Dubbelrol

Toen de Vlaamse acteur Oscar Van Rompay naar Kenia vertrok, dacht hij dat hij zich binnen een half jaar Keniaan zou voelen. Dat bleek een illusie. Daarover gaat zijn solovoorstelling 'Africa'.

Op het toneel staat een zwarte, naakte man te dansen in reggaetonstijl. Schudt met zijn heupen, met zijn schouders, met zijn dikke kont. Het is eigenlijk een zwartgeverfde Oscar Van Rompay met een dikkekontenbroekje aan, maar dat vergeet je na vijf minuten. Met zijn lange, atletische lichaam, de dramatische gebaren, het 'hakuna matata, that means no worries' in die typische Afrikaans-Engelse tongval. De zaal giechelt. Hij lijkt zo écht.


Maar later in de voorstelling, als Van Rompay zich voor de ogen van het publiek heeft schoongedoucht en zijn blankejongenskleren weer aan heeft, zegt hij: 'Op een dag zie ik mezelf op een feestje. Ik dans de ziel uit mijn lijf. Ik zie mezelf in een spiegel. Ik zie een blanke.'


Een wereld die zo anders is dat ze je op je grondvesten doet schudden, dat zocht de Vlaamse acteur Van Rompay (29) twaalf jaar geleden toen hij naar Kenia vertrok. In 2001 belandde hij via een uitwisselingsorganisatie in het dorpje Migori, 20 kilometer van de Tanzaniaanse grens. De eerste jaren werkte hij er geregeld als leraar op een schooltje, zes jaar later kocht hij grond. Hij heeft er een bomenplantage opgezet, met werknemers in vaste dienst. 'Het leek me de beste manier om bij te dragen aan het land. Door de bewoners in te huren.'


Sindsdien is hij drie maanden per jaar in Kenia voor zijn onderneming. De rest van het jaar is hij gelauwerd acteur bij theatergezelschap NTGent. Peter Verhelst schreef voor hem de indringende voorstelling Africa, een monoloog, waarmee hij vanaf dinsdag door Nederland toert. In de voorstelling vertelt hij over zijn Afrikaanse ervaringen, zijn exotische droom en zijn desillusie. Het gaat over het universele verlangen op te gaan in het Andere, en de frustratie als dat niet lukt.


'Soms komt dat gevoel opeens', zegt Van Rompay. 'Dan staat de zon heel mooi en komt er in de verte een regenbui aan. Ik trek mijn laarzen aan en loop rond op mijn eigen plantage. Dan denk ik: ik ben er.'


'Fase één', noemt hij dat. De acteur eet een tosti in een Gents koffietentje. Het is de middag na de première. Nog een tikje brak na het feest van gisteren, 'ook al had ik maar twee pintjes op'. Maar hij praat makkelijk en veel, over zijn twee werelden. Hier wordt hij herkend, in zijn thuisland. De bediening maakt voor 'die goede acteur' gewoon een tafel vrij in het overvolle cafeetje. Als regisseur Johan Simons binnenloopt voor een afspraak, krijgt hij een broederlijke omhelzing.


Fase één, beschrijft hij in zijn monoloog, is de bedwelming. Adembenemende natuur, mystieke ervaringen, maar ook het lachen met de bevolking. Al vrij snel na aankomst in Migori leert Van Rompay net zo praten en bewegen als de Kenianen. Hij spreekt niet geweldig Swahili, maar wel het Afrikaans Engels ('in Europa spreek ik heel anders Engels'). 'De eerste week leerde ik enorm veel over het land. De tweede week nog veel meer - ik maakte enorme sprongen', herinnert hij zich. Hij dacht ook: over een half jaar ben ik bijna-Keniaan!


De verworvenheden zijn zichtbaar in het eerste deel van de voorstelling, als Van Rompay tot zwart typetje is getransformeerd. 'Kenianen hebben gevoel voor dramatiek, dat vind ik mooi. Als ik ze minder uitgesproken zou imiteren op het podium, lijk ik meer een blanke die een zwarte nadoet. Het moest met overgave. Daardoor is het liefdevol.'


Dagenlang sprak Van Rompay met schrijver Peter Verhelst over zijn Afrikaanse leven. Hij maakte lange geluidsopnamen tijdens zijn verblijf, die in de voorstelling worden gebruikt. Verhelst verwerkte het materiaal tot een monoloog van ruim anderhalf uur. Hierin vervlecht hij Van Rompays verhalen - ingekookt tot veelzeggende anekdotes - met een voice-over over het mythische Afrika, het continent waarop het Westen al eeuwenlang zijn verlangens en angsten projecteert. Daarom noemde hij het Africa, met een c: het symboliseert het verhaal dat wij van Afrika maken.


Maar het exotische sprookje blijkt weerbarstig. 'Ik ben naar een land vertrokken vol adembenemende natuur en ben terechtgekomen in een land dat te snel groeit. Te onethisch, te destructief en te oncontroleerbaar is', zegt de toneelspeler in de voorstelling.


Hoe langer hij in het land verblijft, hoe kleiner en moeizamer de stappen vooruitgaan. Hoe meer hij zich realiseert dat het laatste stukje waarschijnlijk onoverbrugbaar is. 'Op het moment dat ik dat besefte, werd ik weer helemaal teruggeslagen naar het begin. Toen was de afstand tussen mij en Kenia een gapend gat.' Dat was fase twee.


Eenzaamheid en verveling bevangen hem. De mensen troggelen hem geld af, zien hem als een wandelende portemonnee. ''Hakuna matata', zeggen ze, als ze me veel te veel willen laten betalen, 'geen zorgen'. Ik word daar zo ziek van hè. Rot op gewoon. 'Kuna!', zeg ik dan; 'er zijn heel veel zorgen in Kenia.'' Omdat hij het meeste geld heeft, wordt er van hem verwacht dat hij iedereen helpt. Vanuit het Westen lijkt het een mooi ideaal, dat de mensen daar voor elkaar zorgen, maar Van Rompay leert het kennen als 'gewoon een systeem van sociale zekerheid, waar we niet romantisch over moeten doen'.


Op een dag ontdekt hij dat zijn zakenpartner en beste vriend hem voor veel geld heeft belazerd. 'Ik werd bang', vertelt hij. 'Wie kan ik nog vertrouwen als zelfs mijn beste vriend mij kan verraden?' Hij verstopt zijn papieren, zoekt een andere slaapplek, heft zijn bankrekening op.


Na een paar dagen van 'crisismanagement' besluit hij zijn ellende te vergeten in een bar. Maar als hij wil betalen, blijkt zo'n beetje de halve bar de drank op zijn rekening te hebben gezet. Van Rompay wordt woest, schopt een scène. 'Die avond was dus ook al mislukt', zegt hij. 'Dan maar naar huis, met de taxi. Maar toen ik op mijn bestemming aankwam, vroeg de chauffeur mij veel te veel geld.' Het knapt in het hoofd van Van Rompay. Hij slingert het tienvoudige naar de bestuurder, vijfduizend shilling. En terwijl Van Rompay wegbeent, raapt de chauffeur de briefjes een voor een op - het beeld komt terug in de voorstelling.


'Ik had hem het liefst voor stupid monkey uitgemaakt, maar ik deed het niet. We stonden in een donker steegje, er kon van alles gebeuren. Voor de chauffeur was ik vanaf dat moment ongevaarlijk. Wie zijn controle verliest, is voor een Keniaan de verliezer. Daarom raapt hij het geld gewoon op. Het maakte mij des te woester.'


Na zijn eerste jaar, waarin hij als jonge leraar heeft gewerkt, reist Van Rompay verwachtingsvol terug naar België. Thuis was het leven vertrouwd. 'Maar ik werd onzeker. Ik bloosde opeens vaak, terwijl ik dat als kind nooit had gedaan.' Een jaar lang had hij zijn huidskleur als wapen gehad. 'Eigenlijk bleek het best comfortabel om een vreemde te zijn. In Kenia werd mij veel vergeven, omdat ik nog niet wist hoe het werkte. In de twaalf jaar dat ik er nu kom, ben ik slechts één keer uitgescholden. Iemand riep vanuit het niets: You stupid white fuck. Toen was mijn avond wel gedaan.'


In België was hij een gewone inwoner. 'Dat was heel verwarrend.' Hij twijfelt twee jaar of hij terug zal gaan. Of hij land zal kopen. Hij besluit in België te blijven. 'Maar wat heb ik dan nog, dacht ik al gauw. Kenia was een deel van mijn identiteit geworden.'


In de toneeltekst van Verhelst zegt hij het uitdagend: 'Mijn leven in Kenia maakt mij begeerlijker.'


Uiteindelijk kocht hij land op precies dezelfde plek als waar hij al jaren kwam. Niet op die droomlocatie die hij ook vond in Kenia, op een heuvel boven een natuurreservaat, bij dat prachtige meer, waar giraffen grazen en de zonsopgang zo perfect is.


'Op een bepaald moment wordt ook dát weer een gewone plek. Ik koos daarom voor het gewone dorp waar ik in 2001 terecht ben gekomen, mijn Afrikaanse 'geboortedorp'. Die keuze voelde als een aanvaarding. Ik ging niet meer op zoek naar mijn exotische droom. En daardoor werd Migori juist heel waardevol voor mij.'


In Africa haalt Van Rompay hard uit naar het continent. 'Maar ondanks alles is het toch een liefdesverklaring. De agressie komt voort uit de frustratie niet met de ander te kunnen samenvallen.'


Het discours over Afrika is besmet, sinds boeken en films aan de kaak hebben gesteld hoe het Westen zich een clichébeeld vormt van het continent en zich verliest in exotisme. Van Rompay: 'We doen er lacherig over, over die mensen die verliefd worden op Afrika en opeens sandalen gaan dragen. Maar die romantiek vangt me ook nog af en toe, dat is onvermijdelijk. Het verlangen ernaar is wel waarachtig.'


Naast alle tristesse is er ook het geluk. 'In een golfplatenbarak de Champions League kijken met een groep vrienden. Urenlang in het gras kunnen liggen en voor me uit kijken. Dat iemand dolblij is je te zien, als je langsrijdt. 'Oscar! Oscar! Oscar!' roept en een dansje maakt.' Ook zijn plantage geeft hem veel voldoening. 'Je wilt een omheining en hup, daar komt de omheining. Je kunt hier heel snel dingen regelen.'


'Ik ben twee Oscars', zegt Van Rompay in de voorstelling. In Kenia is hij de boer, de baas van het bedrijf. Thuis is hij de acteur, de Belg. Zo heeft dat lang gevoeld, dat hij twee rollen speelt. 'Maar nu, na twaalf jaar, ben ik denk ik meer Belg in Kenia. Ben ik weer één Oscar.'


Het is de derde fase in zijn Afrikaverhaal. 'Ik hoef nu niet meer samen te vallen met het land - ik kan aanvaarden dat ik anders ben.'


Dat kan hij eigenlijk pas zeggen na het maken van de voorstelling, zegt hij. 'De gesprekken met Verhelst hebben veel aan de oppervlakte gebracht.' En hij lacht: 'Ik ga van nu af aan anders om met taxichauffeurs.'


IN DE BAN VAN AFRIKA


Tot 12 februari staat de Stadsschouwburg van Amsterdam in het teken van Afrika. Er zijn vier Vlaamse voorstellingen over Afrika te zien, waaronder de twee Afrikastukken van David Van Reybrouck, de auteur van Congo: Missie en Die siel van die mier.


Ook is de toneelversie van Heart of Darkness van Joseph Conrad te zien. Na alle voorstellingen vindt een nagesprek plaats. Hierin wordt de voorstelling vanuit een actuele context belicht. Van Rompay sluit de themaweek op 12 februari af.


Vanaf 13 februari gaat In Ongenade in reprise, de toneelversie van


Coetzee's gelijknamige roman over Zuid-Afrika, met Gijs Scholten van Aschat in de hoofdrol.


Africa, de monoloog van Peter Verhelst, zal na Amsterdam doorreizen naar de Rotterdam (20/2, Schouwburg), Den Haag (14 /3, Theater aan het Spui) en Haarlem (10/4, Toneelschuur). In Den Haag is er een nabeschouwing met filosoof Tom Dommisse, over exotisme en engagement.


Extra: CV Oscar Van Rompay

1983 Geboren in Leuven


2001 Vertrekt voor het eerst naar Migori, als leraar


2006-heden Speelt in producties van NTGent, waaronder Frans Woyzeck (2010)


2007 Zet een bomenplantage op in Migori


2010 Hoofdrol in de film Win/Win van Jaap van Heusden. Wint de Certificate of Outstanding Achievement voor de rol op het Brooklyn International Film Festival


Oscar Van Rompay woont in Antwerpen.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden