaartjes uit en maakt een afspraak voor een bezoek aan de werkvloer. ‘Op zich kan het concept ook voor havisten en vwo’ers nut hebben, want wat weten die nou helemaal van de beroepspraktijk?’

Wat de effecten zijn van haar aanpak weet ze niet, daarvoor bestaat het nog te kort. Maar hoe dan ook brengt het meer wederzijds inzicht tot stand bij leerlingen en bedrijven over wat ze elkaar te bieden hebben. Vooroordelen bij bedrijven tegen vmbo’ers worden afgebroken, en leerlingen zien hun zelfbeeld groeien. ‘Na afloop spreek ik alleen maar enthousiaste mensen. Iedereen die er op de een of andere manier aan meedoet, wordt er positief door geraakt.’

Korrel zegt niet dat alles koek en ei is op het vmbo. ‘Er zitten wat te veel ingrediënten in de hutspot, er zijn wel heel veel leerlingengroepen bij elkaar in één school gegooid. En een aantal grotestadsproblemen wordt juist zichtbaar op het vmbo.’ Ook zij moest even slikken toen ze voor het eerst op een vmbo met de lagere leerwegen kwam. ‘Hoop gedoe voor de deur, beweeglijke en luidruchtige kinderen. Er werd bijna geen Nederlands gesproken. Maar onbekend maakt onbemind. Als je dieper op die stoere jongens ingaat, willen ze gewoon gewaardeerd worden.’

‘Een docent zei me eens: waar maak je je toch zo druk om? Het zijn allemaal dubbeltjes hier, dat worden heus geen kwartjes. Ik ben huilend de school uitgelopen, zó kwaad was ik. Je moet ze laten merken dat iemand met een goedlopend schoenreparatiebedrijf een kwartje is. En iemand die er tien jaar over doet voor hij bij het hbo uitkomt ook. Wij als grote mensen moeten ervoor zorgen dat zij die kwartjes kunnen worden, onder het motto: alles mag je worden, behalve ongelukkig. Beloofd?’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden