Dubbelloops

In Eye Filminstituut is nu The Quay Brothers' Universum te zien, de bizarre wereld van animatiekunstenaars en tweeling: Timothy en Stephen.

Bij de opoefietsen naar boven. Zo luidde de poëtische slotzin van de routebeschrijving die de Quay Brothers hadden opgegeven. En inderdaad, daar staan ze, twee zwarte werkpaarden, schuin op de trap naar het atelier in de Zuid-Londense wijk Southwark.


Daar maken Timothy en Stephen Quay (Philadelphia, 1947) al meer dan dertig jaar hun animaties, films, illustraties, operadecors, videoclips en reclamefilms. Timothy doet de deur open. Hij draagt een Duits keukenschort om zijn slanke middel. Het halflange haar en jeugdige gezicht maken hem jonger dan de 66 jaren die hij telt. Hij lacht en wijst op de tweewielers. 'Eind jaren zeventig meegenomen uit Holland en nog steeds in prima staat. Goede kwaliteit. Kom binnen. Het is koud.'


Het halfverlichte atelier houdt het midden tussen een antiquariaat, een rariteitenkabinet en de grot van Aladdin. Op een keukentafeltje gaan een foto van Franz Kafka en een beeldje van een engel schuil achter een stilleven van knoflook en uien. Her en der staan voorwerpen die liefhebbers van deze avant-gardisten zouden herkennen uit hun films, zoals zelfgemaakte poppen. Achter elk object gaat een verhaal schuil. Neem de uitgedroogde lauwerkrans die aan een zuil hangt. 'Hebben we meegenomen van een bezoek aan de Zwitserse kliniek waar de schrijver Robert Walser was opgenomen', vertelt Stephen. 'In de handbagage', vult Timothy lachend aan.


Zo zou het een uur lang gaan. Een van de twee begint met een verhaal en de ander vult aan. Op een natuurlijke wijze, niet gespeeld zoals bij de kunstbroeders Gilbert & George. Vrijwel alles is identiek aan de eeneiïge tweeling: van hun uiterlijk, het zachte, wat hese stemgeluid tot hun smaak. Stephen: 'Bij Buñuelfilms grinniken we over dezelfde fragmenten en als je ons afzonderlijk naar een museum stuurt, komen we gegarandeerd met dezelfde aantekeningen terug. De manier waarop we naar ons werk kijken, is stereoscopisch.' Timothy: 'Vroeger hebben ze wel geprobeerd ons uit elkaar te halen. Hopeloos experiment. We zijn onafscheidelijk en gelukkig in onze toverachtige knutselruimte.'


Het raadselachtige en stemmige oeuvre van de Quay Brothers is eerder invloedrijk dan bekend. In kunstenaarskringen oogsten ze al jaren lof. Zo is The Street of Crocodiles (1986), een verfilming van een verhaal van de Poolse schrijver Bruno Schulz, door Monty Pythons Terry Gilliam bestempeld als een van de beste animatiefilms ooit. Het bekendste werk is wellicht hun videoclip voor Peter Gabriels Sledgehammer, die ze samen met de bedenkers van Wallace & Gromit hebben gemaakt. 'Die opdracht kwam een dag na de première van Crocodiles', zegt Stephen. 'Dat is ook wat, zeiden we, is het maken van een popvideo de beloning van alle noeste arbeid? Maar het was een onvergetelijke ervaring.' Timothy: 'Peter was zo lief.'


Van oudsher hebben de Quays een voorliefde voor de Midden- en Oost-Europese cultuur van de afgelopen eeuw. Die interesse dateert uit de dagen aan de kunstacademie van hun geboortestad, Philadelphia. 'Op een dag stuitten we op een Poolse filmposter en we werden meteen gegrepen door het hoge conceptuele en artistieke niveau, door het surreële karakter. Het was tien keer zo krachtig als de filmposters die we gewend waren. In het Westen was het surrealisme vrijwel dood, maar daar leefde het, vooral in de vorm van sprookjesachtige animatiefilms. De autoriteiten namen deze vorm van kunst niet serieus. Het was een prima dekmantel.' Ze besloten te gaan studeren in Londen, vanwaar ze regelmatig achter het IJzeren Gordijn verdwenen.


Bovendien bestond in de Britse hoofdstad wat meer waardering voor films die geen duidelijk, rechtlijnig verhaal vertellen. Dat merkten de Quays toen ze na hun studietijd in contact kwamen met Keith Griffiths die als filmproducer werkte bij de toen nog kunstminnende zender Channel 4. Bij hem dienden ze een voorstel in voor een zwart-wit-animatiefilm. In afwachting van goedkeuring vertrokken ze voor een half jaar naar Nederland, waar ze in opdracht van uitgeverij Meulenhoff omslagen gingen ontwerpen voor boeken van Louis-Ferdinand Céline. 'Fascinerende man', zegt Stephen. 'Aan de ene kant een huisarts die gelukkig samenleefde met zijn vrouw, een danseres, en hun kat Bébert. Tegelijkertijd een woesteling die alles en iedereen haatte.'


Terug in Londen bleek de animatiefilm te zijn goedgekeurd, het begin van een jarenlange samenwerking met Griffiths. In de Koninck Studio's ontstond zo een universum, een wereld waar ze het liefst alles zelf doen, van het maken van poppen tot het bedienen van de camera. Het kloppende hart vormen de kijkdozen, de ministudio's waar hun personages zich omringd weten door 'dode voorwerpen', van lepels tot schroeven, die een eigen leven leiden. 'Ons werk is een ontdekkingstocht. We zijn niet geïnteresseerd in de platgetreden paden, de zoveelste Shakespeare. Onze aandacht gaat uit naar wat er in de schaduw bestaat, naar de voetnoten, naar het valluik. Het schemergebied tussen slapen en wakker zijn, tussen leven en dood, dat boeit ons.'


Animaties zijn ideaal om dit universum uit te beelden, maar het terrein van de Quays is door de jaren breder geworden. Een bewijs daarvan is Through the Weeping Glass: on the Consolations of Life Everlasting (Limbos & afterbreezes in the Mütter Museum). In deze documentaire tonen ze pathologische curiositeiten in de College of Physicians of Philadelphia. Achter de misvormde lichamen zien ze individuen. Stephen: 'Het is een eerbetoon aan die mensen die eenzaam gestorven zijn, vergeten door de samenleving.' Timothy: 'En nu staan ze daar. Uitgeput.' Het museumbezoek had ook iets bevreemdends, herinnert Stephen zich: 'Er liepen goths rond die het leken te ervaren als een freakshow, een dagje uit. Wat ze zagen, leek niet tot hen door te dringen.'


Bij deze schimmenwereld van de Quays past ook een belangstelling voor de kunst en het lot van psychiatrische patiënten. Een voorbeeld daarvan is In Absentia, een korte film over een vrouw die vanuit een inrichting brieven schrijft aan haar man. Met zorg slijpt ze haar potloodpunten, maar door de druk tijdens het schrijven, breken telkens de punten, die ze vervolgens netjes neerlegt in het kozijn. 'Ze schreef telkens dezelfde zin. 'Lieve schat. Kom. Neem me mee naar huis.' Ze bereikte hem nooit. De kosmische muziek van Karlheinz Stockhausen maakten van haar woorden een roep naar het hiernamaals. Deze film maakte veel bij hem los. Zijn moeder was door de nazi's in een gesticht gestopt. Daar is ze ook gestorven. Dat wisten we niet.'


In Absentia bracht de broers indertijd ook in contact met Louis Andriessen, die bij een vertoning in de Londense Barbican aanwezig was. 'Hij opperde om met ons aan een opera te werken. Dat zou geweldig zijn.' Met opera is een andere liefde van de Quays genoemd. Lyrisch spreken ze over de manier waarop Prokofjev zijn 'majestueuze hysterie' op muziek heeft gezet in De vuurengel. Met plezier kijken ze terug op hun samenwerking met Richard Jones, halverwege jaren negentig, bij Tsjaikovski's Mazeppa in de Stopera. Het brengt Timothy op zijn droom van afgelopen nacht. 'Richard kwam daarin met het idee om Götterdämmerung met ons te doen. Stephen en ik keken elkaar aan en dachten hetzelfde. Wagner! Uit alle componisten.'


Na een uur moet Stephen met zijn twee kinderen de deur uit. Timothy zet nog een oploskoffie. Hij spreekt over het bezoek dat Dostojevski ooit aan deze wijk bracht om Dickens te bezoeken ('Hing er toen maar een camera om dat vast te leggen!') en over de inspiratie die Londen biedt. Dat brengt hem op Holbeins The Ambassadors in de National Gallery. 'Als je dat schilderij van opzij bekijkt, zie je dat er een schedel aan de voeten van de heren ligt. Deze optische truc is zijn handtekening.' Het doet hem deugd dat de traditionele animatie herleeft. 'Het tastbare heeft een aantrekkingskracht, zeker in onze digitale wereld.' Ter illustratie toont hij een houten miniatuurstoeltje naar Zweeds model, een stuk handenarbeid. 'Voel eens hoe licht! Is het niet wonderlijk?'





Sledgehammer


In dezelfde stijl als hun animaties maken de Quaybroers tekeningen en opera- en toneelensceneringen, maar ook commercials. En ze maakten de legendarische videoclip bij Peter Gabriels Sledgehammer (1986). Daarin volgt een stoomtrein het gezicht van de Engelse zanger, dat verandert in een verzameling fruit. De broers zijn fan van de schilder Guiseppe Arcimboldo (1527-1593). Andere inspiratiebronnen van de tweeling hebben ook een plek in Eye Filminstituut in Amsterdam gekregen.


Inspiratiebronnen


Het New Yorkse Museum of Modern Art bracht vorig jaar een overzichtstentoonstelling van de tweeling. Eye Filminstituut biedt nu een kijkje in hun universum. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de Poolse filmaffiches, die al in het archief van het Filmmuseum aanwezig waren. Tevens zullen Oost-Europese animatiefilms te zien zijn, onder anderen van de Tsjech Jan Svankmajer en de Pool Walerian Borowczyk. Een aparte plek is ingeruimd voor tekeningen van geesteszieken, die uit de Prinzhorn Collectie van het psychiatrisch ziekenhuis uit Heidelberg komen. Deze tekeningen waren ooit te zien bij de Londense Hayward Gallery, waar ze de aandacht trokken van de Quays. Dat bracht hen tot het maken van de film In Absentia. Eye-curator Jaap Guldemond heeft ook een beroep gedaan op de pathologieverzamelingen van de Vrolik Collectie en Museum Boerhaave.


Van 15/12 t/m 9/3 is in Eye Filminstituut Amsterdam The Quay Brothers' Universum te zien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden