Dubbelspel

De gedachte dat bij het WK voetballers uitkomen voor het land waar ze zijn geboren, is achterhaald. Onderzoek van de Volkskrant wijst uit dat maar liefst eenderde van de 736 geselecteerde voetballers dit WK een dubbele nationaliteit heeft.

Meer dan eenderde van de voetballers die in actie komt tijdens het WK had ook voor een ander land kunnen spelen in Brazilië. Het mondiale toernooi is allang geen evenement meer waar spelers hun identiteit alleen ontlenen aan de kleur van het shirt dat ze dragen.


Dat blijkt uit onderzoek van de Volkskrant. Van de 736 geselecteerde voetballers beschikt meer dan 33 procent over een dubbele nationaliteit. De keuzes zijn vaak legio. Sommigen konden zelfs uit vijf verschillende nationaliteiten kiezen.


Aan het WK doen 32 landen mee, maar in totaal zijn ruim zeventig landen op de een of andere manier vertegenwoordigd in Brazilië.


Alleen de selecties van Ecuador en Zuid-Korea tellen geen spelers met een dubbele nationaliteit. De Verenigde Staten en Zwitserland spannen de kroon. Beide landen hebben vijftien spelers in hun WK-selecties die voor meerdere landen konden uitkomen.


Het Nederlands elftal heeft al decennialang een Surinaamse tint, maar herbergt nog veel meer culturen. In de selectie van Louis van Gaal zijn negen spelers met een dubbele nationaliteit. Zij vertegenwoordigen, inclusief Nederland, tien nationaliteiten. Bruno Martins Indi is een kind van immigranten uit Guinee-Bissau en werd geboren in Portugal. De vader van Memphis Depay is Ghanees. Jonathan de Guzman kwam ter wereld in Canada, als zoon van een Filipijnse vader en een Jamaicaanse moeder.


Frankrijk blijkt het belangrijkste exportland van voetballers. Vooral in de selecties van Algerije en Kameroen hebben veel spelers ook een Frans paspoort. Spanje is daarentegen in de meeste selecties vertegenwoordigd.


Het WK voetbal is het grootste landentoernooi ter wereld. Meer dan op welk evenement ook voelen mensen zich verbonden met een nationale ploeg. Ze uiten dat ook uitbundig. Supporters reizen hun team achterna, versieren hun straat, kijken met z'n allen op grote schermen naar de wedstrijd: aan het nationale voetbalelftal ontlenen mensen hun identiteit.


Maar wat betekent die identiteit nog? Voor wie juichen de supporters?


Van Diego Costa, een van de verwachte sterren van dit WK, was tot eind oktober onbekend voor welk land hij zou spelen: Brazilië of Spanje? Costa is geboren en getogen in het noordoosten van Brazilië, maar hij streek na omzwervingen in Europa in 2007 neer in Spanje. Vanwege zijn jarenlange verblijf in het land verkreeg hij in de zomer van 2013 het Spaanse paspoort.


In maart vorig jaar speelde Costa twee oefeninterlands voor Brazilië. Zeven maanden later maakte de spits bekend niet voor Brazilië maar voor de huidige wereldkampioen Spanje uit te komen op het WK in zijn geboorteland.


De spits van Atlético Madrid is het prototype van de profvoetballer anno 2014. Die voelt zich niet langer geremd door grenzen op de landkaart. Hij kiest wat zijn hart hem ingeeft, en vooral: hij doet wat het beste lijkt voor zijn carrière.


Niet voor niets suggereerde de Braziliaanse bondscoach Luiz Felipe Scolari dat Diego Costa's keuze voor Spanje ook zijn club goed uitkwam: op die manier kon Atlético Madrid een extra buitenlander aantrekken, want dat aantal is aan regels gebonden.


Pragmatisme geeft, kortom, meer en meer de doorslag.


De Volkskrant identificeerde vier manieren waarop spelers meerdere nationaliteiten bezitten, naast de nationaliteit van het land waarvoor ze uitkomen op het WK: a) geboren op grondgebied van een ander land; b) zijn biologische moeder of vader is geboren in een ander land; c) zijn opa of oma is geboren in een ander land; d) op grond van een bepaalde verblijfsduur in een ander land.


Het aantal spelers met dubbele nationaliteiten bij het WK in Brazilië is iets hoger dan bij het vorige toernooi in Zuid-Afrika, vier jaar geleden. Toen beschikten 245 van de 736 spelers over meerdere paspoorten: ongeveer 33 procent. In 2010 vertegenwoordigden ze in Zuid-Afrika 72 landen. In 2014 ligt dat aantal iets hoger.


Tegelijkertijd levert de hoeveelheid landen waaruit spelers kunnen kiezen meer teleurstellingen op in landen die zij de rug toekeren. Brazilië smachtte dit WK naar een echte spits en bondscoach Scolari durfde al te rekenen op een jawoord van Costa na die twee oefenduels, ruim een jaar geleden. Een droom was uitgekomen, zei de voetballer na zijn debuut in het kanariegeel van de Brazilianen. Nu wil Costa wereldkampioen worden met Spanje.


Daarmee maakte hij het er niet gemakkelijk op voor zichzelf. Scolari verweet Costa ondankbaar te zijn, omdat hij 'zijn neus ophaalde voor wat de droom van miljoenen Brazilianen is'.


Dit alles speelde zich af in een land waar zoveel kleuren en culturen geruisloos door elkaar leven en waarvan de president, Dilma Rousseff, de dochter van een Bulgaarse immigrant is. Een natie die het voetbal pas leerde ontdekken nadat Charles Miller in 1894 vanuit Engeland was teruggekeerd met een bal in zijn hand en de spelregels in zijn hoofd. Hij was een Braziliaan met Schotse wortels.


Bovendien staat Diego Costa er niet alleen voor. De gedachte dat voetballers uitkomen voor het land waar ze zijn geboren, is achterhaald. Ouderwets misschien wel.


Het Braziliaanse elftal trapt het WK af tegen twee landgenoten: de tot Kroaten genaturaliseerde Brazilianen Eduardo en Sammir. Duitsland - Ghana, op 21 juni, is óók de clash tussen de Berlijnse broers Jérôme (Duitsland) en Kevin-Prince Boateng (Ghana). En de VS zouden tegen Duitsland kunnen aantreden met vier internationals die in dat land geboren zijn.


Cultureel antropoloog Sinan Çankaya begrijpt de discussie over Diego Costa niet. 'Op wat voor grond zou hij niet voor Spanje mogen kiezen? Moet hij er eerst vijftien jaar hebben gewoond? Dat is een verouderde blik op de ontwikkelingen in de wereld. De illusie van een voorheen 'pure' natiestaat voert daarbij de boventoon.'


Volgens Simon Kuper, schrijver met de blik van een antropoloog, is het grote aantal dubbele nationaliteiten onder voetballers toe te schrijven aan de globalisering op allerlei gebieden. 'En het voetbal is meer geglobaliseerd dan andere sectoren, terwijl het WK weer meer geglobaliseerd is dan andere voetbalcompetities.'


Zo had driekwart van de Algerijnse WK-selectie zijn wieg staan in Frankrijk. Dankzij hun Algerijnse ouders kunnen spelers in Brazilië uitkomen voor de voormalige kolonie van Frankrijk.


Dit had het Noord-Afrikaanse land in 2009 al voorzien. Uitgerekend na een voorstel van de Algerijnse voetbalbond versoepelde de FIFA toen de regels rond het wisselen van voetbalnationaliteit. 'Het is een kwestie van persoonlijke vrijheid', zei Mohammed Raouraoua, voorzitter van de Algerijnse bond. 'Het is bovendien goed voor het niveau van het internationale voetbal, dat zal stijgen. De kwaliteit van de internationale competitie zal toenemen.'


Dankzij de steun van andere Afrikaanse landen, die net als Algerije een grote vijver vol 'Europese' jeugdinternationals voor zich zagen, werd het voorstel op het FIFA-congres aangenomen. Sindsdien doet het er niet meer toe hoeveel jeugdwedstrijden en oefenduels iemand voor zijn land heeft gespeeld. Een voetballer legt zijn nationaliteit tegenwoordig vast met zijn eerste officiële wedstrijd, bijvoorbeeld tijdens het WK (zie kader FIFA-regels). Ook geldt: wie eenmaal zijn verandering van voetbalnationaliteit bij de FIFA heeft bepleit, kan nooit meer voor zijn oude land uitkomen.


Volgens cijfers van de FIFA wisselden 174 voetballers sinds 2007 van nationaliteit. De Franse voetbalnationaliteit werd het vaakst ingeruild, niet toevallig voor de Algerijnse en de Senegalese. Zo'n veertig spelers kwamen tijdens (jeugd-)interlands uit voor een ander land dan waarmee ze nu naar het WK gaan.


Het patriottische wedijveren tussen landen op het WK is vervangen door een kosmopolitisch festival, zegt Kuper. 'Dat zie je terug op het veld. De 22 spelers binnen de lijnen hebben vaak meer met elkaar gemeen dan met de mensen thuis. De spelers voelen zich kosmopoliet en voor hen is het WK veel minder een landenstrijd geworden en veel meer een feestje.'


Çankaya onderschrijft de woorden van Kuper: 'Voetballers zijn de ultieme wereldburgers'.


De trend is niet vandaag ingezet. Alfredo Di Stefano kwam halverwege de vorige eeuw uit voor zijn geboorteland Argentinië, maar diende ook Colombia en Spanje. Ferenc Puskas, in 1954 bijna wereldkampioen met Hongarije, droeg later ook het shirt van de Spaanse ploeg - een direct gevolg van de verstoorde band met zijn vaderland en zijn clubverband bij Real Madrid.


Topscorer Eusébio schoot Portugal naar de derde plaats bij het WK van 1966. Nooit meer zou de kolonisator van zijn moederland Mozambique zo ver komen op een wereldkampioenschap. De wortels van de Franse kampioensploeg van 1998 reikten tot in Algerije, Ghana, Guadeloupe, Polen en Armenië.


De Eusébio's en Di Stefano's van nu zijn meestal nog kinderen als het beloofde land naar hun hand dingt, omdat clubs liever nog betaalbare jeugdspelers scouten.


De Amerikaanse bondscoach Jürgen Klinsmann sprak drie jaar geleden van een 'internationale jacht' op spelers met meerdere nationaliteiten. En de Duitser zei meteen dat hij er net zo hard aan meedeed, door op talentvolle landgenoten met een Amerikaans paspoort in te praten. Zijn voorspelling dat het de komende jaren alleen maar erger zou worden met die jacht, is uitgekomen.


Maar liefst zes bondscoaches dongen naar de gunsten van Adnan Januzaj, toen het 19-jarige talent van Manchester United door zijn bijzondere levensloop bleek te beschikken over wortels in België, Albanië, Turkije, Kosovo en Servië. Daarnaast gooide de Engelse bondscoach Roy Hodgson nog een hengel uit naar Januzaj: de speler woont sinds 2011 in Engeland en Hodgson zou hem op basis van verblijfsduur in het land in 2016 mogen oproepen voor zijn team.


Januzaj koos voor het land waar hij is geboren: België. Hij is een smeltkroes in zijn eentje, in een WK-ploeg met voorts halve Marokkanen, halve Congolezen en de halve Fransman Axel Witsel.


De stambomen van de beste spelers worden zonder enige schaamte uitgekamd. Ook door de spelers zelf, om de carrière een duw in de goede richting te geven. Zuid-Amerikaanse voetballers gaan met hun zaakwaarnemers massaal na of ze via hun Italiaanse voorouders - of zelfs via hun vrouw - voor een Italiaans paspoort in aanmerking komen. Dat is, vanwege de soepele regelgeving in Italië voor het uitdelen van paspoorten aan geëmigreerde nazaten, sneller verkregen dan in andere West-Europese landen. En heel gewild bovendien. Met een EU-paspoort op zak stijgt de marktwaarde van een voetballer.


Bijna honderd spelers nemen op het WK een aparte statistiek voor hun rekening: zij komen bij het WK uit voor een ander land dan het land waarin ze geboren zijn. Dat is niet zo vreemd, meent cultureel antropoloog Çankaya. 'Per definitie laten kosmopolieten, wat de meeste voetballers zijn, zich niet makkelijk opslokken door de natiestaat', zegt hij.


Wie kan dan de lokroep weerstaan als zijn nieuwe thuisland aan hem begint te trekken? Lionel Messi wel. De Argentijn groeide grotendeels op bij Barcelona in Spanje, maar was resoluut toen de Spaanse voetbalbond hem probeerde over te halen om voor de nationale ploeg te kiezen. 'Nee, dank je', zei hij droog tegen de bondscoach van Spanje onder 16, die hem uitnodigde voor een interland. Zijn hart ligt in Argentinië.


Sommige spelers worden heen en weer geslingerd tussen twee culturen. 'Europa is mijn werkplek, Amerika mijn thuis', vertelde Giuseppe Rossi eens. Hij is in heel zijn doen en laten Italiaans, maar praat Engels met een Amerikaans accent: een aandenken aan zijn jeugd in de Amerikaanse staat New Jersey, waar hij opgroeide als kind van Italiaanse immigranten. Hun spoor volgde hij terug als voetballer. Toch staat de aanvaller van Fiorentina nog vaak 's nachts op om de verrichtingen van zijn favoriete basketbalclub, de New York Knicks, te kunnen zien.


De tuttifrutti aan paspoorten die voetballers met zich meedragen zal alleen maar een verdere vlucht nemen in de toekomst, voorspelt Çankaya. Hij ziet de trend bij Europese topclubs, die talentvolle voetballers op steeds jongere leeftijd uit alle hoeken van de wereld naar hun jeugdopleidingen halen, als katalysator van die ontwikkeling.


Çankaya: 'Die jongens groeien op in West-Europa, zijn vaak geboren op een andere continent en leven tijdens hun carrière in misschien wel drie verschillende landen. Met welk land moeten zij zich dan straks verbonden voelen?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden